Analyse Succes Nederlands wielrennen

Dit is waarom het Nederlandse wielrennen zo glorieert

Het begint bij de dikkebandenrace: de opmars van Nederland als wielernatie is te verklaren uit de breedte van de wielersport in ons vlakke land. Maar de clubs kunnen nog wel wat aanwas gebruiken.

Mathieu van der Poel (M) wint de Amstel Gold Race. Simon Clarke (L) wordt tweede en Jakob Fuglsang (R) wordt derde. Beeld ANP

De Nederlandse wielerliefhebber met chauvinistisch bloed in de aderen komt deze maanden behoorlijk aan zijn trekken. In uiteenlopende disciplines kleurt het herhaaldelijk oranje op de podia. Dat belooft wat: het is zelfs niet gewaagd nu al te veronderstellen dat volgend jaar op Olympische Spelen in Tokio de fiets het belangrijkste vehikel wordt voor het ophalen van eremetaal.

Ga maar na. Het wemelt regenboogkleuren op Nederlandse truien. Anna van der Breggen is wereldkampioen op de weg. Annemiek van Vleuten is wereldkampioen tijdrijden. Mathieu van der Poel is wereldkampioen veldrijden – geen olympische sport, maar hij heeft zijn zinnen gezet op winst in het mountainbiken; berg je dan maar. Begin vorig jaar was er de dominantie op de baan, in het Poolse Pruszkow, met titels voor Kirsten Wild en Amy Pieters, Matthijs Büchli, Jan-Willem van Schip, Harry Lavreysen en de teamsprinters. Op de WK BMX in Bakoe, Azerbeidzjan, regeerde Laura Smulders bij de vrouwen.

Annemiek van Vleuten op het podium bij de wereldkampioenschappen wielrennen in Innsbruck, 2018. Beeld EPA

Ook als er geen wereldtitels te vergeven zijn, rijden Nederlanders voorop. De gongslag was de winst afgelopen zondag van Van der Poel in de Amstel Gold Race, met als opmaten de zeges in Dwars door Vlaanderen en de Brabantse Pijl. Dylan Groenewegen en Fabio Jakobsen bewezen dit voorjaar in verschillende races dat ze tot de sprintelite behoren. Van Vleuten won de Strade Bianche.

De honger is nog niet gestild. De verwachtingen zijn hooggespannen als Tom Dumoulin komende maand op jacht gaat naar zijn tweede roze trui in de Giro d’Italia en Steven Kruiswijk in de zomer mikt op de verbetering van zijn vijfde plek vorig jaar in de Tour de France. Bondscoach Koos Moerenhout zou Van der Poel graag in september actie zien komen op het WK in Yorkshire. Het parcours met vele steile klimmetjes is volgens hem geknipt voor de Kapellenaar. Op deze titel staat Nederland al wel lang droog, de zege van Joop Zoetemelk in Giavera del Montello dateert uit 1985.

Natuurlijk speelt het uitzonderlijke talent van een aantal renners een hoofdrol in het huidige Nederlandse overwicht, beaamt algemeen directeur Thorwald Veneberg van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie. Maar het zijn volgens de voormalige bondscoach ook onderliggende structuren die de weg plaveien naar succes.

Nog geen grote ledenaanwas

Het fundament van de piramide wordt gevormd door een simpel gegeven: Nederland is fietsland. Al vanaf jonge leeftijd gaan kinderen over veilige en vlakke wegen naar school of sportclub. ‘Dat het ook leuk is om wedstrijdjes te rijden, ontdekken ze bijvoorbeeld als ze een keer meedoen aan een dikkebandenrace’, verklaart Veneberg. Dan is voor sommigen de stap naar het lidmaatschap van een club snel gemaakt; verspreid over het land zijn er zo’n 250. Er opent zich een waaier aan variaties: BMX, baan, crossen, mountainbiken, racen op de weg. Op regionale trainingscentra kunnen de talenten hun mogelijkheden gaan ontdekken. Veneberg wijst op het belang van een flexibele opstelling van de begeleiders. ‘Van de huidige generatie baanwielrenners komt een behoorlijk aantal van de BMX. Er wordt niet krampachtig geprobeerd die talenten voor het eigen specialisme te behouden of het succes te claimen.’

Matthijs Buchli bij de wereldkampioenschappen baanwielrennen 2019, met een gouden medaille om zijn nek. Beeld Getty Images

Waar voorheen het Rabobank Development Team de enige kweekvijver voor jonge wielrenners vormde – onder anderen Thomas Dekker, Robert Gesink, Bauke Mollema, Laurens ten Dam en Dumoulin reden er in hun jonge jaren – ontfermen nu meer teams zich over jong talent, zoals SEG Racing Academy, Metec-KTH en Sunweb. Nationale coaches selecteren uit die gelederen ook renners voor de Nations Cup, een competitie voor landenteams onder de 23 jaar. Ze rijden dan onder meer Gent-Wevelgem, de Ronde van Vlaanderen en de Tour de l’Avenir. Veneberg: ‘En dan worden met opzet niet alleen de allersterksten opgesteld. Iedereen moet een kans krijgen om zich te ontwikkelen.’ Het is een les die ook is getrokken uit het soms als te scherp ervaren selectiebeleid van Rabobank. ‘Daar hebben ze zich misschien wat te veel gericht op de klimmers. Nu zie je dat ook sprinters en klassieke renners meedoen.’

Laura Smulders heeft goud gewonnen bij de Europese kampioenschappen BMX in Glasgow, 2018. Beeld EPA

Vooral die eerste groep weet snel de aansluiting met de top te vinden, stelt Veneberg vast. ‘Kijk naar Dylan en Fabio. Sprinters moeten kort heel veel vermogen leveren. Dat is heel specifiek. Voor een verdeling over een hele wedstrijd heb je gewoon wat meer ervaring nodig. Dan duurt het langer voordat je de kloof met de besten weet te dichten.’

Garanties voor een vervolg op de vette jaren zijn er niet. De huidige successen leiden nog niet tot een grote ledenaanwas bij de clubs. Volgens Veneberg is het imago van het wielrennen als een tijdverdrijf voor grijzende en niet zelden dikbuikige witte mannen wel aan erosie onderhevig en winnen de BMX en de mountainbike aan populariteit onder jongeren. ‘Maar op wedstrijdniveau zien we het niet terug. Het is ook lastig om zoiets in te plannen tussen alle andere activiteiten.’ Zijn advies is het toch maar eens te proberen. ‘Ga maar eens naar een club die een afgesloten parcours heeft. Dan kun je eens ontdekken hoe leuk het is het tegen een ander op te nemen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.