Dirk Kuijt: ‘Er gaat nooit meer zoiets moois komen als voetballer zijn’

Een jaar na het kampioenschap van Feyenoord

Dirk Kuijt (37) drukt zich uit in een metafoor aan het strand van Noordwijk. Hij heeft het gevoel dat hij de tunnel van het voetbal pas net heeft verlaten, dat hij nog steeds in de landingsfase zit. ‘Vroeger zweefde ik altijd.’ Beneden ziet hij de vaste grond. Wat hij dan ziet?

Dirk Kuijt en zijn zoon met de kampioensschaal in mei 2017. Foto ANP

‘Ik kan erg genieten van dit moment. Hoe wij hier zitten aan het strand. Of zoals afgelopen zaterdag, toen ik als vader aan de kant stond bij mijn zoons, net als andere vaders. In mijn loopbaan ben ik daaraan vaak voorbijgegaan. Vroeger was ik alleen bezig met voetballen, met hoe ik de prestatie ging leveren die ik wilde leveren.’

De gevierde voetballer van voorheen wordt weer een gewone burger. ‘Je leeft in een andere wereld als voetballer. In Noordwijk voel ik me fijn. Iedereen laat me met rust, want ze kennen me.’ 

Het was afkicken van het voetballerschap. Het is ook tragiek. Heeft de voetballer niet de mooiste tijd van zijn leven gehad, zo halverwege de 30? Of is dat geen tragiek? ‘Nee, want ik kijk met veel voldoening terug. Ik ben een bevoorrecht mens dat ik het allemaal heb mogen meemaken. Het feit dat de loopbaan tijdelijk was, maakt het juist mooi. Het verleden zit in mijn hart. Het vertellen van mijn verhaal is een soort verwerkingsproces, maar ook een terugblik op alles wat ik heb meegemaakt. Hoewel het soms pijn deed en ik soms in de put zat.’

Ongekende apotheose

Af en toe geeft hij een hand of gaat hij op de foto. Aanleiding voor het gesprek is zijn biografie Dirk Kuyt (in het boek met y geschreven, bij deze krant ij), Het geloof in succes, van Telegraaf-journalist Jaap de Groot. Het boek, met alleen Kuijt aan het woord, leest snel weg en gaat vooral over de laatste twee seizoenen bij Feyenoord, met de apotheose die alleen in verzinsels bestond: het kampioenschap op de slotdag, met zijn drie doelpunten tegen Heracles. Maandag precies een jaar geleden.

Dirk Kuijt zakt door de knieën bij het laatste fluitsignaal van de wedstrijd tegen Heracles. Met drie doelpunten bracht hij na 18 jaar het kampioenschap weer naar Rotterdam. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het was de tot leven gewekte droom, in veler ogen. Kuijt ziet dat anders: ‘Het was geen droom, het was geloof. Terwijl vriend en vijand me uitlachten toen ik bij mijn komst naar Feyenoord zei dat we kampioen konden worden. Je bent niet goed bij je hoofd, zeiden ze. Soms lijkt iets heel ver en onbereikbaar, maar als je er veel voor doet, komt het steeds dichterbij.’

Het boek gaat vooral over zijn terugkeer naar Feyenoord. Over zijn immense rol op het veld en in de kleedkamer. Over professionalisering. Over Dick Advocaat die trainer Van Bronckhorst kwam helpen. Over gesprekken betreffende de samenstelling van een selectie die de titel zou kunnen winnen. Over Van Bronckhorst die hem passeerde, over de bijna ondraaglijke pijn die dat opleverde.

Dj Afrojack 

Over de verbinder die hij altijd is. Over dj Afrojack die al door Kuijt persoonlijk was geregeld voor een optreden in de Kuip, terwijl Feyenoord verloor bij Excelsior en (nog) geen kampioen was. ‘Het boek en mijn afscheidswedstrijd op 27 mei zijn echt een afsluiting. Daarna kan het boek dicht.’

Dit verhaal gaat ook over de periode die niet in boek staat beschreven, over het jaar na de titel, waarin Kuijt moeizaam afkickte van voetbal. ‘Dat was een lastig proces. Ze spreken vaak over het zwarte gat van voetballers, maar bij mij was het omgekeerd. Als ik het opnieuw mocht doen, had ik het anders gedaan.’ 

Het was te druk. Hij begon gelijk met de trainerscursus en ging meelopen met technisch directeur Martin van Geel, om uit te vinden wat hij het mooist vindt: trainer of technisch directeur. Dan het boek. Zijn foundation. Een documentaire. Plus de afscheidswedstrijd op 27 mei in de Kuip, met tal van voormalige en huidige sterren. 

‘Ik heb zoveel energie. Die kon ik kwijt. De adrenaline van opgebouwde spanning voor een wedstrijd mis ik het meest. Er gaat nooit meer zoiets moois komen als voetballer zijn. Daarvan heb ik bewust afscheid genomen, omdat ik mezelf op een bepaalde manier wil blijven herinneren als voetballer. En ik wil dat de mensen mij op een bepaalde manier blijven herinneren.’

Geen man voor invalbeurten

Het liefst had Kuijt tot zijn 40ste gevoetbald, maar hij is geen man voor invalbeurten. Hij genoot juist extra omdat hij in de kampioenswedstrijd drie keer scoorde en negentig minuten speelde. Dat hoogtepunt was niet meer te overtreffen. 

Hij ziet het nu bij Robin van Persie. Die beleeft het omgekeerde verhaal. Kuijt was lichamelijk topfit, Van Persie knokt wekelijks om topfit te zijn en zijn momenten op het veld te beleven. 

‘Ik heb zoveel respect voor hem. Hij doet precies wat ik juist niet kon: hard werken, met pijn in het lijf, om een half uur te spelen. Of in de zestigste minuut warmlopen voor een kwartier. Het is heel knap dat hij zich heeft kunnen focussen op een paar cruciale wedstrijden, waarin hij ook nog eens beslissend was.’

De familie Kuijt met regisseur Deborah van Dam (m) op de loper bij de première van de documentaire Kuyt. Foto ANP

Of hij na het voetbal ook een leukere man is geworden, leuker dan de gestreste man in de kampioensfase, die zich afsloot voor zijn familie? Lachend: ‘We speelden een liefdadigheidswedstrijd met oud-Liverpool tegen Bayern München. Op Anfield. Uitverkocht. Allemaal gestopte spelers. De adrenaline die ik daarvan kreeg, ongelooflijk. Mijn vrouw Gertrude zei tegen me: misschien is het beter dat je weer even gaat voetballen. Je bent veel vrolijker. In dat proces zit ik.’

Hij moet leren nee te zeggen, terwijl hij zoveel leuk vindt. Hij had onlangs een fotopresentatie met zijn stichting. Ze vroegen hem daar voor vier, vijf activiteiten: de marathon van New York. Expeditie Robinson. Een kookprogramma. Voetvolley ergens op een eiland. Allemaal leuk. ‘Ik heb een keer nee gezegd. Tegen alles.’

Voetballend zoontje

Hij loopt stage bij zijn oude club Quick Boys in Katwijk. Hij speelde zelfs weer even in het eerste elftal. ‘Dan sta ik zaterdagmorgen om half negen bij mijn zoontje te kijken, naar een toernooi voor onder 8. Hij speelt twee wedstrijden geweldig, maar daarna moet ik weg, naar het eerste, terwijl ik de hele dag zou willen kijken. De prioriteit zouden mijn kinderen moeten zijn. In die zin heb ik veel geleerd van afgelopen jaar; dat ik ontzettend veel heb gedaan wat ik leuk vind, maar dingen heb gemist die ik het allerleukst vind.’

Terug bij het eerste elftal van Quick Boys, de club waar hij ooit begon, tijdens de Derde Divisie wedstrijd tegen Jong FC Groningen. Foto ANP

Dat hij zijn adrenaline niet meer kwijt kan, is pittig. Hij was nooit ziek. Afgelopen jaar had hij een paar keer griep of iets waarvan hij dacht: ‘Hé, wat is dit? Dit past helemaal niet bij mij. Puur omdat mijn lichaam moest wennen aan de andere levensstijl. Terwijl ik wel vier of vijf keer in de week sport. Maar het staat in geen vergelijking tot wat ik deed. Vooral geestelijk. De kick, de adrenaline, de prestatie, het gevoel van verliezen of winnen. De kick is de spanning waarvan veel mensen zeggen dat die benauwend kan werken. Voor mij was dat altijd bevrijdend. 

Het is een soort drugs, al heb ik nooit drugs gebruikt. Als ik anderen hoor praten, moet het voelen als drugs. Dat geldt ook als je lichaam extra pijn deed omdat je niet had gewonnen, dat je niet kon slapen, dat je lag te denken hoe je de volgende keer wel kon winnen. Maar ook het gevoel als je had gewonnen, dat je niks voelde en bij wijze van spreken de volgende dag weer een wedstrijd kon spelen.’

Inspirerend verhaal 

Kuijt wilde een inspirerend verhaal vertellen. ‘Ik wilde vertellen wat ik heb gedaan om tot succes te komen. Uiteindelijk kan iedereen dat doen. Als je er maar in gelooft.’ De tegenwerping dat de wereld dan wel eenvoudig in elkaar zou zitten, als iedereen succes zou hebben bij inspanning, brengt hem niet van zijn stuk.

Al die tweede plaatsen in het eerste deel van zijn loopbaan leidden tot prijzen in de laatste zes, zeven jaar. ‘Als je een echte winnaar wil worden, moet je weten hoe het is om te verliezen.’ 

Hij is de teamspeler die nooit wilde opgeven. ‘Iedereen maakt ups en downs mee. Alleen: heel veel mensen denken dat ze moeten blijven liggen als ze neergeslagen worden. Het gaat er niet om hoe vaak je wordt neergeslagen, het gaat erom hoe snel je weer opstaat en wat je doet om jezelf te verbeteren. Die boodschap wil ik meegeven.’

Dirk Kuyt, Het geloof in succes, verschijnt op 14 mei bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het boek kost 20 euro.