Dromen van keihard rammen op de baan

Stroomt bij de WK baanwielrennen in Frankrijk het publiek en masse toe, in Nederland komt de sport maar niet van de grond. Waarom dromen Nederlandse renners alleen van Alpe d'Huez en niet van het Vélodrome? Door Lidewey van Noord

Hugo Haak tijdens de kilometer tijdrit op de WK baanwielrennen in Saint-Quentin-en-Yvelines bij Parijs. René Wolff, bondscoach van de sprinters, moedigt hem aan.Beeld EPA

Ruim een uur voor dat het Vélodrome National bij Parijs opengaat voor publiek, staat er vrijdag al een lange rij voor de ingang, overkapt door tientallen paraplu's. Niet zo gek, want het velodroom valt nog het best te omschrijven als een subtropisch wielerparadijs. De zandkleurige wielerbaan weerkaatst op zonnige wijze het felle licht. Rensters rijden zich warm in kleurige sportbeha's die aan bikinitopjes doen denken; breedgeschouderde sprinters tonen hun bovenlijven. De 4.800 plaatsen op de tribunes waren voor alle dagen in korte tijd uitverkocht.

Wat een schril contrast met de NK op de wielerbaan in Apeldoorn eind december. Er zaten niet meer dan 150 man op de koude stoeltjes. Voornamelijk familie en vrienden. Het baanwielrennen wil maar niet populair worden in Nederland.

Onbegrip

René Wolff, coach van de sprinters, begrijpt niet hoe dat komt. 'Voor mij als Duitser is het verbazingwekkend dat mensen massaal naar Thialf gaan om 3 kilometer schaatsen te zien, waar twee mensen een beetje rondjes rijden, maar niet naar een sprinttoernooi komen.'

De geringe belangstelling voor het baanwielrennen ligt in de Nederlandse cultuur verankerd. In tegenstelling tot Groot-Brittannië, Australië en Nieuw-Zeeland is Nederland - net als Frankrijk en België - een traditioneel wielerland.

De Alpe d'Huez, de kasseien tussen Parijs en Roubaix, de Stelvio: daar valt voor een wielrenner eer te behalen. Niet op de verre banen in Guadeloupe, Guadalajara en Cali.

In Groot-Brittannië is dat anders. De 4.500 stoeltjes van de wielerbaan in Manchester zijn standaard uitverkocht. 'Het Britse publiek ziet liever olympisch goud op de baan dan een Tour de France-winnaar', vertelt wielercommentator Anthony McCrossan. 'Als Chris Hoy morgen een persconferentie zou geven, snelt alle pers eropaf.'

In tegenstelling tot baanfenomeen Chris Hoy maakte Bradley Wiggins wel de overstap van de baan naar de weg, maar pas nadat hij op de baan een rits olympische successen had geboekt. Zijn wegcarrière verloopt verre van onverdienstelijk: hij won in 2012 de Tour en is regerend wereldkampioen tijdrijden. Toch keert hij na Parijs-Roubaix terug naar de baan. Om Engeland op de Spelen volgend jaar nog een gouden medaille te geven, als afscheidscadeau.

In Nederland is dat anders. Nederlandse kinderen dromen niet van de baan, maar van de Tour de France.

Chris Hoy viert het winnen van een gouden medaille tijdens de Olympische Spelen in Londen, 2012.Beeld reuters

Stabiliteit

Omdat in de afgelopen vier jaar is geïnvesteerd in talenten, is er meer stabiliteit gekomen in de resultaten van de Nederlandse sprinters. Met resultaat: met jonge sprinters als Elis Ligtlee, Matthijs Büchli, Hugo Haak en Jeffrey Hoogland heeft Nederland weer medaillekandidaten. Andere renners hebben de potentie om naar die vier toe te groeien. Wolff heeft nog een aantal talenten achter de hand.

Jabik-Jan Bastiaans, de duurcoach, heeft geen beloften om op terug te vallen. Kirsten Wild (32) is de enige vrouw die namens Nederland uitkomt op de duuronderdelen. Vijf mannen zijn er mee: Tim Veldt (30) rijdt de omnium, Roy Eefting (25), Dion Beukeboom (26), Wim Stroetinga (29) en Roy Pieters (25) vormen de achtervolgingsploeg. Jenning Huizenga (30) zou de vijfde renner zijn, maar die is net hersteld van pfeiffer en nog niet op niveau.

'De selectie is te smal', aldus Bastiaans. 'Het mooiste zou natuurlijk zijn als je jonge gastjes hebt van 18, maar dat is het nadeel van traditionele wielerlanden als Nederland: iedereen die hard kan fietsen, gaat op de weg rijden.'

Bastiaans wijst naar de 21-jarige Zwitser Stefan Küng, die iets verderop zit uit te hijgen van zijn race. 'Die jongen is Europees kampioen bij de beloften, in het tijdrijden en op de weg. Hij rijdt voor BMC, maar blijft buiten het programma van de wegploeg om op de baan fietsen. Puur uit liefde voor de piste. Dat soort jongens moet je hebben.'

Zwitserland is ook een traditioneel wielerland, maar daar loopt de opleiding van talenten via de baan. Volgens Bastiaans zou dat in Nederland ook zo moeten gaan. 'Het mes snijdt aan twee kanten. Als renners op de baan worden opgeleid, leren ze stuurvaardigheid, zich handhaven in een peloton. Daar hebben ze baat bij op de weg. En hopelijk blijft er dan af en toe een talent op de baan fietsen.'

Stefan Küng.Beeld afp

Achtervolgingsploeg

Renners worden nu deels opgeleid op de baan, maar talent kiest voor de weg, waar de horizonten weidser zijn en de salarissen hoger, of het Zesdaagse-circuit, dat financieel aantrekkelijker is. Op de baan is geen droog brood te verdienen.

De huidige achtervolgingsploeg bestaat uit een mix van jongens die al heel lang op de baan fietsen en jongens die twee jaar geleden van de weg zijn geplukt om opgeleid te worden tot baanwielrenner. 'Tweedekanssporters', noemt Bastiaans die laatsten. Op de weg haalden ze de top niet.

'Eefting en Beukeboom hadden nog nooit een ploegenachtervolging gereden', vertelt Bastiaans. 'Maar in anderhalf jaar heeft de achtervolgingsploeg enorme progressie gemaakt, dus dat kan in de komende anderhalfjaar tot de Spelen ook nog.'

Gisteren eindigde de ploeg als zevende op de 4 kilometer ploegachtervolging. Met hun tijd vestigden ze een nieuw Nederlands record. Bastiaans is tevreden. 'Voor de lange termijn is dit gewoon prachtig mooi. We staan er nu goed tussen, dus het kan nog alle kanten op. Als we deze zomer een stapje weten te zetten, en dat hoeft maar een heel klein stapje te zijn, kunnen we zo vijf plekken naar voren schuiven.'

Dat de meeste baanwielrenners moeten leven van een A-status, soms aangevuld met persoonlijke sponsoren, maakt de sport kwetsbaar. 'Als Roompot zou komen en zou zeggen: jongens, we hebben een tempobeul nodig en jij gaat voor ons sprints aantrekken, dan zouden ze zomaar kunnen vertrekken.'

Investeren

En als de renners eenmaal naar de weg zijn vertrokken, raken ze in de greep van hun ploeg. Vaak kunnen ze hun eigen programma niet bepalen en krijgen ze geen ruimte om in de winter op de baan te rijden. Bastiaans hoopt dat hij, als de achtervolgingsploeg heel goed wordt en meedingt om de olympische medailles, een grote renner kan overtuigen zich aan te sluiten. 'We flirten weleens wat met Niki Terpstra, maar zijn ploeg ziet hem niet graag naar toernooien in Guadalajara of Cali vertrekken. Dat is wel wat anders dan de Zesdaagse van Rotterdam.'

Investeren in de renners die er nu zijn, dat is de strategie. Als zij de top bereiken, niet alleen hier op de WK maar vooral op de Spelen, komt het publiek misschien ook in Apeldoorn in de rij staan.

En wellicht staan er wel kinderen tussen die gefascineerd naar de fietsen zonder remmen en versnelling staren, die fietsen waarop nu hipsters door de stad cruisen, en die zien hoe hard je met zo'n fiets kunt rammen op de baan.

Kinderen die die avond in bed niet dromen van de Tour, maar van het velodroom.

Pervis wint kilometer, Haak 16de

Hugo Haak (23) zette vrijdag op de kilometer tijdrit een tijd van 1.02.230 neer. Het bleek een zestiende tijd. De Franse publiekslieveling François Pervis won na de keirin ook de kilometer, in een tijd van 1.00.207.

Voor zijn tijdrit rijdt Haak rondjes naast het podium. Op zijn gewone fiets, want zijn baanfiets is al gemeten, gewogen en goedgekeurd. Die ziet hij pas op de baan weer terug. Rustig pedalerend maakt hij kleine cirkeltjes, minutenlang. Hij kijkt recht voor zich uit. Dan slaat hij rechtsaf, fietst tussen de dranghekken door, in de richting van de trap die naar de baan leidt. Hij neemt plaats op een van de zes zwarte stoeltjes naast de trap.

De sprinters bewegen veel op die stoeltjes, zo vlak voordat ze een kilometer lang zo aerodynamisch mogelijk op hun fiets moeten zitten. Een Colombiaanse renner praat met gesloten ogen en wiebelende benen tegen het dak van het velodroom. Haak maakt zijn schoenveters los, trekt ze aan en strikt ze weer. Veegt met zijn handdoek langs zijn gezicht, een paar keer. Zucht diep. Blaast zijn wangen bol en laat de lucht langzaam ontsnappen. Voor sommigen is een kilometer lang genoeg om te winnen. Voor Haak niet. Vandaag niet.

Na de race wordt hij van zijn fiets getild en op zijn gewone fiets gehesen. Zijn coach duwt hem naar die rustige plek naast het podium.

Daar rijdt Haak weer kleine rondjes, minutenlang. Alleen zijn borstkas beweegt. Een zweetdruppel glijdt van zijn gebogen hoofd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden