FC Emmen-watcher Peter Middendorp

Dit grillige seizoen zit vol met driehoekjes van nutteloosheid

Dick Lukkien, de trainer van FC Emmen, huldigt de theorie dat 34 punten genoeg zijn om aan directe degradatie te ontkomen, en aan de vermaledijde nacompetitie – één punt per wedstrijd. Eigenlijk is het niet alleen een theorie maar ook beetje een statistische werkelijkheid. De laatste jaren betekende 34 punten meestal: veiligheid, lijfsbehoud.

Uit 24 wedstrijden heeft Emmen intussen 24 punten gehaald, en staat het op de 16de, tweede nacompetitieplek, boven NAC (17 punten) en De Graafschap (22), en onder PEC (25), Excelsior (26), Fortuna Sittard (26) en ADO Den Haag (28). Ex-directeur Beekman toonde me laatst een lijstje van VI op zijn telefoon, waarop je kon zien dat je de laatste 10 à 15 jaar met 24 punten veel hoger op de ranglijst had gestaan. Hoger en veiliger.

Het is een grillig seizoen, het grilligste in jaren. ‘Het rechterrijtje’ van de ranglijst, de onderste helft, is tot nu toe een grote degradatiezone. Twee à drie keer winnen, zoals FC Groningen deed, en je speelt niet meer tegen degradatie maar voor Europees voetbal.

Ik heb het vaak jammer gevonden dat het precies dit seizoen zo grillig moet zijn, het eerste dat we meedoen. Heb je een keer 24 punten, heb je er nog niets aan. Tot ik andere degradatiekandidaten ook over grilligheid hoorde en ik me realiseerde dat we in een minder grillig seizoen waarschijnlijk ook nog geen 24 punten hadden gehad.

We doen het goed. Soms winnen we dat je denkt: het is niet te geloven. Maar in hetzelfde weekend pakken alle concurrenten dan ook punten, zodat je er niet veel meer aan hebt. Het is irritant, zoveel punten als de concurrenten pakken. Vooral sinds de winterstop. Als je na de eerste paar wedstrijden van 2019 een ranglijst van het kalenderjaar had gemaakt, hadden de degradatiekandidaten bovenaan gestaan.

We speelden gelijk tegen PSV en verloren meteen daarna van Excelsior. We wonnen van een directe concurrent, waarna die concurrent de week erop ineens van Ajax won. Zo doen wij het, en zo doen de meeste ploegen in het rechterrijtje het ook, zodat de ranglijst ook na een slagregen aan spectaculaire uitslagen soms hetzelfde blijft.

A wint van B, B wint van C en C wint van A, zodat ze na afloop precies evenveel punten hebben en ze die wedstrijden dus eigenlijk net zo goed achterwege hadden kunnen laten. Precies heb ik alles niet nagelopen, maar volgens mij zit de hele competitie, en dan vooral het rechterrijtje, vol met zulke driehoekjes van nutteloosheid.

Vandaar dat het gevoel, dat me nu al 24 competitieronden begeleidt, dat zich nu wel elk moment iets definitiefs zal gaan aftekenen in de ranglijst, bij me blijft, ook na zondag, toen we in de Kuip even lelijk op de witte broekjes kregen. Dat gevoel. Plus de angst dat er zich allang iets definitiefs heeft afgetekend, dat we nog niet willen zien.

Nog tien wedstrijden. In Emmen zeggen we: nog tien finales. Aan trainer Lukkien vroeg ik laatst: ‘Geloof je nog in je 34-puntentheorie?’ ‘Ja’, zei hij, en hij haalde zijn schouders op. ‘Ja.’ Eerst vond ik dat gek, later dacht ik: logisch. De theorie heeft zich allang bewezen, die valt niet meer zomaar om, al vliegen we er nog zo hard uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden