INTERVIEW

Docent wordt kooivechter

De fijnbesnaarde intellectueel Jonathan Gottschall (42) gooide het roer om en besloot kooivechter te worden. Hij tekende zijn avonturen op in een boek over de mannelijke pikorde en de helende werking van een goede knokpartij.

Tonie Mudde
Jonathan Gottschall met sparring partner. Beeld Mark Shrader
Jonathan Gottschall met sparring partner.Beeld Mark Shrader

Hij haatte zijn kantoor. Hij haatte zijn blubberbuikje. Hij haatte zijn léven. En toen opeens, alsof de duivel hem hoogstpersoonlijk uitnodigde, zag Jonathan Gottschall aan de overkant van zijn faculteitsgebouw iets bewegen.

Waar zich eerst een winkel bevond met auto-onderdelen, hing nu een nieuw bord aan de gevel: Mark Shrader's Academy of Mixed Martial Arts. Door de grote ramen zag hij twee mannen elkaar opjagen in een kooi van staaldraad. Ze sloegen elkaar, schopten elkaar, wurgden elkaar.

Wat Gottschall voelde, terwijl hij midden in zijn midlifecrisis door dat raam tuurde? Een vreemde mix van emoties. Angst, ja. Maar ook: fascinatie. En jaloezie. Zelf sleet hij zijn dagen op een kleine universiteit, waar hij op zijn zoveelste tijdelijke contract voor de zoveelste keer ongeïnteresseerde eerstejaarsstudenten kon gaan uitleggen hoe ze essays moesten schrijven. Het leven van die mannen in de kooi leek zoveel spannender, zoveel echter, zoveel... mannelijker.

Niet veel later lunchte Gottschall met zijn vrouw en bestelde een salade.

'Een salade?', zei ze. 'Voel je je wel goed?'

null Beeld
Beeld

Gottschall legde uit dat hij wilde afvallen. Dat hij in vorm wilde komen zodat hij kon meetrainen met de mannen in de kooi. Dat hij het plan had een boek te schrijven over de mannelijke pikorde en de magie van een goed gevecht. En dat hij het daarvoor nodig vond om zelf een keer mee te doen aan een echt kooigevecht.

Haar antwoord: 'Je bent gek. Ze maken je af.'

Maar Gottschall zette zijn plan door. Deze week verschijnt bij uitgeverij Maven Publishing de Nederlandse editie van The Professor in the Cage, vertaald als Echte mannen vechten. Vanuit zijn studiekamer in Washington, Pennsylvania vertelt hij via Skype over zijn belevenissen in de kooi.

Jonathan Gottschall (42)

•Docent Engelse literatuur aan Washington & Jefferson College
•Auteur/redacteur van zeven boeken, waaronder The Storytelling Animal - How Stories Make Us Human (Houghton Mifflin 2012).
•Aantal officiële wedstrijden Mixed Martial Arts: 1, verloren van een student verpleegkunde.
•Aantal onofficiële wedstrijden Mixed Martial Arts: 1, gewonnen van een dichter die ervan overtuigd was dat zijn jiujitsu-technieken superieur waren aan Gottschalls Mixed Martial Arts-repertoire.

Gottschall is getrouwd en heeft twee dochters.

Waarom kooivechten? Andere mannen met een midlifecrisis gaan motorrijden, trainen voor een marathon of zetten een tatoeage.

'Motorrijden, marathons en tatoeages jagen me geen angst aan, en daar was het me om te doen. Schrijvers zeggen weleens tegen elkaar dat je juist over dátgene moet schrijven waar je bang voor bent; alleen dan komen de heftigste emoties vrij en wordt het een interessant verhaal. Geweld is een thema dat ik al langer bestudeerde, maar altijd vanuit wetenschappelijk perspectief vanachter mijn bureau. Voor dit boek moest ik maar eens uit die comfortabele stoel komen en van dichtbij meemaken hoe het echt is: iemand pijn doen of zelf pijn lijden.'

U heeft twee dochters. Iemand had u dood kunnen slaan.

'Motorcross of klimmen zijn waarschijnlijk gevaarlijker, al wil ik het risico van Mixed Martial Arts niet bagatelliseren. Het is een ongezonde sport, punt uit. Ik wil niet weten hoeveel hersencellen er bij het trainen kapot zijn gegaan door al die klappen tegen mijn hoofd. Maar de kans dat je overlijdt bij een wedstrijd is klein. Zo staakt de scheidsrechter de wedstrijd als de ene vechter de andere vechter in een positie heeft dat hij hem zou kunnen doden. En je kunt altijd afkloppen als je het niet meer ziet zitten.'

En jullie dragen handschoenen, toch?

'Ja, al is het een groot misverstand dat een gevecht daar beschaafder van wordt. Handschoenen draag je niet om je tegenstander te beschermen, maar om de kleine botjes in je eigen hand heel te houden. Schedels zijn zwaar en sterk, daar sla je je handen op stuk. Maar mét handschoenen kun je door blijven meppen zolang je maar wilt.'

'Het coolste wat me ooit is overkomen', zei Jonathan Gottschall, nadat hij tijdens de training zijn eerste blauwe oog had opgelopen. Beeld Foto uit Echte mannen vechten
'Het coolste wat me ooit is overkomen', zei Jonathan Gottschall, nadat hij tijdens de training zijn eerste blauwe oog had opgelopen.Beeld Foto uit Echte mannen vechten

U heeft een doctorsgraad en schreef onder meer een boek over Griekse heldendichten vanuit evolutionair psychologisch perspectief. En ineens kwam u hinkend of met een blauw oog naar uw werk.

'Wat het extra pikant maakte: vanuit de faculteit konden mijn collega's me ook nog zien zwoegen in die kooi. Ik dacht in eerste instantie: dit pikken ze niet, ze gaan me ontslaan. Op de universiteit, en zeker bij literatuurstudies, zijn stereotiepe mannelijke eigenschappen niet populair. Mannelijkheid wordt geassocieerd met lompheid, met agressie, met onderdrukking. En dan loopt daar ineens een kooivechter rond. Maar mijn collega's waren een stuk toleranter dan ik vooraf dacht. Ze vroegen geïnteresseerd naar mijn vorderingen en bleven me uitnodigen voor feestjes. Misschien dat ik het me inbeeldde, maar het leek zelfs alsof ik steeg in hun achting. Dan liep ik op een congres met een bloeduitstorting onder mijn oog en dan voelde het alsof ik een treetje gestegen was in de mannelijke pikorde. De blikken van vrouwen veranderden. Ik voelde me altijd een erg gemiddelde man. Maar nu dacht ik: aha, zo kijken vrouwen naar een man die ze bewonderen. Duizenden jaren lang waren mannen nodig om barbaren en beren buiten de poort te houden. Nu zijn eigenschappen als fysieke kracht en moed een stuk minder belangrijk, maar diep van binnen doen ze er nog steeds toe. Voor vrouwen in de manier waarop ze naar mannen kijken, voor mannen om bij henzelf te onderzoeken hoe dapper ze zijn.'

Toch lijkt kooivechten niet iets voor intellectuelen.

'Wat dat betreft was ik ook een zeldzame verschijning. Maar het grootste deel van de geschiedenis vochten alle soorten mannen duels met elkaar uit, ook intellectuelen. Neem Alexander Hamilton, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. Begin negentiende eeuw kreeg hij ruzie met Aaron Burr, vicepresident van de Verenigde Staten. In de pers werd Burr beschuldigd van hoogverraad en hoerenlopen en hij was ervan overtuigd dat Hamilton daarachter zat. De ruzie liep dermate hoog op dat de twee mannen elkaar uitdaagden voor een pistoolduel. Juli 1804 stonden ze daar, de founding father en de vicepresident, op tien passen van elkaar met allebei een pistool in de hand. Hamilton verloor: hij kreeg een kogel in zijn buik en overleed aan zijn verwondingen. Hamilton was de architect van het financiële systeem van de Verenigde Staten. Je zou zeggen: zo'n man is toch slim genoeg om een kosten-batenanalyse te maken van een pistoolduel. Maar een duel afslaan was in die tijd echt geen optie. De mannelijke eercultuur van toen kun je het beste vergelijken met die in sommige gevangenissen nu. Als je over je heen laat lopen bij kleine zaken - bijvoorbeeld iemand laten voordringen bij het eten - gaan ze binnen de kortste keren ook over je heen lopen bij de grote zaken. Voor je het weet word je dan iemands slaaf. Daarom belandde ook een man als Hamilton in een pistoolduel: in de top van de Amerikaanse en de Europese samenleving stond weglopen voor een duel gelijk aan maatschappelijke zelfmoord.'

Duels op leven en dood zijn een stuk zeldzamer geworden.

'Klopt, dergelijke duels verdwenen langzaam maar zeker vanaf begin negentiende eeuw. De staat werd steeds sterker, kreeg een geweldsmonopolie en garandeerde dat misdaden bestraft zouden worden. Vanaf die tijd loonde het niet meer om je leven te riskeren als iemand je iets aandeed. Je kon beter naar een advocaat stappen of naar de politie.'

Nederlandse gemeenten stimuleren soms vechtsporten voor straatjongeren. Dat zou helpen om stoom af te blazen en om hen respect voor regels bij te brengen. Goed initiatief?

'Ik heb daar gemengde gevoelens over. Aan de ene kant kan zoiets goed uitpakken in een eercultuur, waarbij jongemannen elkaar om het minste geringste een tik willen uitdelen omdat ze vinden dat de ander niet genoeg respect toont. Een duel met duidelijke regels kan dan erger voorkomen. Toch denk ik dat de samenleving er ook gevaarlijker van kan worden als zoveel jongens weten hoe ze iemand echt pijn moeten doen. Als tiener was ik een laf mannetje. Als iemand tegen me aan liep, dan ging ik er liever vandoor dan dat ik de confrontatie opzocht. Als ik destijds op Mixed Martial Arts had gezeten, had ik waarschijnlijk toch eerder gezegd: hé, kijk 'ns uit je doppen. De meeste moorden in de Verenigde Staten beginnen met kleine conflicten; de ene automobilist vindt dat hij wordt afgesneden door de andere automobilist, steekt zijn middelvinger op en zo escaleert het.'

Terug naar uw prestaties in de kooi. Hoe bereidde u zich voor op uw duel?

'Door veel te sparren, maar dat alleen was niet genoeg. Ik moest ook de juiste instelling kweken, een duistere versie van mezelf ontdekken. Of, zoals mijn coach een keer tegen me zei: 'Luister. Als je de kooi inloopt, moet je bereid zijn de kop van die vent eraf te trekken en in zijn strot te schijten.' De manier waarop ik vocht had toch iets van spelen, stoeien. Terwijl ik écht moest uithalen. En ik moest ook leren hoe 't was om een échte klap te incasseren. Dus op een gegeven moment vroeg ik aan mijn coach om zich niet in te houden. Dat heb ik geweten: een dag later zag ik nog wazig.'

U schrijft in uw boek ook dat u bang was voor oogcontact met uw tegenstanders. Waarom?

'Merk je hoe wij nu naar elkaar kijken? Zelfs zo, via Skype, vermijden we langdurig oogcontact. Ik laat mijn blik langs je gezicht glijden, laat 'm misschien even op de ogen vallen, maar kijk dan snel weer weg. Probeer als man maar eens om een andere man langdurig in de ogen te kijken: dat voelt bedreigend, je stressniveau stijgt enorm. Sommige vechtsporters maken daar gebruik van, die proberen hun tegenstander te intimideren door hem strak in de ogen te kijken. De eerste die wegkijkt bij zo'n staarduel heeft verloren. Mike Tyson (Amerikaanse bokser - red) was daar een meester in. Ik vond het oogduel zo'n vervelend idee dat ik het oogcontact met mijn tegenstander bij mijn eerste kooigevecht totaal vermeed. Als je de ander nooit aankijkt, hoef je je blik ook niet af te wenden.'

U trainde vijftien maanden voor uw eerste en enige wedstrijd. Hoe lang duurde die?

'47 seconden. Mijn tegenstander nam me in een armklem en ik voelde dat de pezen en het kraakbeen op knappen stonden. Ik kon niks anders dan afkloppen. Dat is een verschrikkelijk moment. Je zegt met dat gebaar eigenlijk: ik geef toe dat jij de sterkste van ons twee bent, en dat je me zou kunnen doden als je dat wilt. Mijn vrouw zat op de tribune, dat maakte het extra genant. Ik had haar meegenomen voor het geval ik bewusteloos in het ziekenhuis zou belanden, dan kon zij de medische beslissingen nemen. Ondanks mijn nederlaag ben ik toch blij dat ik dit heb meegemaakt. Een aantal doelen die ik mezelf had gesteld, heb ik bereikt. Op het moment dat ik begon aan dat gevecht was ik fitter en sterker dan ik ooit eerder was geweest. En ik was moedig genoeg om de kooi in te stappen.'

Karate versus sumo

Een karateka tegen een sumoworstelaar; dat was de inzet van het eerste kooigevecht in 1993. De bedenkers van dit Ultimate Fighting Championship organiseerden wedstrijden tussen beoefenaars van verschillende vechtsportdisciplines. Eerst speelden ze met het idee om de kooi onder spanning te zetten, maar dat vonden zelfs zij uiteindelijk te ver gaan. Bij het eerste kooigevecht won de karateka - de Nederlander Gerard Gordeau - binnen een halve minuut. Gordeau schakelde de ruim 200 kilo wegende sumoworstelaar Teila Tuli uit met een trap in het gezicht. Een tand van Tuli bleef in Gordeaus voet zitten.

Brad Pitt in Fight Club Beeld
Brad Pitt in Fight ClubBeeld

Bent u nu uitgevochten?

'Helaas wel. Ik had best langer willen doorgaan, maar mijn lichaam zei 'genoeg is genoeg'. Ik was altijd bang dat ik in één klap geblesseerd zou raken, maar het was eerder de opeenstapeling van schade die me de das omdeed. Een nekblessure die maar niet wil overgaan, ontstekingen in mijn grote tenen.'

U heeft de kooi overleefd. Wat wordt uw volgende schrijfproject?

'Ik ben op iets aan het broeden. Het moet in ieder geval weer iets zijn wat me angst inboezemt.'

Mag ik een gok doen?

'Ga uw gang.'

U heeft duidelijk een fascinatie voor de oerdriften van de man. Dus: een boek over seks wellicht? Waarbij u dan - voor het participerende element - meedoet als acteur in een pornofilm?

'Ha! Geen slechte gok. Openhartig schrijven over seks lijkt me inderdaad doodeng. Enger nog dan kooivechten.'

Echte mannen vechten van Jonathan Gottschall verschijnt vandaag bij Maven Publishing.

Jeugdtrauma's

In de filmklassieker Fight Club (1999) stichten 'sulletjes' ondergrondse vechtclubs, bij wijze van therapie om zich mannelijker te voelen. De film komt ter sprake in Jonathan Gottschalls boek Echte mannen vechten. Ook hij ontmoet in de ring veel mannen die vroeger gepest werden en daarom kozen voor een vechtsport. Bij Gottschall zelf speelde dit ook een rol. 'Op school trokken ze aan mijn tepels, gooiden me tegen lockers of maakten me belachelijk waar meisjes bijstonden. Nooit deed ik iets terug, simpelweg omdat ik bang was dat ik bij een gevecht het onderspit zou delven. Het ligt allemaal 25 jaar achter me, maar nog steeds voel ik brandende schaamte als ik terugdenk aan die periode. Een van de redenen waarom ik ben gaan kooivechten, is om die tijd te verwerken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden