Droom: met zang en dans naar Africa Cup

Ebola is nog altijd een groot probleem in West-Afrika, maar vanaf zaterdag is er enige afleiding. Dan begint het toernooi om de Africa Cup in Equatoriaal-Guinea. Favoriet is Ivoorkust. Kaapverdië, de ploeg van Jeffry Fortes, hoopt opnieuw te verrassen.

null Beeld Klaas Jan van der Weij
Beeld Klaas Jan van der Weij

Is voetballen in Afrika anders dan voetballen in Nederland? In een kantoortje van FC Dordrecht kijken de Kaapverdianen Josimar Lima (25) en Jeffry Fortes (25) elkaar veelbetekenend aan. Daarna schieten ze in de lach. Voetbal in Afrika is dansen, lachen, armoede, amateurisme, vrijheid, broederschap en vooral: drie stappen terug in de tijd.

Zaterdag begint in Equatoriaal-Guinea de strijd om de Afrika Cup. Kaapverdië, een eilandengroep voor de westkust van Afrika, hoopt net als in 2013 te kunnen uitgroeien tot een stuntploeg. Toen debuteerde het land en strandde het team pas in de kwartfinale, tegen Ghana. De bevolking van Kaapverdië was zo trots op die prestatie dat het de spelers bij terugkomst in de hoofdstad Praia op een heldenonthaal trakteerde.

Fortes was er toen nog niet bij, Lima wel. Voor de komende editie is het precies andersom. Terwijl Fortes is afgereisd naar Afrika, moet Lima het toernooi vanaf tv volgen. Want dat is óók Afrika: er worden soms vreemde beslissingen genomen. 'Waarom ik er niet bij zit, weet ik niet', zegt Lima. 'Ik heb bondscoach Rui Águas niet meer gesproken. Ik heb alleen een mailtje gekregen dat ik er niet bij zat, net als onze aanvoerder. Tja, wat moet ik er van zeggen? Het is niet echt professioneel, maar zo gaat dat in Kaapverdië.'

Met Águas, een 31-voudig international van Portugal, heeft Kaapverdië voor het eerst in de historie de beschikking over een bondscoach van naam en faam. Zijn voorganger, Lucio Antunes, werkte tussen de interlands door als luchtverkeersleider. Diens assistent gaf les op een school en de keeperstrainer was rij-instructeur.

Toch wil Lima er niet al te lacherig over doen. Pas sinds de kwartfinaleplek in Zuid-Afrika is zijn land interessant geworden voor coaches. Bovendien is de Kaapverdiaanse voetbalbond niet de kapitaalkrachtigste. 'Met de beperkte middelen, probeert men het zo goed mogelijk te doen. Wij, als spelers uit Europa, hebben de vorige bondscoach zo veel mogelijk proberen te helpen. Als we die man niet serieus hadden genomen, waren we nooit zo ver gekomen.'

Lima en Fortes groeiden op in Rotterdam, waar hun vaders in de haven werkten en waar ook het grootste deel van de Kaapverdiaanse gemeenschap in Nederland huist. Stille migranten worden ze genoemd, omdat ze zelden in het nieuws komen. Positief noch negatief.

FC Groningen speler Danny Hoesen in duel met FC Dordrecht speler Josimar Lima. Beeld anp
FC Groningen speler Danny Hoesen in duel met FC Dordrecht speler Josimar Lima.Beeld anp

Lima was 6 toen hij van het eiland São Vicente naar Nederland verhuisde. 'Ik weet nog dat ik op de vliegtuigtrap stond en terugrende naar mijn oma. Ik wilde niet weg. En dan kwam ik ook nog eens in januari aan in Nederland. Het was vreselijk koud.'

Voor de in Rotterdam geboren Fortes was zijn debuut voor het nationale team vorig jaar pas de eerste keer dat hij in Kaapverdië was. Hij had er van zijn ouders al veel mooie verhalen over gehoord. Toen de vliegtuigdeuren zich openden en Fortes de wind om zijn oren voelde waaien, wist hij: het is allemaal waar. 'Alle stress gleed van me af en het voelde vertrouwd. Mijn hele opvoeding is Kaapverdiaans geweest. De taal, het eten, de muziek.'

Lima: 'Zonder muziek zouden we niet goed kunnen voetballen. Nadat we tijdens de Afrika Cup van Ghana hadden verloren, zaten we in hetzelfde vliegtuig. De spits van Ghana leende ons zijn muziek. Iedereen begon te dansen. Het werd een grote verbroedering. Mensen in Afrika zijn arm, maar er is wel altijd de muziek. Simpele dingen in het leven worden er veel meer gewaardeerd.'

De carrière van Lima ging van Willem II naar FC Dordrecht en via Al-Shaab uit de Arabische Emiraten weer terug naar de Krommedijk. Als reserve maakte hij de Afrika Cup mee, zijn debuut dateerde al van vier jaar eerder, uit bij Sierra Leone.

Lachend: 'Ik viel direct met mijn neus in de boter. Vanaf het vliegveld in Sierra Leone stapten we in de bus, een rit van twee uur. Toen we aankwamen bij een haven, bleek dat we nog een stuk met de boot moesten. Die stond vol met vee van boeren die naar de markt moesten. Zat ik daar tussen de koeien en schapen.'

Fortes maakte een soortgelijk debuut mee, in Niger. 'Ik had eerlijk gezegd nog nooit van dat land gehoord. Wel van Nigeria. Op weg naar het stadion zag ik veel armoede. Toen we aankwamen, keek ik naar het veld en dacht ik alleen maar: is dit serieus? Overal hobbels en kuilen, het gras had verschillende kleuren en lengtes. Er viel werkelijk niet op te voetballen, terwijl we het daar juist als een van de weinige Afrikaanse landen van moeten hebben.'

Het enthousiasme waarmee Lima en Fortes hun verhalen vertellen, werkt aanstekelijk. Maar hoe fascinerend, het is ook een onbegrijpelijke wereld, vol amateurisme. In 2013 stond Kaapverdië op de drempel van het WK in Brazilië, maar in de play-offs tegen Tunesië bleek het land een geschorste speler te hebben opgesteld. Gevolg: de 2-0-overwinning werd omgezet in een nederlaag van 3-0. Weg WK-droom.

Lima blijft diplomatiek. 'Er zijn nog wel wat stapjes te maken op het gebied van organisatie', zegt hij. 'Maar het gaat vooruit, echt waar.'

Kaapverdië speelt zijn eerste wedstrijd voor de Afrika Cup op 18 januari tegen Tunesië. Daarna volgen duels tegen Zambia en Democratische Republiek Congo. Fortes is er klaar voor. Nou ja, bijna dan. Eerst moet hij het volkslied nog leren, het Cântico da Liberdade. 'Bij mijn debuut zong iedereen in het stadion mee, terwijl ik alleen maar stond te neuriën. Er is dus nog werk aan de winkel.'

Lima: 'Het gaat over broederschap en saamhorigheid. Dat je als Kaapverdiaan achter je land moet staan. Tot de vorige Afrika Cup kende ik het ook niet. Maar onze toenmalige coach stampte het er echt in. Voor elke training liet hij ons het volkslied zingen. Als je dat elke dag doet, ken je het zo.'

Alle deelnemende teams worden in Malabo gecontroleerd op ebola

Alle voetballers die meedoen aan de Afrika Cup worden getest op het ebolavirus. Die verplichting heeft de Afrikaanse bond CAF woensdag afgekondigd. De zestien landenploegen ondergaan de check in Malabo, de hoofdstad van Equatoriaal-Guinea. Ook toeschouwers die het land binnenkomen, worden gecontroleerd. Een speler die de verschijnselen van ebola vertoont of weigert mee te werken aan de test, gaat 21 dagen in quarantaine. Het virus heeft ruim achtduizend levens geëist in West-Afrika. Van de landen waar de meeste patiënten zijn overleden of geïnfecteerd is alleen Guinee deelnemer aan de Africa Cup. Het toernooi zou oorspronkelijk in Marokko worden gehouden, maar dat land zag af van de organisatie uit angst voor de verspreiding van het ebolavirus. Daarop werd de Africa Cup verplaatst naar Equatoriaal-Guinea, dat met Gabon in 2012 ook al organisator was. Het gastland opent zaterdag het evenement tegen Congo. Het toernooi krijgt hoe dan ook een nieuwe winnaar. Titelhouder Nigeria werd al in de kwalificatie uitgeschakeld. Ivoorkust is favoriet. Het land telt vier spelers uit de Premier League: Yaya Touré, Wilfried Bony (Manchester City), Kolo Touré (Liverpool) en Cheick Tioté (Newcastle United). Ook Wilfried Kanon (ADO) maakt deel uit van de selectie. Thulani Serero (Ajax) en Kamohelo Mokotjo (FC Twente) zijn gepasseerd door de coach van Zuid-Afrika. Behalve Jeffrey Fortes maakt Toni Varela (Excelsior) deel uit van de selectie van Kaapverdië. Bertrand Traoré (19) van Vitesse is namens Burkina Faso een van de jongste spelers van het toernooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden