Drie avonden van glorie in Bernabeu

amsterdam Drie bedwelmend mooie avonden beleefde Ajax door de jaren heen in Estadio Santiago Bernabeu, de tempel waar de club in 1969 zijn eerste Europese finale verloor en woensdag zijn rentree maakt in de Champions League....

Van onze verslaggever Willem Vissers

Gerrie Mühren vliegt vandaag met Ajax mee naar Madrid, om gasten van de club te behagen met anekdotiek over vervlogen tijden. Natuurlijk zal de vroegere middenvelder met het stijlvolle linkerbeen vertellen over die avond in de lente van 1973, toen hij de breedtepass van Suurbier op de linkervoet opving en een paar keer luchtig hooghield, alsof hij weer een kind was op straat.

Hij hield de bal trouwens niet zo vaak hoog als in menig gedachte is opgeslagen, want fantasie is weleens mooier gekleurd dan de werkelijkheid. Links aannemen dus, dan naar rechts, links, weer naar rechts, en dan de bal nog even stil laten liggen op de linkervoet en doorspelen naar Krol. Dat was het. Overweldigend was zijn actie vooral door het lef om het daar te doen, op die plek, als symbool van de suprematie van Ajax over Real Madrid.

Na die wedstrijd in de halve finales van de toenmalige Europa Cup I, later dat seizoen voor de derde keer op rij gewonnen door Ajax, flaneerde Mühren met een paar ploeggenoten door Madrid, toen hij zag dat Spanjaarden een denkbeeldig balletje hooghielden. Ze hadden het kunstje gezien in het stadion. Zijn teamgenoten wezen naar Mühren en riepen naar de burgerjongleurs: Hier, kijk, het was deze man die dat deed, Gerrie Mühren uit Volendam. ‘Hou je moeder voor de gek, zeiden ze dan.’

Bernabeu is een van de mooiste arena’s op het tableau van het voetbal. Iedereen wil het stadion ondergaan. Luis Suarez is woensdag geschorst, maar hij wilde per se mee. Hij traint vanavond en zit morgen op de tribune van het stadion dat een speciale plaats inneemt in het collectieve geheugen van Ajax. Zo verloor Ajax in 1969 zijn eerste Europese finale in Bernabeu kansloos van AC Milan (4-1), en beleefde het later drie magische avonden in het stadion dat in het centrum van de Spaanse hoofdstad ligt.

Op 1 september 1992 speelt Ajax Real helemaal zoek, in een oefenduel om de Troféo Santiago Bernabeu. Dennis Bergkamp maakt twee magistrale doelpunten. In een verslag in Het Parool van de volgende dag staat dat het publiek de donkere spelers van Ajax racistisch bejegende. ‘Daar weet ik niets meer van’, aldus Bryan Roy, linksbuiten van toen. Wat hij wel weet, is dat hij jong en gretig was en dat Ajax juist de UEFA-beker had gewonnen. Het is de enige keer dat hij in Bernabeu voetbalde. ‘De sfeer was bijzonder, magisch bijna. Alles was top. Je voelde de historie. Het veld was geweldig, het publiek zat er dicht op, het waardeerde onze prestatie en klapte.’

Real was altijd ‘zijn cluppie’ geweest, zegt Gerrie Mühren, en dribbelaar Puskas zijn idool. Hij vreesde als kind zelfs voor het leven van Puskas, toen die in 1956 uit Hongarije vluchtte. En toen, in 1973, stond hij zelf in het stadion van zijn dromen en hield hij op het hoogtepunt van de roem van Ajax dus even het balletje hoog. Speels, spontaan. Suurbier passte en er was niemand in de buurt. ‘Het gekke was, zo hoorde ik later, dat de Spaanse commentator er toen eigenlijk niets over zei. Hij lulde gewoon door.’ Ook de kranten schreven niet zo veel. Pas later kreeg het moment cachet. Mühren kreeg eens een blad in handen, het Engelse FourFourTwo, waarin zijn moment op de derde plaats belandde van mooie momenten in vijftig jaar, slechts twee plekken achter de zege van Manchester United in de Europa Cup I van 1968, tien jaar na de vliegramp met de Busby Babes.

‘De kracht van mijn actie was de symboliek, het gegeven dat Ajax Madrid voorbij was. Maar niemand weet meer wie scoorde in die wedstrijd. Ja, dat was ik ook.’

Het balletje hooghouden bleef onlosmakelijk verbonden met Mühren. Op een filmpje van Ajax-tv loopt hij hooghoudend over de Bernabeuhof en de Gerrie Mührenbrug. En later, als speler van Betis, ontmoette hij Puskas geregeld. Als hij dan zei dat Puskas vroeger zijn idool was, lachte de Hongaar verlegen.

Dan is daar nog die derde hoogtijdag van Ajax in Bernabeu. Je kunt twisten over wat nu de beste wedstrijd was onder trainer Van Gaal in de Champions League. AC Milan-uit, in de groepsfase van 1994, toen Frank Rijkaard na de 0-2 in Triëst een ovationeel applaus kreeg van de Milan-fans, is een sterke kandidaat. Of anders is Panathinaikos-uit dat wel, waar Ajax een thuisnederlaag in de halve finale van 1996 wegpoetste met een 0-3. Maar wie een enquête zou houden, zou vermoedelijk Real-uit in november 1995 begroeten als aller-, allerbeste wedstrijd, een paar maanden nadat Ajax de Champions League had gewonnen. De Boer was geblesseerd, uitblinker Davids verhuisde naar het centrum, Musampa debuteerde als basisspeler in de Europa Cup.

Winston Bogarde, linksachter van toen, geniet nog hoorbaar als hij terugdenkt aan die wedstrijd: ‘Het opvallendste was was dat de toeschouwers ons een ovationeel applaus gaven na de wedstrijd. Dat maak je bijna nooit mee. De score had ook veel hoger moeten uitvallen, maar het zat ons niet echt mee met de scheidsrechter.’ Zuivere doelpunten van Kluivert en Litmanen werden afgekeurd, Ajax raakte paal en lat. Bogarde: ‘We speelden echt fantastisch. We waren een geoliede machine.’

Speelschema Ajax
Wo 15 septemberReal Madrid - Ajax

Di 28 septemberAjax - AC Milan

Di 19 oktoberAjax - Auxerre

Wo 3 novemberAuxerre - Ajax

Di 23 novemberAjax - Real Madrid

Wo 8 decemberAC Milan - Ajax

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden