'Dít kan bij ons het verschil zijn tussen goud en zilver'

Jeroen Otter, de coach van de nationale shorttrackploeg, wurmt zich een weg door de ingang van de kleedkamer. Binnen bereiden elf Nederlanders, vier Kazakken en een Israëliër zich voor op de training, maar de ruimte is te klein. Bij de geringste beweging stoten de atleten en begeleiders tegen elkaar aan. 'Dat gaan we nog wel even doorgeven', zegt Otter.

Sjinkie Knegt (midden, nummer 62) traint samen met de rest van de nationale shorttrackploeg op de olympische ijsbaan in Gangneung, als voorbereiding op de wereldbekerwedstrijd aankomend weekend. Beeld Woohae Cho

De bondscoach is kritisch. Over veertien maanden moet het hier gebeuren, in de Ice Arena van het Zuid-Koreaanse Gangneung, nabij het berggebied Pyeongchang: de Olympische Winterspelen.

De komende tijd worden met officiële wedstrijden alle locaties getest, van de snowboardhelling tot de ijsbanen. De shorttrackers rijden er vanaf vrijdag wereldbekerwedstrijden. Het dwingt de organisatie om alles op tijd af te hebben.

Nou ja, alles. Het ijs ligt er en de tribunes staan klaar, maar getuige de stoet bouwvakkers die door gang marcheert en het voortdurende gejaag van boormachines, is er in de rest van het gebouw nog genoeg te doen. Op de route naar de baan ligt zelfs nog een laagje bouwstof, wat de staf en de spelers doet fronsen; stof is een recept voor slecht ijs.

Ach, relativeert Otter, hoe het ijs er nu bij ligt, zegt weinig over de kwaliteit ervan tijdens de Spelen. De omstandigheden zijn dan helemaal anders. Niet alleen worden de kunstschaatswedstrijden op hetzelfde ijs afgewerkt, er zitten straks dag in dag uit twaalfduizend man publiek in- en uit te ademen. 'Moet je eens kijken wat dat teweegbrengt.'

Zelf kijkt hij vooral naar de 'logistiek' in de hal. Is de looproute van kleedkamer naar het ijs en terug niet te lang? Kan hij na de wedstrijden gemakkelijk bij zijn atleten komen voor een nabespreking? Waar is de behandelruimte voor de fysiotherapeut?

Omdat ook de warming-upruimte nog niet klaar is, lopen de schaatsers zich warm op de eerste ring van de tribune. Beneden vervolgt Otter zijn inspectie. Naast 'de minuscule' kleedkamer ziet hij nog wel wat andere verbetermogelijkheden. Als Otter op een batterij officials van de internationale schaatsunie stuit, zegt hij: 'Hebben jullie de podiumdelen gezien achter de stootkussens? Dat kan echt niet, zo veert het kussen niet genoeg mee en komen er blessures. Gaan ze die nog verwijderen?'

Voor Otter geldt: alle gebreken die hij nu doorgeeft, kan de organisatie het komende jaar nog oplossen. Hij wijst op de afstand tussen zijn beide schoenen. 'Dít kan bij ons het verschil zijn tussen goud en zilver. Het komt het aan op de details. Alles waar ik controle over kan uitoefenen, wil ik goed geregeld hebben.'

Ook de schaatsers hechten veel waarde aan de testwedstrijden. 'Het kost nou eenmaal tijd om alles te ontdekken. Als je dat nu doet, ben je op de Spelen minder afgeleid', zegt routinier Yara van Kerkhof. In 2013 keek de destijds 23-jarige tijdens de testwedstrijden in Sotsji haar ogen uit. 'Ik was onder de indruk van dat enorme stadion, dat deed wel wat met me', aldus Van Kerkhof, die destijds het hele gebouw verkende. Met als resultaat dat het terrein een jaar later, tijdens de Spelen, vertrouwd aanvoelde.

Zo is een bezoek aan de olympische schaatsarena in wording ook deel van de mentale voorbereiding. De geblesseerde schaatser Freek van der Wart komt deze week speciaal invliegen om ook de locatie te kunnen zien.

Een van de praktische dingen waar Van Kerkhof op let, is of de kleedkamers warm genoeg zijn. 'Soms moet je wel twee uur wachten op de volgende race. De kleedkamer is de enige plek waar je even rust hebt. Als het daar te koud is, koel je af en word je lichaam stijf.'

Jeroen Otter, coach van de nationale shorttrackploeg. Beeld Woohae Cho

Eenmaal aan de rand van de baan blijken coach en schaatsers toch ook wel nieuwsgierig naar de staat van het ijs. De Canadezen, die hun vijftig minuten op de baan hebben gehad, worden door Otter meteen bevraagd over hun ervaringen.

Het hopen is op een baan zoals in Salt Lake City, waar de ploeg vorige maand goed heeft gepresteerd. Kopman Sjinkie Knegt won er met overmacht de 1.500 meter en verbrak daarbij het wereldrecord. Met name de hardheid van het ijs is belangrijk. Is de baan wat stugger, dan hebben de schaatsers meer grip, maar kost het schaatsen meer kracht. Daarop moeten de schaatsen worden aangepast. Materiaalman Kip Carpenter heeft zijn kist met alternatieve ijzers al opengeklapt. 'Ik voorspel je dat hij de komende anderhalf uur hoofdpijn krijgt van alle verzoeken', aldus Otter.

Dat blijkt mee te vallen; de meeste schaatsers zijn positief als ze de baan afstappen. Zo ook Van Kerkhof. 'Het geeft genoeg druk én het glijdt goed door.' Otter is ook tevreden. 'Hier kunnen we wel wat mee.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden