Sportmomenten 2019

Dit waren de sportmomenten van 2019

Mathieu van der Poel in zijn Nederlandse kampioenstrui in actie in Nokere Koerse in maart van dit jaar. Beeld BELGA

Wat blijft er bij van het sportjaar 2019? Van het steentje van Mathieu van der Poel en de tranen van Dafne Schippers tot de verrassende terugkeer van Romario: dit zijn de momenten van 2019 volgens de Volkskrant-verslaggevers.

Die steen stond voor speelsheid en plezier

Het is 25 maart 2019 en Mathieu van der Poel rijdt aan de linkerkant van het peloton over een weggetje in Oost-Vlaanderen, nog in volmaakte onwetendheid van wat hem later in dat voorjaar zal overkomen. Vierde in Gent-Wevelgem. Vierde in de Ronde van Vlaanderen, ondanks een val. Winst in Dwars door Vlaanderen en de Brabantse Pijl. De beste in de Amstel Gold Race, na een krankzinnige inhaalrace.

Hier maakt hij nog zijn debuut in Vlaamse streken, in Nokere Koerse. De afloop van die wedstrijd zou aanmerkelijk minder glorieus zijn. Hij smakt hard op de kasseien aan het begin van de Nokereberg, waar boven de finish ligt. Een achteropkomende renner rijdt vol op hem in. Een ambulance voert hem weg. Maar een dag later verkent hij alweer de lastige stroken van de Ronde van Vlaanderen, op aandringen van vader Adrie gewoon weer op de fiets.

Hij is vijftien kilometer voor Nokere makkelijk te herkennen, daar rechts in beeld, in zijn rood-wit-blauwe shirt van de Nederlandse kampioen. Een beetje afwachtend, lijkt het. Onderneemt iemand nog iets of zal hij het zelf maar weer eens doen?

Dan gebeurt het. Het is nauwelijks waarneembaar, je moet ervoor inzoomen en het beeld vertragen. Wat ook al niet helpt is dat hij er zelf niet prat op gaat. Geen triomfantelijk gebaar, niet eens een blik zijdelings naar andere renners op zoek naar bewondering: zagen jullie dat? Gebogen over het stuur blijft hij stoïcijns doortrappen.

Vanzelfsprekend is het allerminst. De snelheid van het peloton moet op z’n minst op veertig kilometer per uur liggen. Het weerhoudt hem er niet van het er toch maar op te wagen. Hij oefent er ook op tijdens trainingen. Het kan een verzetje zijn tijdens die ellenlange uren op de weg te midden van een grote groep, waarin bij hem de verveling nog wel eens wil toeslaan.

Pieuw! Met een boogje vliegt het steentje omhoog en belandt in een grindstrook naast de weg. Van der Poel ruimt met twee flitsende en naadloos in elkaar overlopende bewegingen het obstakel uit de weg. Hij tilt het voorwiel op en draait zijn stuur enkele centimeters naar rechts. Ták. Probeer het zelf maar eens.

Je kon na die dag in maart gerust zeggen: dit illustreert zijn speelsheid en het plezier. Hou dit vooral vast, Mathieu. Maar met de wijsheid achteraf, na die triomftocht in de lente, markeert de ‘pieuw’ ook het einde van een tijdperk. Van der Poel heeft intussen te maken met een personal coach, met zorgvuldig uitgestippelde programma’s, met strategieën, met data over vermogen, hartslag en trapfrequenties. Met het steentje mikte ‘Matje’ ook zijn jeugd in de berm.

Rob Gollin

En toen liet Dafne haar masker zakken

Bart Bennema pakt de schouders van Dafne Schippers vast. Haar coach drukt een kus op haar slaap en rust dan even met de zijkant van zijn voorhoofd tegen dat van haar. Schippers heeft zojuist besloten niet van start te gaan in de finale van de 100 meter op de WK atletiek in Doha. Ze blesseerde zich tijdens de halve finale en kan niet meer in actie komen. Haar jaar is, in sportief opzicht, mislukt. Ze voelde in trainingen dat het de goede kant op ging, er werd gepraat over ‘oude tijden’, maar ze kreeg daar geen bewijs voor in de wedstrijd. Ze raakt haar wereldtitel op de 200 meter kwijt en verlaat de WK met nul medailles.

In de sterke armen van haar vader komen de tranen. Buiten het stadion ontmoet Schippers haar ouders. Op het bijna lege plein, veel publiek is er niet in Doha, omhelzen Ernst en Karen Schippers hun dochter. Met rode ogen komt de 27-jarige sprintster aan in de mixed zone. Daar kan ze even met de pers praten. Er wordt een stoel voor haar gehaald. Ze is blij dat ze even kan zitten om haar pijnlijke lies rust te gunnen.

Door de emoties valt het masker van haar af. Ze heeft het vaak op als ze met journalisten praat. Schippers geeft niet veel 1-op-1 interviews. Op persconferenties is de sfeer soms gespannen, zeker de laatste jaren waarin ze zoekende is naar haar oude vorm. Het voelt voor haar vaak alsof ze zich moet verdedigen. In die rondetafelgesprekken, met opnameapparatuur onder haar neus, praat ze in hoog tempo, bijna zonder adem te halen. Haar broer en manager Derek Schippers zit er vaak bij.

Dafne Schippers trekt zich terug voor de 200 meter wegens een blessure tijdens de wereldkampioenschappen atletiek in Qatar. Beeld ANP/Erik van Leeuwen

Met het verdriet van een verloren WK nog vers in haar hoofd, is er een glimp van de echte Dafne Schippers te zien. Zonder masker praat ze over de ‘oude ik’ die ze graag had laten zien. De ‘ik’ waarvan ze dacht dat ze hem terug had gevonden. De ‘ik’ die zo makkelijk hard kon lopen, die in een recordtempo van de meerkamp naar de wereldtop in de sprint was gegaan. Schippers praat over hoe ‘ontzettend pijnlijk’ dit in topsport is. Over hoe het jaar in het teken stond van ‘veel struggles’.

Ze moet uit gaan vinden hoe haar lichaam heel blijft als ze naar een topvorm toe werkt. Het volgende rondetafelgesprek zal het er weer over gaan. Met of zonder masker op.

Eline van Suchtelen

Die dekselse Braziliaan legde ons in de luren

Op een koude zaterdagmorgen in maart stond ik op een industrieterrein in Eindhoven te wachten op mijn voormalige voetbalheld Romario. Voor een slordige 150.000 euro kwam hij, 53 inmiddels, twee daagjes carnaval vieren in Eindhoven. Eerlijk is eerlijk: een lumineus idee van Energiedirect.nl, dat afscheid nam als hoofdsponsor van PSV en met een knal wilde afzwaaien.

Via-via was geregeld dat de Volkskrant meekon op de praalwagen door Eindhoven. Of dat iets voor mij was, luidde de vraag. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Romario was mijn jeugdidool en ik rook een schitterend verhaal, want Romario daar was altijd wel iets mee aan de hand.

Ooit, lang geleden, stopte hij eens doodleuk een paar briefjes van honderd in de boetepot van PSV om daarna lachend ‘tot zondag’ tegen zijn medespelers te roepen. Hij kon zijn tijd wel beter besteden. In één van de vele discotheken van Eindhoven bijvoorbeeld.

En zodra het kouder begon te worden kon hij soms als een invalide in Nederland in het vliegtuig stappen om er in Brazilië weer springlevend uit te komen.

Romario op een praalwagen van Energiedirect.nl bij de carnavalsoptocht in Eindhoven. Beeld Marcel van den Bergh

Door Romario’s reputatie heerste er die zaterdag op het industrieterrein, waar de praalwagen in gereedheid werd gebracht, een vreemd soort opwinding. Aan de ene kant hoopten de genodigden dat Romario gewoon op de afgesproken tijd zou aankomen. Maar aan de andere kant zou het ook wat zijn als hij verstek liet gaan.

Dan konden wij tot in lengte van jaren op verjaardagen vertellen dat we er bij waren geweest, toen hij, nadat de optocht al lang en breed was afgelopen, met een betrapt gezicht ‘Romario was beetsje moe’, kwam zeggen.

Maar zo ging het niet. Romario kwam stipt op tijd aan, schudde de aanwezigen keurig de hand, omhelsde zijn oud-ploeggenoot Gerald Vanenburg en stapte vervolgens op de praalwagen om zich een paar uur te laten toejuichen door de PSV-supporters. Hij speelde het spel mee, maar hield altijd de regie en ging niet mee in de gekkigheid die om zijn komst hing.

Eigenlijk, zo moest Romario toegeven, had hij zich vroeger als speler als een idioot gedragen. Hij was inmiddels grijs en vader van een dochter met het syndroom van Down, wat hem had aangespoord in de politiek te gaan om voor de belangen van gehandicapten op te komen.

Nee, van de oude Romario was geen spoor te bekennen, die middag op de praalwagen in Eindhoven. Die dekselse Braziliaan had ons allemaal weer op het verkeerde been gezet.

Iwan Tol

Hoe de twijfels zelfs Federer verlamden

Alleen op Wimbledon wordt Centre Court met hoofdletters geschreven om te benadrukken dat deze tempel in Londen het kroonjuweel van de tennissport is. Tijdens de finale tussen Roger Federer en Novak Djokovic in 2019 is het Centre Court een deinend cruiseschip. Op 8-7 in de vijfde set kan Federer de bokaal voor de kampioen al bijna aanraken, wanneer hij in zijn servicebeurt twee ‘Championship’ points krijgt.

Het zijn geen gewone matchpoints, deze ‘Championship’ points zijn voor de eeuwigheid en hij weet het. Een maand voor zijn 38ste verjaardag serveert Federer voor meer dan een negende Wimbledontitel. Hij kan zijn recordaantal van 20 grandslamtitels uitbreiden tot 21 en Nadal en Djokovic weer op een grotere achterstand zetten. Durft iemand dan nog te betwisten dat Federer de beste tennisser aller tijden is?

Het zou een unieke prestatie zijn als Federer zich 16 jaar na zijn eerste Wimbledontitel in 2003 wederom als het symbool van de eeuwige jeugd manifesteert. Het moest zo zijn. In de halve finales had Federer zijn aartsrivaal Rafael Nadal verslagen, als verlate revanche voor zijn smartelijke nederlaag in de Wimbledonfinale van 2008. Dit was het moment om als nummer 3 van de wereld nog één keer uit de schaduw te treden van Nadal en Djokovic.

Roger Federer feliciteert Novak Djokovic na de Wimbledonfinale. Beeld EPA

8-7, 40-15 Federer en het Centre Court is nu het festival van de hunkering. Dan slaat de twijfel toe bij de Zwitser, alsof de verloren Wimbledonfinales tegen Djokovic in 2014 en ’15 even door zijn hoofd flitsen. Twijfel is voor elke topsporter een druppel gif met een verlammende uitwerking. Nog één keer serveren naar de backhand van Djokovic om zo de baan te openen voor zijn striemende forehand, dat recept heeft toch prima gewerkt?

Of juist nu na de eerste opslag opstomen naar het net en een fluwelen volley wegleggen, zijn bijna vergeten handelsmerk op gras? Tegenover Federer staat een gewond beest dat hem zal dwingen zelf de genadeslag uit te delen. Federer verkrampt en mist een simpele forehand, niet voor het eerst kraakt de Zwitser mentaal. ‘Adem in, adem uit’, roept oud-kampioen en BBC-commentator Boris Becker.

Hij herkent de storm die door de ziel van Federer woedt. Nog één kans en nu loopt Federer wel op. De aarzeling is tastbaar, dit is geen triomfantelijke mars naar het front. Djokovic ruikt de angst bij Federer en slaat ook het tweede ‘Championship’ point weg. 8-8 en de magie is verdwenen.

Voor het eerst wordt op Wimbledon bij een 12-12 stand in set 5 een tiebreak gespeeld, maar de uitkomst staat al vast. Die vervloekte twijfels zullen Federer nog lang achtervolgen.

Robèrt Misset

Ons bescheiden nichtje is wereldkampioen geworden

We hadden haar zien komen. Als uitblinkster op het jaarlijkse schoolhandbaltoernooi dat wij in die tijd organiseerden. De dochter van de oudste broer van mijn vrouw, zelf ook een handbalster pur sang. Drie jaar later stond ze als dertienjarige in het eerste van het plaatselijke VZV, de dorpsclub die eredivisie speelde. Ze lag vaak op de grond, met haar risicovolle aanvalsspel en onvolgroeide lijf, maar ze krabbelde een of twee sponzen later altijd weer op.

We zagen haar aansluiten bij de Handbal Academie op Papendal. We dachten dat ze de jongste was, toen in 2006. Maar Danick Snelder en Laura van der Heijden waren nog jonger. Waar moest dat toe leiden, zo’n jeugdopleiding in een land zonder serieuze handbalcompetitie? We zouden het zien. Het zou alle verwachtingen overtreffen.

Het pad, op de voet gevolgd door de familie, liep langs het Europees Olympisch Jeugd Festival van Belgrado 2007 en tal van jeugdtoernooien. Daarna volgden de grote kampioenschappen, vanaf het WK in Brazilië in 2011. In 2015 kwam de doorbraak van het Nederlandse vrouwenhandbal. In Denemarken werd de WK-finale gehaald en door een gebrek aan ervaring dik verloren van het tot dan oppermachtige Noorwegen. Dat zou veranderen, maar dat stond in de sterren geschreven.

In 2016 werd Jessy Kramer, over haar hebben wij het, olympiër. De kwalificatie voor Rio werd afgedwongen, het oudste doel van het lang succesarme Nederlandse handbal. Maar de nummer 5 van het Nederlands team kreeg op de spelerslijst nummer 15. Veertien vrouwen mochten op het wedstrijdformulier, zij niet. Mijn nicht zat op de tribune, naast dokter Oei, als de reserve die zou worden opgeroepen als een speelster geblesseerd zou raken. Dat werd ze nooit.

Het Nederlands handbalteam in de aanval tegen Denemarken op het WK. Beeld BSR Agency

Al die pijn van toen was drie jaar later vergeten, toen zij stevig en onmisbaar deel uitmaakte van het Nederlands team dat in Kumamoto, in het uiterste zuiden van Japan, wereldkampioen werd. Na vierde (OS 2016), derde (WK 2017 en EK 2018) en tweede plaatsen (WK 2015 en EK 2016) was er de bekroning voor de Nederlandse handbalsters die hun droom waarmaakten. Estavana Polman, Lois Abbingh en Tess Wester waren de gevierde handbalsters, bij geen camera weg te slaan. Ons bescheiden nichtje, uit een West-Fries dorp met 400 inwoners, stond ergens midden in de rij, maar had in haar interlands 133 tot en met 142 indruk gemaakt als reuzin in de verdediging en soms aanvaller op rechts.

We keken op tv naar de huldiging, de rest van de familie sprong elders door een huiskamer zagen we op de Kramer-app, en we voelden ontroering. Het volkslied was nog niet af, toen mijn vrouw alweer weg moest. Ze ging haar A2-junioren coachen. Zo gaat dat in het handballeven dat nooit meer hetzelfde zal zijn. Want we hebben een wereldkampioen in de familie.

John Volkers

Een schot zonder vangnet

Ze was zo gewoon. Zo aardig. De lach was nooit ver weg. Ze hield op verzoek een balletje hoog in haar mooie blouse, met haar lange jas. Of zonder haar lange jas, in de frisse winterzon. Ze liet ons het dorp bij Frankfurt zien waar ze al jaren woonde in relatieve rust. De restaurants waar ze soms at. Het Christusbeeld in het centrum. Ze zwaaide naar bekenden. Bij de plaatselijke Italiaan vertelde ze over haar leven als voetballer, over haar motivatie om de beste middenvelder van de wereld te willen worden.

Fotograaf Guus Dubbelman en ik waren na een middag in februari tevreden over ons bezoek aan Jackie Groenen, international van het Nederlands elftal. Uren praten en fotograferen. We zouden het gesprek in stukken hakken voor een serie in de aanloop naar het WK in Frankrijk. Groenen vertelde prachtige jeugdverhalen, over fanatisme en volharding.

Het ging bijvoorbeeld over die ene Kerst, toen vader Jack tegen moeder Lisette zei dat haar cadeau buiten stond. Een auto, dacht moeders. Maar nee, het was eigenlijk meer een cadeau voor de dochters Merel en Jackie. Het was een doel, een voetbaldoel op ware grootte, met een vangnet voor de missers. Konden de meiden schieten en nog meer trainen. Oefenen. Oefenen.

Jackie Groenen is het middelpunt van de feestvreugde na de zege in de halve finale tegen Zweden. Ze scoorde de enige goal. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Want schieten, dat kon ze nooit zo goed. Jackie Groenen was een ukkie. Ze dribbelde vooral. Ze voetbalde met jongens in de jeugd. Dan gaf ze een steekpass en schoot zo’n jongen de bal in de kruising. Eindeloos veel hoofdstukken later, op 3 juli 2019 in Lyon, speelde ze de halve finale van het WK tegen Zweden, als verbeelding van de jeugddroom. We waren er weer bij, Guus en ik, nu langs de lijn als fotograaf en op de perstribune. Het was zo’n wedstrijd die trilt van de spanning maar die ook een beetje vastzit. Het bleef maar 0-0.

En dan, in de eerste verlenging in Lyon, krijgt Jackie Groenen de bal. Ze speelt die een keer vooruit en schiet van achttien meter. Zonder na te denken. Diagonaal. Ze weet dat ze het kan. Het schot is perfect. Niet eens overdreven hard. Eerder dodelijk treffend. Laag, in de hoek. Oranje staat in de finale. Alles balt samen in één schuiver langs keeper Hedvig Lindahl. Al die uren voetbal, al die dromen komen bij elkaar, in dat schot zonder vangnet.

Willem Vissers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden