Donder en bliksem in de stad van Leonardo da Vinci

Een bankroet dwong Fiorentina drie jaar geleden tot een herstart in de Serie C2. Dit jaar dingen de Florentijnen mee naar de hoofdprijs van de Serie A....

Leonardo da Vinci, de meester van de Florentijnse renaissance, was ervan overtuigd dat zijn intuïtie, concentratie en denkvermogen werden vertienvoudigd, zodra hij zich in een kerk met paarse glas-in-loodramen bevond. Paars is de kleur van Fiorentina en de Florentijnen zijn tien keer zo hartstochtelijk als de gemiddelde mens, als het om voetbal gaat.

Bar Marisa, het hoofdkwartier van de fans recht tegenover stadion Artemio Franchi, is de kluis van de clubherinneringen. Hier werden in het verleden spelers en trainers even snel verheerlijkt al gekruisigd.

De sfeer is opvallend kalm, ondanks het feit dat het huidige Fiorentina niet onderdoet voor de Serie A-topclubs Juventus en AC Milan.

Misschien heeft de kalmte te maken met de herfstlucht boven de stad, in deze dagen zo grijs als lood. ‘Nee, we zijn rustig omdat we de lessen uit het verleden hebben geleerd’, zegt Guido Pucci, coördinator van de paarse aanhang.

‘We zijn failliet gegaan, hebben de hel gezien. Nu is euforie verboden. De stad is minder brutaal en opschepperig.’

Achter de kassa van het lokaal hangt een poster van spits Luca Toni, met ontbloot bovenlijf in een glamourpose. Pucci schudt het hoofd. ‘Ongelofelijk, Luca kan alles in deze periode. Zet hem op een fiets en je zult zien dat hij ook Alessandro Petacchi verslaat in de sprint van Milaan-San Remo.’

Op de Campini, het trainingscomplex naast het stadion, presenteert Toni zijn nieuwe voetbalschoenen – een wit model met veel goud en zonder veters. Het lijken veredelde pantoffels. ‘Dit is een magisch moment. Elke bal die ik raak verdwijnt vanzelf in het doel’, zegt de spits, één meter 93 lang, 88 kilo zwaar en een halve kilo gel in zijn haar.

In de stad wordt Toni vergeleken met oude Fiorentina-helden zoals Kurt Hamrin en Gabriel Batistuta: snel, kopsterk, een krachtig schot in beide benen en altijd op het juiste moment op de juiste plaats. Maar in zijn geboortedorp Serramazzoni ging hij door voor een giandone, een nutteloze, onhandige en verstrooide slungel.

‘Mijn succes is pas laat gekomen’, verklaart de 28-jarige Toni. ‘Waarschijnlijk ben ik daarom zo rustig en voel ik geen stress. Met al dat geploeter uit mijn jeugd in het achterhoofd, laat ik me nu niet gek maken.’

Vanaf de middencirkel van het trainingsveld kijkt Cesare Prandelli tevreden naar zijn heen en weer sprintende selectie. De Fiorentina-coach heeft vriendelijke ogen en herhaalt zijn boodschap als een mantra, een hypnotiserende hindoespreuk: ‘Beide benen op de grond, dat geldt voor de ploeg en de stad. Evenwicht en nederigheid zijn vereist.’

Florentijnse kenners bestempelen Prandelli’s kijk op voetbal als ‘renaissancistisch’: lineair en helder, zonder barokke franjes. Zijn jonge team oogt opmerkelijk volwassen en zelfverzekerd, en is een concrete bedreiging voor de gevestigde orde in de Italiaanse competitie.

‘Pas op, we zijn nog een open bouwput’, waarschuwt Prandelli. ‘Ik zet de demper op de dromen van mijn spelers. We zijn op de goede weg, we staan hoger op de ranglijst dan we hadden verwacht. Maar ons project is nog lang niet af. Ik wil het team met geduld en zonder druk opbouwen.’

In het sobere clubkantoor weet voorzitter Andrea Della Valle – gekleed in een tweedjasje en een pullover van kasjmier – zijn enthousiasme nauwelijks te verbergen. Toen hij samen met zijn broer Diego in augustus 2002 het failliete Fiorentina opkocht, stuitte hij op scepsis.

Wat wist het modeduo, bekend van het merk Tod’s, van voetbal?

‘We wilden een gezonde koopmansgeest introduceren in het zieke Italiaanse voetbal. Dat is gelukt. De loonlasten van ons Fiorentina zijn een derde van die van Inter, AC Milan en Juventus’, aldus Della Valle.

Als de ploeg in januari nog steeds hoog in het klassement staat, zullen de gebroeders Della Valle de portefeuille openen. ‘Dan kopen we een paar versterkingen voor de strijd om de landstitel’, belooft de voorzitter. ‘Maar voorlopig laten we het masker niet vallen. We moeten bescheiden blijven.’

Na de training verlaten de fans de tribunes van de Campini en stroomt Bar Marisa vol. Het clublied schalt in maximaal volume door het lokaal. Walter Tanturli, leider van de harde supporterskern, draagt een shirt met de tekst Toni e furmini, donder en bliksem in Florentijns dialect.

Flessen gaan rond, met het etiket Violone: een purperkleurige wijn, speciaal voor de club gemaakt in de Chianti-heuvels. ‘De Champions League gloort aan de horizon’, roept Tanturli. ‘We drinken en, denk erom, vrij boeren!’

Zijn oprisping klinkt luider dan de klokken van de Florentijnse domtoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden