Dreigt de bedelstaf voor sponsorloze schaatsers? '97% schaatsers zit over 3 weken in de WW'

Vijf vragen over de schaatstoekomst

Tijdens de Winterspelen luidde Sven Kramer de noodklok. Als nieuwe sponsors zich niet snel zouden ontfermen over schaatsploegen, dan dreigde een kaalslag. 'Als je er heel zwart-wit naar kijkt, zit 97 procent van de Nederlandse schaatsers over drie weken in de WW.'

Jan Smeekens in het schaatspak van zijn ploeg. Hij is ook komend seizoen zeker van een contract. Beeld anp

Klopt Kramers doemscenario?

Nee, en dat weet hij waarschijnlijk zelf ook wel. Kramer probeerde potentiële sponsors wakker te schudden en duidelijk te maken dat er grote onzekerheid heerst in het schaatsen. Sinds de Winterspelen zijn er ruim drie weken verstreken en slechts drie schaatsers hebben een contract op zak. Naast Kramer zijn dat zijn ploeggenoten Jan Smeekens en het jonge talent Chris Huizinga, wereldkampioen bij de junioren.

Toch is er wel enig zicht op werkgelegenheid voor schaatsers. Er zijn in ieder geval twee sponsors die zich aan de sport verbonden hebben: supermarktketen Jumbo en ingenieursbureau Clafis. Bij Jumbo, de ploeg van coach Jac Orie, is naast de drie eerder genoemde schaatsers ruimte voor nieuwkomers. Orie mikt op een equipe van 10 tot 12 schaatsers. Jillert Anema, afgelopen seizoen coach van de Clafis-langebaanploeg en drie marathonteams, wil zijn rijdersbestand ook op peil houden met 10 tot 15 schaatsers, een deel daarvan marathonrijders.

Met de ploegen van Anema en Orie zou ongeveer de helft van de werkgelegenheid behouden blijven, want afgelopen seizoen stonden er 44 schaatsers onder contract bij sponsorploegen.

Is er geen zicht op nieuwe sponsors?

Meerdere partijen zijn op zoek. Dat geldt ook voor iSkate, dat met Afterpay en Plantina/Continu afgelopen winter meerdere ploegen op het ijs had. Rhian Ket, directeur van de schaatsorganisatie, verwacht volgende winter in ieder geval een formatie op de been te kunnen brengen, maar in welke vorm en met welke omvang, kan hij nog niet zeggen. 'We hebben tien opties, maar ik kan nog niet zeggen welke het wordt.' Hij onderschrijft de zorgen van Kramer, maar gelooft dat de sport nog altijd interessant is voor sponsors: 'Het schaatsen kan het bedrijfsleven heel veel waarde bieden'.

Arie Koops, technisch directeur bij de KNSB, maakt zich geen zorgen om de sponsorperikelen die elke 4 jaar terugkeren. 'Dit is niet anders dan na Sotsji. We moeten niet in paniek raken.' Om het professionele model van het schaatsen gezond te houden zijn volgens Koops drie tot vier commerciële ploegen voldoende. 'Wij gaan uit van 30 tot 40 betaalde sporters. Dat is het dubbele aantal van wat de Spelen haalt. Dat is voor ons de ideale situatie.'

Wat als er geen sponsoren bijkomen? Rest dan de bedelstaf?

Schaatsers die de afgelopen jaren onder contract stonden, hebben recht op een werkloosheidsuitkering (WW). Die voorziet in een bedrag van 75 procent van het laatst verdiende loon in de eerste twee maanden dat de schaatser zonder ploeg zit, daarna is dat 70 procent. Hoe lang de uitkering duurt is afhankelijk van de tijd dat de schaatser onder contract stond. Voor een schaatsster als Ireen Wüst, die vooralsnog zonder ploeg zit, zou dat kunnen uitkomen op een jaar, omdat ze twaalf jaar lang bij profploegen heeft gereden.

Na de WW is er het topsportstipendium van NOCNSF. Hiervoor moeten de schaatsers wel stevige resultaten hebben geboekt. Een uitslag in de top-8 bij een WK of de Olympische Spelen is een vereiste. Stipendiumhouders krijgen het minimumloon. De hoogte ervan is afhankelijk van de leeftijd: 810 euro bruto per maand voor een 18-jarige sporter, 2.386 euro voor de atleten van 27 en ouder.

Het stipendium is geen vetpot, maar genoeg om topsport te kunnen bedrijven. Dat bewijzen topsporters in veel andere olympische sporten. Schaatsen is één van de weinige sporten in Nederland waar dikke contracten worden getekend. In bijvoorbeeld het shorttrack, de atletiek of het baanwielrennen hebben sporters alleen het stipendium om van te leven en draaien mee in de wereldtop.

Schaatsers die niet tot de wereldtop behoren, worden aan hun lot overgelaten?

Een deel van de schaatsers komt niet in aanmerking voor het stipendium. Zij hebben de mondiale top-8 nog niet gehaald of hebben dat al te lang niet meer gedaan. Zij zullen financieel moeten terugvallen op spaargeld, familie en kleine persoonlijke sponsors.

Een gebrek aan geld maakt het uitoefenen van een sport lastiger, maar onmogelijk is het niet. Er zijn voldoende sporttechnische voorzieningen waar werkloze schaatsers op kunnen terugvallen. In het verleden had de schaatsbond KNSB een vangnetploeg voor mensen die wel potentie hadden, maar geen profcontract kregen. Dat is inmiddels niet meer zo, maar de bond zorgt er wel voor dat schaatsers uit de nationale top-30 gebruik kunnen maken topsporttrainingsuren op het ijs van Thialf.

Doet de schaatsbond verder niets?

Jonge talenten worden niet meer door de KNSB opgeleid, maar bij regionale talentencentra (RTC). In sommige gevallen kunnen ook sporters die noodgedwongen een stap terug moeten doen hier terecht. Tijdens de afgelopen Winterspelen waren er twee Nederlandse schaatsers die bij een RTC trainden. Dit stond olympisch succes niet in de weg. De jonge Esmee Visser reed naar het goud op de 5 kilometer. Lotte van Beek, die na de Spelen van Sotsji geplaagd werd door blessures en geen contractverlenging bij Orie had gekregen, werd vierde op de 1.500 meter en haalde zilver met de achtervolgingsploeg.

Voor wie niet bij een RTC aan wil sluiten lonkt het buitenland. Marrit Leenstra (brons op de 1.500 meter in Gangneung) sloot zich aan bij de Italiaanse nationale ploeg. De Friezin wist daarnaast een persoonlijke sponsor aan zich te binden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.