Dokter Punto versus dokter Fiets

Wielerarts Eric Rijckaert werd, na de dopingaffaire rond Festina in 1998, het symbool van alles wat vies en voos is in de wielersport....

GLIMLACHEND stelt Eric Rijckaert vast dat hij 'altijd een gelovig mens is geweest'. Verantwoording afleggen kan dus altijd nog, zij het niet in november voor de rechtbank in Lille. De voormalige arts van de Festina-wielerploeg verwacht dat het proces over hét dopingschandaal van de Tour de France van 1998 voor hem te laat komt.

Eric Rijckaert zit woensdagochtend, zichtbaar vermoeid en niet meer dan een schaduw van de man die hij nog maar kort geleden was, in hotel Shamrock in Tielt. Zijn lichaam is aangetast door kanker, de sloop vordert angstig snel. Hij is 56 jaar oud.

'Geloof is een schone zaak. De Heidelberger catechismus heb ik nooit gelezen maar ik geloof nu wel een beetje in het feit dat de mens slecht is.'

26 Jaar in het profmilieu, en met name zijn ervaringen na 15 juli 1998, hebben Eric Rijckaert definitief een andere kijk op het leven en de mens gegeven. Op die dag werd hij in het Franse Cholet opgepakt wegens zijn aandeel in het Festina-dopingschandaal en verdween hij voor drie maanden 'in het gevang', temidden van de ratten. 'Dat was niet zo plezant.'

Woensdagavond, een eindje verderop, in hotel Brittannia aan de Belgische Noordzeekust. Daar zit Dion van Bommel (42). Van Bommel, huisarts in het Limburgse Ittervoort, maakte dit jaar zijn entree in het profwereldje, als ploegarts van het Farm Frites-team van Teun van Vliet. Van Bommel ('Ik train nog altijd een uur per dag, anders voel ik me waardeloos') straalt gezondheid en optimisme uit. 'Ik ga uit van het goede in de mens', zegt hij.

Eric Rijckaert is de man met het verleden, de man die ooit minstens zo idealistisch het profwereldje binnenstapte als Van Bommel dat zojuist heeft gedaan. Rijckaert is al zijn naïviteit kwijt, heeft ergens op het parkoers zijn onschuld verloren. Dion van Bommel kijkt naar de toekomst met de positieve ('vervelend woord in dit verband') instelling van de man die niet vooruit wil lopen op frustraties en die zijn onbevangenheid koestert.

Eric Rijckaert legt nog eenmaal publiekelijk verantwoording af over zijn verleden. Na deze dag zal hij zwijgen. Hij heeft een boek geschreven (De zaak Festina) en hij verwacht niet dat het zo'n bestseller zal worden als Willy Voets sensationele Prikken en Slikken, waarin werd beschreven hoe het hele peloton gedrogeerd in de rondte rijdt. Rijckaert strooit in zijn boek met filosofen. Er bestaat geen absoluut gelijk vindt hij. 'Ik vecht niet in de arena van de eeuwige waarheid. Maar ik hoop wel op een open debat.'

Zijn boek gaat voornamelijk over geneesmiddelen en wielrenners. Ook over hoe geneesmiddelen van een renner een andere, 'betere' renner kunnen maken. EPO bijvoorbeeld, het meestbesproken dopemiddel. EPO, dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes bevordert en daarmee de zuurstofopname. Godzijdank is er EPO, vindt Rijckaert.

'EPO, mits gecontroleerd en met mate toegediend, is een goede zaak. Ik denk dat het nog heel veel wordt gebruikt. Als EPO gevaarlijk is, is hoogtestage dat ook en zijn die druktenten dat ook.

'Wielrennen is een te zware sport. Daar ben ik heilig van overtuigd. In de Lancet stond onlangs nog een artikel dat overtraining een van de meest gevaarlijke facetten van de sport is. EPO kan daar een middel tegen zijn.' EPO, zegt Rijckaert, zou zelfs hartdoden kunnen voorkomen.

'Ik wil dat boek heel graag lezen', zegt Van Bommel. 'Het lijkt me uitermate interessant.'

Dion van Bommel behoort tot een nieuwe generatie sportartsen, met een totaal andere kijk op doping. Hij beseft dat de wielersport 'niet schoon' is, maar 'ik geloof wel dat een schone sport mogelijk is.' Hij gelooft ook dat het mogelijk is de Ronde van Frankrijk uit te rijden zonder verboden middelen te gebruiken. De renner moet goed eten, goed rusten, zich goed laten soigneren en zich laten begeleiden door een arts die beschikt over uitgekiende voedingspreparaten, vitaminepreparaten en anti-oxydanten.

Indurain, Riis, Ullrich, Pantani: 'schone Tourwinnaars'? 'Ik kan niet bewijzen dat het niet zo was.' Schoon de Tour winnen, gelooft hij het zelf? 'Jazeker. Ik snap jouw cynisme wel, er is veel gebeurd in de sport. Maar ik en andere artsen van mijn generatie geloven dat verandering mogelijk is. Dat is in elk geval ons uitgangspunt.'

VAN BOMMEL heeft zeker begrip voor Rijckaerts EPO-standpunt, dat hij een renner een dienst bewijst door hem EPO toe te dienen. 'Maar het uitgangspunt kan ook zijn dat een renner wiens hematocrietwaarde in de Tour tot lage waarden daalt, dat die renner lichamelijk niet meer in staat is de Tour te rijden. Dat hij wellicht zelfs niet geschikt is voor het profwielrennen. Ik wil ook de marathon van New York lopen, maar dat kan ik niet.

'Als je als wielerarts EPO toedient kan dat voor anderen een vrijbrief worden. Voor de renner zelf bijvoorbeeld. Die zal denken: als mijn hematocrietwaarde 65 is zal ik nóg harder fietsen. Rijckaert zal dat nooit verkondigen, zal het ook nooit zover laten komen, maar die renner zal hem misschien verkeerd begrijpen. En die gaat het dan misschien zelf doen.'

Rijckaert redeneert anders. 'Hoe moet ge dat oplossen als ge drie weken Ronde van Frankrijk doet? Ge moet van alle mogelijke inspanningen doen, drie bergritten. Ge voelt u kapot gaan. Ge moest die mensen eens zien. Dan moet ge de vraag stellen: wat is voor mij ethisch belangrijk? Moet ik die mensen werkelijk laten kapotgaan? Moet ik die mens aan zijn lot overlaten? Ik mag dat niet eens volgens mijn eed.

'Mijn definitie van doping is: is het schadelijk of niet? De gezondheid moet centraal staan. Competitievervalsing? Wij zitten altijd maar te praten en te lallen over doping en dat het oneerlijk is. Maar wat is er eerlijk in het leven? Weinig. Niets.

'Ge kunt EPO niet schadelijk noemen, wanneer het maar gecontroleerd wordt toegediend. En toch staat het op de dopinglijst. Je zou een formule moeten vinden die gelimiteerd gebruik toestaat. Ik zou het veel beter vinden wanneer er bij de beroepsrenners een systeem zou zijn waarbij in de grote koersen een dokter zou zijn die met een doosken EPO rondrijdt. En dat die mensen bloed prikt en zegt: inderdaad, uw hematocrietwaarde is 42, ik kan geen kwaad doen bij u en u wel een beetje EPO geven. De mogelijke bijwerking van EPO op lange termijn, daarover kan ik niets zeggen. Maar dat geldt voor elk medicijn, ik denk dat er geen bijwerkingen zijn.'

'We weten niet of EPO op langere termijn geen bijwerkingen heeft', zegt Van Bommel. 'Wat zou ik als arts moeten zeggen als over vijftien jaar een ex-renner bij mij komt en zegt dat hij wel negatieve gevolgen heeft ondervonden van EPO? Dan zou ik mij een misdadiger voelen. Kijk naar de renners die vroeger aan de amfetamine zaten. Daarvan is toch een handvol ontspoord, gek geworden, heel raar gaan doen.'

Niet dat Dion van Bommel Eric Rijckaert verkettert. Hij vindt hem een 'groot arts en allerminst een charlatan.' Rijckaerts definitie van doping deelt hij: middelen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Van Bommels definitie gaat alleen wat verder: tot de drog behoren ook alle middelen die op de dopinglijst staan. 'Zeker, een heleboel middelen horen niet op die lijst thuis maar ze staan er nu eenmaal op.'

Maar goede renners hebben vermoedelijk vaak helemaal geen EPO nodig, denkt Van Bommel. 'Iemand die goed presteert zit van zichzelf al in een hoog hb. Op het moment dat je beroepsrenner wordt heb je al een bepaalde constitutie want anders kom je niet zo ver. Het is nog maar de vraag of je zoveel beter wordt als jouw hematocrietwaarde van 48 op 50 wordt gebracht.

'Vergis je niet in de psychologische factor van het hele spelletje. Wat ik nu al tien jaar tegenkom is dat renners over bepaalde middelen zeggen: er moet intraveneus gespoten worden. En dan zeg ik: dat middel heb ik in tabletvorm. Hoef je niet met een spuit te klooien. Wat is dat voor onzin? Waarom is intraveneus beter? Dan zeggen ze: 'omdat iedereen dat doet.' Maar ik ben niet iedereen!'

Een renner wiens hematocrietwaarde (percentage rode bloedlichaampjes) tot 'gevaarlijk niveau' is gedaald 'moet geholpen worden', vindt Rijckaert. 'Hij is ziek en een ziek mens moet geholpen worden.' Zeker, een renner dwingen af te stappen en hem rust voorschrijven zou ook kunnen, maar zo zit Rijckaerts wielerwereld niet in elkaar.

'Een renner moet geld verdienen, wat ook geen schande is. Hij heeft een gezin, een huis. Hij moet een nieuw contract verdienen, en dat kan alleen met prestaties. Het is een socio-economisch systeem. En nu moet ge goed begrijpen dat het systeem is gevormd door al die grote organisaties. Zoals het IOC, de sportbonden, noem maar op. Die willen dopinggebruik bestrijden, zeggen ze. En toch gaat maar twee procent van de budgetten die worden uitgegeven aan Sydney besteed worden aan het dopingprobleem. Dat vind ik raar.'

En in dat socio-economische systeem, met al zijn ethische valkuilen, moet de sportarts zichzelf zien te handhaven en zijn onafhankelijkheid zien te bewaren. Een onmogelijkheid, denkt Rijckaert. 'Je wordt als arts een gevangene van het systeem dat topsport is, vast en zeker.'

Rijckaert heeft er niet zoveel problemen mee. Moeite heeft hij slechts met 'de hypocrisie, de naïviteit', 'dat is het wat mij ergert.' Ploegen die iemand die positief is buiten de deur zetten, Rijckaert ziet het met afgrijzen aan. 'Al die ploegen die zeggen: dope, nee, dat doen wij niet. Ik ben bang dat velen van hen het wél doen.'

RIJCKAERTS bijnaam binnen het peloton luidde dokter Punto, naar het kleine Fiat-autootje, in tegenstelling tot de 'Ferrari's', die bereid zijn veel meer risico te nemen. Hij stond te boek als 'de dokter die niet verder wilde gaan' en die de lijn trok bij 'levensgevaarlijke middelen als kunstmatige hemoglobine.' Andere artsen zijn minder afkerig van dergelijke middelen. 'En daarom denk ik dat de situatie na mijn vertrek alleen maar is verslechterd. Ik hanteerde een systeem van minimalisme. Ik was altijd op zoek naar het minimum. En ik dacht dat ik met EPO het gebruik van cortisonen, dat doden heeft geëist, zou kunnen uitbannen. Ik was daarmee een goed eind op weg.'

'Als Rijckaert een Punto is, en andere artsen een Ferrari zijn, dan ben ik een gewone fiets', zegt Van Bommel.

Toen de huisarts Rijckaert in 1974 als sportarts van de universiteit van Gent kwam 'stond de wielersport nergens. De renners bedrogen ons zoveel ze konden.' Toen hij een centrale plaats had verworven, moest hij van zichzelf zwijgen, zich onderwerpen aan de omerta. 'Dat is loyaliteit, zeker. Wanneer ge de omerta moest verwijderen, schiet ik die mensen in de rug. Want ik kon onmogelijk met een eerlijk geweten er tussen lopen, en er de volgende dag opeens niet meer tussenlopen.'

Van Bommel bepleit juist openheid. Dat kan, als ploegen zich maar niet meer inlaten met duistere praktijken. Dat het nog niet zover is, weet hij maar al te goed. 'Ik kijk soms nog met verbazing om me heen. Zie ik mensen voor de koers bezig in een auto, denk ik: wat gebeurt dáár allemaal?'

Ethiek hoort bij spel, vindt Rijckaert. 'Topsport is een industrie.'

Het ethisch dilemma, bijvoorbeeld dat tussen gezondheid en het publicitaire belang van een zege, is Van Bommel nog niet tegengekomen. 'In deze ploeg hebben we afgesproken dat dope er niet inkomt. Nee, ook niet als een van onze renners zich door toediening van EPO zou kunnen verzekeren van de Tourzege. Ik zou tegen hem zeggen: er zijn ook andere manieren. En wil hij toch een verboden middel, dan zou het beter zijn dat hij de ploeg verlaat.'

Hij liep er met plezier tussen, Eric Rijckaert, want wielrennen is een mooie sport. En wielerarts zijn is een mooi vak. Zijn jongste dochter studeert medicijnen, ze moet nog twee jaar. Hij heeft het er al eens met haar over gehad: ze mag zich gerust aan een wielerploeg verbinden.

'Maar ik zeg wel: ge moet weten wanneer ge op uw eigen vingers moet slaan. En ge moet u niet laten leiden door iedereen die uw vriend wil zijn.'

Dion van Bommel - 'met mijn boerenlulverstandje' - laat zich slechts leiden door zijn eigen overtuiging. Hij gelooft in beroepswielrennen zonder doping. Zijn ploeg heeft dit seizoen al elf keer gewonnen. 'En ik hoop dat ik volgend jaar rond deze tijd niet moet erkennen dat ik een Don Quichot ben geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden