Dorpsclub als baken van veiligheid

Als de sportvereniging een cruciale rol vervult in de samenleving, hoe zit dat dan bij Nederlands noordelijkst gelegen voetbalclub, in een snel vergrijzende samenleving?...

Vanaf de Noordpolderzijl zijn, in het grijs van de Waddenzee, de schimmen van Rottumerplaat, Schiermonnikoog en het Duitse Borkum nog net zichtbaar. In de haven deint de vissersboot van Usquert op de golven en in de verte tekenen de windturbines van de Eemshaven zich tegen de lucht af als meeuwen in een vliegende storm.

Wie zich op deze uithoek, aan de rand van Nederlands vasteland, een halve slag omdraait, overziet de landerijen van het Groningse Hogeland. Daar trekken zware tractoren diepe voren in uitgedroogde akkers en rijzen boerderijen als kathedralen uit de grond.

In dit verstilde leven, rond het dorp Uithuizen, ligt de bakermat van de in 1922 opgerichte voetbalclub Noordpool. Een naam die los staat van de siberische trekjes of de onherbergzaamheid van het gebied. Maar die een eerbetoon is aan Douwe Huizinga Bruins, die in die tijd hereboer was, maar ook voetbalevangelist en zelfs deel uitmaakte van de elftalcommissie van het Nederlands elftal.

Landarbeiders werden geweerd bij de toen al bestaande club van de notabelen, UFC. En toen ze besloten zelf een club op te richten, gaven ze die de naam van een van Huizinga’s boerderijen, Noordpool. Bijna negentig jaar later geldt de club als levensader van het dorp met ruim 5000 inwoners, haar complex ligt als bron van inspiratie in het dorp.

In de kantine, die Arctis heet, zegt Henk Bos: ‘Noordpool is voor mij en voor veel mensen in dit dorp belangrijk. Ik kan wel zeggen dat de vereniging voor een belangrijk deel heeft bijgedragen aan mijn ontwikkeling. Ik ben er team-speler geworden en heb ervaren hoe belangrijk de club voor zo’n kleine gemeenschap is en blijft.’

68 jaar is hij nu. Zestig jaar bracht Bos door bij de club van zijn leven. Als pupil, speler van het eerste elftal, voorzitter en nu, op zaterdag, als supporter van zijn kleinkinderen. ‘Ik gun hun mijn plezier van sport en hoop dat ze leren wat ik er heb geleerd, betrokkenheid en gebondenheid.’

Bos was onderwijzer, vakleerkracht en werkte langdurig in een staffunctie op de Dienst Sport en Recreatie van de stad Groningen. ‘Als je in Uithuizen over het verenigingsleven spreekt, heb je het over de muziekvereniging Opwaarts, de zangvereniging Eendracht, de toneelvereniging Vondel en de voetbalclub Noordpool. In het spectrum van deze vier stromingen voltrekt zich al heel lang het sociaal-cultureel leven van dit dorp.’

Een dorp in de verdrukking. Het probleem van Noordpool is het probleem van het vergrijzende platteland. Kinderen trekken weg en zegt Henk Bos: ‘Hier zie je dus ook de mensen die de hele dag in touw zijn voor de club, voor klein onderhoud. Dat is van alle tijden, en zoveel verandert er niet. Wat blijft, is de geborgenheid van de club, als baken van veiligheid.

‘Uithuizen valt onder de gemeente Eemsmond, een verzameling van zeven dorpskernen. We waren als gemeente niet rijk, maar zijn dat nu wel. Iedereen heeft nogal lacherig gedaan over de aanleg van de Eemshaven. Maak er maar een mooi jachthaventje van, zeiden ze bij de eerste plannen. Nu is de haven booming business.

‘De investeringsplannen belopen bedragen tot een hoogte van de totalen die minister Bos aan het wankelende bankwezen heeft uitgekeerd. De demografische vooruitzichten van de streek zijn slecht, maar onze burgemeester rekent op 5000 nieuwe arbeidsplaatsen dankzij de Eemshaven. Vanuit dat perspectief is het sportbeleid erop gericht die zeven kernen gezond en levendig te houden. Hier komen mensen van ver bij wie de mond van verbazing openvalt als ze zien wat deze dorpen aan voorzieningen te bieden hebben. Zelfs in Zandeweer, met 500 à 600 inwoners een vlekje. Maar wel met z’n eigen capaciteit.’

In de Verenigingsmonitor 2007 van het Mulier Instituut worden sportclubs maatschappelijke ondernemingen genoemd ‘die moeten inspelen op de eisen van de moderne, dynamische maatschappij’. Maar is juist dát niet te veel gevraagd op de plaatsen waar sport zijn traditionele waarde heeft behouden? En waar sport eerder een gezinsvervangend tehuis in de maatschappij is dan een brug naar een nieuwe samenleving, die de vraagstukken van integratie en overgewicht moet oplossen.

‘Sport is hier op beleidsniveau hot’, zegt Bos. Hij pakt de gemeentelijke nota Eemsmond in perspectief, 2008-2011 erbij. ‘Het is allemaal kleinschaliger wellicht, maar wel vanuit dezelfde intenties. We hebben hier geen allochtonenprobleem, maar hechten aan de opdracht om te integreren.

‘Kijk naar de ambities van dorp en streek: een sterke samenwerking van sportclubs met scholen en het buurtwerk. Drie basisscholen die in 2011 het predicaat ‘sportieve school’ moeten hebben, en de gemeente Eemsmond zal moeten meedingen naar de landelijke prijs ‘Sportgemeente van het Jaar’.

De eerste signalen van bewust nieuw gemeentebeleid tekenen zich af op de sportvelden in Uithuizen, Uithuizermeeden en Warffum, waar voor 8 miljoen euro wordt geïnvesteerd.

Bos: ‘Bij Noordpool is een kunstgrasveld in aanleg. Naast een middelbare school, wordt een nieuwe sporthal gebouwd die dienst gaat doen als jongerencentrum.’

Het Groningse platteland ontleent zijn kracht, aan het motto ‘Samen Doen’, zegt Bos. Leefbaarheid wordt bepaald door de bereidheid samen te werken. No-nonsense. ‘Het bewijs vind ik in een kleine kern als Usquert dat met 1500 inwoners een zeer vitale gymclub heeft, GAV Usquert.

‘Enkele kilometers verderop, in het veel grotere Uithuizen, kwijnt Advendo weg. Als je als bestuur zegt: ‘Dit zijn onze doelstellingen’ en je blijft vervolgens zitten, dan weet je dat er niets gebeurt. Je moet gebruikmaken van de zelfwerkzaamheid die er altijd wel is.

‘Plaatselijk sentiment staat hier doorgaans fusies in de weg, maar je kunt elkaar ook anderszins vinden in de samenwerking en het kaderprobeem voor zijn. Je kunt plannen maken wat je wilt, het komt op de uitvoering aan.

‘Natuurlijk bestaat hier de zogenoemde ‘ondernemende vereniging’. Laatst hoorde ik een deskundige zeggen dat de verenigingsstructuur zijn beste tijd heeft gehad: leden zouden volgens hem klanten moeten worden en clubs winkels met een breed assortiment. Dat lijkt me flauwekul.

‘Als je als gemeente iets wilt organiseren, is de verenigingsstructuur van essentieel belang. De hele handel professionaliseren? Vergeet het toch. Bij al die stimuleringsprojecten van de overheid past maar één antwoord: maak de verenigingsstructuur sterker.

‘Als gemeente pakken we onze kansen: nu al staat de aanstelling vast van twee combinatiefunctionarissen die sport en school bij elkaar brengen. En of je nu in de stad zit of op het platteland, alles valt en staat met kwaliteit. Dit dorp zou de gemeenschapszin van deze sportclub niet kunnen missen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden