Analyse Waterpolo

Doorstaan Nederlandse waterpolosters ditmaal de finalestress wel?

Op de olympische finale van 2008 na toen de waterpolosters goud wonnen, hebben de vrouwen een kwart eeuw meer verloren dan gewonnen. Tijd om daar iets aan te doen in de EK-finale vrijdag tegen Griekenland.

Het zijn weinig geruststellende ­statistieken aan de vooravond van de EK-finale Nederland – Griekenland. De waterpolosters werden 25 jaar geleden voor het laatst ­Europees kampioen. ­Nederland versloeg in de eindstrijd van 1993 Rusland. Opvallend genoeg klaagde de ploeg vooral steen en been over de organisatie in Sheffield en Leeds. 

De Britten hadden geen enkele ­belangstelling voor het evenement. Een afscheiding dreigde. De internationale zwembond behandelde waterpolo als een paria, luidde de klacht uit Engeland. Dat Nederland het toernooi won, was vanzelfsprekend. Geen land in de wereld deed tot dan serieus aan waterpolo voor vrouwen.

Zo won Nederland op rij de Europese titels van 1985 (de primeur in Oslo), 1987 en 1989. In 1991 ging het in Athene mis. Hongarije, een erkend waterpololand, had de handschoen bij de vrouwen opgenomen. In hetzelfde jaar was Nederland, in Perth, wel voor het eerst wereldkampioen geworden. Eindelijk, want vijf jaar eerder was de eerste ­wereldtitel voor Australië tijdens het WK van 1986 in Madrid. Nederland haalde niet eens de finale.

Met de toelating tot de Olympische Spelen van Sydney 2000 kreeg de tak van vrouwensport eindelijk status en veranderde alles. Andere landen begonnen serieus werk te maken van deze bikkelharde teamsport, waarbij vrouwen vol schrammen het bad ­verlaten en de onderwaterduels tot de topattracties voor de tv-kijker behoren. De nieuwe belangstelling brak de ­hegemonie van Nederland.

Te oud?

Yasemin Smit, van 2002 tot 2017 international, kan zich de situatie van voor de Spelen van Sydney herinneren. Smit: ‘Het ging toen om een vrij oude ploeg. Sommigen waren al gestopt.’

Oudere speelsters, dertigers soms, pakten toch de draad weer op. Ze wilden het olympische goud. Dat behoorde aan pionier Nederland. Er werd 1 miljoen gulden (450 duizend euro) tegenaan gegooid door NOCNSF-chef Joop Alberda. Zonder succes. Het ­verouderde team verkrampte in het zicht van de finish en eindigde in Australië als vierde.

Daarna begon de verjonging van de nationale ploeg. Kwaliteit was er nog altijd, breedte in de opleiding ook. Bij de Spelen van 2008 betaalde dat zich uit, toen de ­uiterst bevlogen coach ­Robin van Galen – zijn vrouw Marjan Op den Velde speelde in Sydney mee – een succesteam opbouwde. In de ­olympische finale werd de VS verslagen (9-8) door een geweldige oprisping van de teruggehaalde schutter Daniëlle de Bruijn (zeven treffers). Zij was er in ­Sydney als 22-jarige al bij geweest.

Die zege in Beijing was lang meer een last dan een lust. Steeds werd ­herinnerd aan die grote dag in de hoofdstad van China, toen alles klopte binnen een team dat heel Nederland ­tijdens de lunchpauze aan de tv kluisterde.

Bondscoach Havenga

Bondscoach Arno Havenga, na een periode met de Italiaan Maugeri de ware opvolger van Van Galen, sprak voor het (huidige) EK van Barcelona nog eens van die erfenis. Hij wilde niet dat het in de weg stond van een nieuwe generatie. Na het stoppen van de ­laatste Peking-ganger, Yasemin Smit, diende dat verhaal maar eens ‘over en voorbij’ te zijn.

Na Beijing 2008 miste Nederland de olympische kwalificaties voor 2012 (Londen) en 2016 (Rio) en verloor het de EK-finales van 2014 en 2016 en de eindstrijd van het WK 2015. Daarbij ­waren ervaren speelsters betrokken, van wie Havenga sinds kort afscheid heeft genomen. De grootste vrouw in het water namens Nederland, kanon Lieke Klaassen, werd ‘definitief’ bedankt. Zij knakte vaak op beslissende momenten.

Smit, die het EK volgt vanuit haar woonplaats Hellendoorn, zegt dat zij de finalestress van de laatste jaren kent. Ze was er bij betrokken, als oudste die sturing moest geven aan een zich telkens verjongend team. Het waren in haar ogen wel verschillende finalenederlagen.

Domper van Belgrado

Smit: ‘In 2014 haalden we verrassend de finale van het EK in Boedapest. We ervoeren dat zilver als superfijn. Een jaar later speelden we de WK-finale tegen de Verenigde Staten, met een piepjonge meid als Laura Aarts in doel. We speelden best goed en verloren met één goal verschil (5-4, red.). De derde nederlaag was die in de finale van het EK in Belgrado. Winnen had olympische kwalificatie betekend. Dat was een echte domper voor ons.’

Als de Nederlandse vrouwen vrijdagavond (22.15 uur, NPO 3 live) aantreden tegen Griekenland, zien we volgens Smit een andere ploeg, dat in een andere sfeer speelt. ‘De helft van het team heeft die nederlagen niet meegemaakt. Er zijn vijf nieuwe meiden. Dat is een voordeel, dat nieuwe bloed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.