Directeur met gravel aan zijn sokken

Saneren kan voor de tennisbond net zo heilzaam zijn als voor Feyenoord, vindt Mark Koevermans, Davis Cup-held uit 1993 en nu commercieel directeur bij de Rotterdammers....

Als klassieke graveltennisser stond Mark Koevermans model voor alles wat Feyenoord belichaamt. ‘Bloed, zweet en tranen, de mouwen opstropen en hard werken. Ik liep niet over van talent. Ik had niet de service of de forehand van Richard Krajicek. Ik was een kind van Rotterdam. Ik stond met oranje sokken van het gravel op de baan en knokte voor elk punt.’

Met dat profiel gaf ‘Koef’ – winnaar van een ATP-titel en ooit 37ste van de wereld – in 1993 het mirakel van Vall d’Hebron gestalte door in de beslissende partij van het Davis Cup-duel met Spanje tweevoudig Roland Garros-kampioen Sergi Bruguera na een 2-0-achterstand in vijf sets te verslaan.

Zestien jaar later bijt de 41-jarige Koevermans zich als commercieel directeur van Feyenoord wederom vast in een onmogelijk lijkende opdracht. ‘Als supporter heb ik jarenlang vanaf de zijlijn tegen de club geageerd. Nu kreeg ik de kans daadwerkelijk iets te betekenen voor Feyenoord. Toen ik mijn contract tekende in januari, zaten trainer Gertjan Verbeek en technisch manager Peter Bosz er nog.

‘Vier maanden later werd ik meteen geconfronteerd met alle bezuinigingen bij de club en stond ik op zijn Rotterdams gezegd met mijn poten in de modder. Ik schrok dat de cijfers nog minder florissant waren dan ik in januari had aangenomen. Toch heb ik nooit overwogen alsnog van mijn nieuwe baan af te zien.

‘Het was mijn eerste taak om de commerciële afdeling te saneren, ik heb tevens een reorganisatie doorgevoerd. Er zijn minder leuke beslissingen genomen, sommige mensen moesten vertrekken. Bij deze club heeft iedereen een Feyenoord-hart, alle medewerkers beseften dat de bezuinigingen onvermijdelijk waren. We hoopten De Guzman te kunnen verkopen, dat had de financiële problemen voor een groot deel kunnen oplossen.

‘We hoeven er geen geheim van te maken dat we krap zitten in onze liquide middelen. Daarbovenop moeten we een flinke schuld aflossen. Ook volgend seizoen lopen contracten door. We moeten nog een jaar overleven om daarna flinke stappen te kunnen maken. Maar in slechte tijden groeien mensen sneller naar elkaar toe.’

Feyenoord bracht de begroting terug van 45 naar 37 miljoen euro. Koevermans: ‘Dat is nog altijd de vierde begroting van Nederland. Het verplicht ons dus om met de top mee te spelen.’

De commercieel directeur wil in het najaar een driejarig commercieel beleidsplan opstellen om het gat van acht miljoen euro te repareren. ‘We kunnen niet wachten tot het nieuwe stadion er is. Ook uit De Kuip kunnen we meer inkomsten halen. Feyenoord heeft een fanbase van tussen 1,25 en 1,5 miljoen mensen. Daar moeten we meer mee doen.

‘We hebben nu 26.000 legioenleden, die we extra voordelen willen bieden in het stadion. We willen naar 50.000 leden, dat zou ons bijna een miljoen euro extra kunnen opleveren. Ook met de verkoop van meer business-seats valt een miljoen te verdienen. En ik heb berekend dat we uit ons zakelijke vak KK nog een half miljoen kunnen binnenhalen.’

Koevermans heeft het bestaande sponsorbestand in kaart gebracht. ‘We hebben nu 8 vaste partners, dat moeten er 12 tot 15 worden. Ook daar zit drie miljoen euro rek in. Als we ons werk goed doen, zouden we binnen de beperkingen van dit stadion weer op een begroting van 45 miljoen moeten uitkomen. En dan tellen we Europees voetbal en mogelijke inkomsten uit transfers niet mee.’

Koevermans nuanceert de kritiek op zijn voorganger Chris Woerts dat de door hem opgerichte Talent Pools als een molensteen om de nek van Feyenoord hangen. ‘Het was ook deze zomer noodzakelijk vreemd kapitaal aan te trekken’, zegt hij, in zijn kantoor in De Kuip.

‘Ik lees weleens dat we in die Talent Pools een schuld hebben van 18 miljoen en dat alles is verpand. Dat is onzin. In ruil voor investeringen geven we maximaal een kwart van de transferwaarde weg. Als Wijnaldum straks 10 miljoen oplevert, is 7,5 miljoen voor Feyenoord. Bij Cissé en Ignatovitsj gaat zelfs 90 procent naar de club.’

Nu de club zich in sportief opzicht heeft opgericht, verlopen de gesprekken met potentiële sponsors een stuk vlotter, aldus Koevermans. Hoewel de directie in de zomer brak met de groep investeerders rond Michel Perridon, zegt Koevermans ook ‘open lijnen’ te hebben met de omstreden Rotterdamse zakenman.

‘Er waren een paar punten waar we niet uitkwamen. Perridon eiste meteen een sluitende begroting, maar we hadden te maken met doorlopende spelerscontracten. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk geworden hoeveel de groep-Perridon zou investeren en hoeveel zeggenschap ze ervoor terug wilde.

‘Ik heb Perridon twee keer gesproken. Hij heeft tegen mij nooit gezegd dat de directie moest opstappen, ik zou het ook onverstandig vinden. Maar als mensen het beter kunnen, of veel geld in de club willen steken, zijn wij de eersten om plaats te maken.’

De naar Sunderland vertrokken Woerts suggereerde ooit dat Feyenoord 200 miljoen euro waard zou zijn. Maar ook Koevermans heeft die mecenas niet gevonden. ‘We hebben wel laten berekenen hoeveel een shirtsponsor zou moeten inbrengen, wat een sponsorcontract moet opleveren. Maar de gehele club? Kijk naar Engeland, het is wat de gek ervoor geeft.

‘Als zich bij ons iemand meldt die Feyenoord voor 120 miljoen euro wil kopen, zullen we serieus met hem praten. We houden alle opties open, maar het is absoluut niet aan de orde. Ook bij mij is geen zak met geld afgeleverd.’

Koevermans vertegenwoordigde Feyenoord afgelopen week in Genève bij een vergadering van de European Club Association. ‘Daar werd verteld dat 50 procent van de Europese clubs met verlies draait. Binnen de ECA wordt nu een plan uitgewerkt om alle topclubs te monitoren, ze moeten inzicht geven in de geldstromen. Door allerlei vage constructies worden de verschillen tussen arm en rijk veel te groot.

‘Het voetbal draait zichzelf de nek om. Niemand is er gelukkig mee dat Real Madrid zich exorbitante uitgaven kan veroorloven, terwijl de club voor honderden miljoenen in het rood staat. Ik verwacht dat dergelijke excessen met het convenant van de ECA aan banden worden gelegd, al zullen de topclubs ongetwijfeld ontsnappingsclausules bedenken.’

Ook het Nederlandse tennis is rijp voor een grondige sanering. In augustus stond zelfs geen enkele man meer in de Top-200, de snelle progressie van Thiemo de Bakker camoufleert de stagnatie. Als voorzitter van de IC, de club van oud-internationals, uitte Koevermans zijn zorgen in een overleg met de KNLTB over het nieuwe beleidsplan van de bond, Passie voor Tennis 2009-2013.

‘Ik vind vooral de fase van 8 tot 13 jaar cruciaal. Daarin heb je toptrainers nodig die hun pupillen niet alleen een forehand en een backhand leren. Van links naar rechts bewegen; dat kunnen ze wel. Maar aan het net komen, volleren of smashen; dat zie ik zelden. Er worden sjablonen ingeslepen, maar zo krijgen kinderen te weinig wapens.’

Nu Koevermans met zijn jongste zoon Guus de jeugdtoernooien afloopt, ziet hij de gebreken. ‘Ik heb andere ideeën over de jeugdopleiding. Mijn zoon voetbalt zeker nog een of twee jaar. Jongetjes van 9, 10 jaar die al 20 uur per week tennissen; ik vind het geen goede zaak. Zo zijn ze snel opgebrand. De aandacht moet juist veel meer op de techniek worden gelegd.’

Koevermans pleit voor een diepgaand onderzoek. ‘Ik zou een werkgroep van experts willen oprichten die het totale Nederlandse tennis gaat doorlichten. Na een half jaar moet er een plan van aanpak komen. De bond zegt steeds dat we zo goed zijn in de categorieën tot 14, 15 jaar. Maar daarna houdt het op, al jaren breekt geen talent meer door. Ik wil weten waar het fout gaat.’

Als geboren Davis Cup-speler ergerde Koevermans zich vorig jaar tijdens het promotie/degradatieduel tegen Zuid-Korea aan de slappe openingspartij van Thiemo de Bakker. ‘Ik heb hem gezegd dat hij geen reclame voor het Nederlandse tennis en voor zichzelf had gemaakt. Zo speel je geen Davis Cup. Thiemo heeft een jaar nodig gehad om te ontdekken wat het is om prof te zijn. Nog een jaar kwakkelen en het was misschien te laat geweest.

‘Veel mensen trokken hun handen van hem af. Daarom ben ik nu zo blij met zijn succes. Ik heb hem in een mail laten weten dat ik het knap vind hoe hij de knop heeft omgezet. Hard werken en dagelijks leven als een prof, op dat dunne draadje moet De Bakker zien te balanceren om niet definitief te worden opgeborgen in de doos met eeuwige talenten.

‘Thiemo deed vroeger misschien een weekje zijn best en als hij dan geen resultaat had, zei hij: zie je wel, dit werkt niet. Maar ik weet uit ervaring dat je jaren moet investeren om het beste uit jezelf te halen. Thiemo heeft het talent om de Top-50 te halen, mits hij bereid is er als een monnik voor te leven.’

Het Nederlandse Davis Cup-team heeft deze week tegen de Franse topspelers Jo-Wilfried Tsonga en Gaël Monfils een wonder nodig als in 1993 tegen Spanje. ‘Het is dat Krajicek toen ziek werd, anders had ik nooit gespeeld’, zegt Koevermans, die in zijn eerste partij nog kansloos was tegen Carlos Costa.

Twee dagen later zette hij de Davis Cup in Nederland op de kaart. Koevermans: ‘Ik had Bruguera een jaar eerder bij de Olympische Spelen van Barcelona op dezelfde baan verslagen. Ik had dus een psychologisch voordeel. Ik merkte dat Bruguera onder druk stond.

‘Hij reageerde nauwelijks op de teamcaptain en keek vaak onrustig naar zijn vader, die tevens zijn privécoach was. Als het op tennis aankwam, won Bruguera negen van de tien keer van mij. Maar het kwam in die partij op andere factoren aan.’

Koevermans won de derde set en in die tijd werd bij de Davis Cup nog een pauze van tien minuten ingelast. ‘Op fitheid zou ik het zeker winnen. We passeerden de Spaanse kleedkamer en daar stonden al tien flessen champagne klaar. Toen dacht ik: over mijn lijk dat ze die gaan opdrinken. Ik had ook gezien hoe Bruguera de baan had verlaten. Hij was aangeslagen. Ik brak hem meteen in de vierde set en wist dat ik ging winnen.’

Op televisie zag de nog jonge Raemon Sluiter hoe zijn stadgenoot euforisch met de Nederlandse vlag over de baan rende. Koevermans: ‘Voor het eerst was een landenwedstrijd live op tv, door die overwinning op Spanje beleefden we de geboorte van de Davis Cup-hype.’

Maar de ploeg van bondscoach Stanley Franker laat zich volgens Koevermans niet vergelijken met het team van Jan Siemerink, destijds reserve in Barcelona. ‘Ik was de enige speler in het team die niet meer in de Top-100 stond en we beschikten met Eltingh en Haarhuis over een topdubbel. We hadden ook recht op een plaats in de wereldgroep.’

In het MECC in Maastricht wordt de realiteit vervormd. Koevermans: ‘De kans is minder dan 1 procent dat Nederland van Frankrijk wint. Eigenlijk hebben we weinig tot niets te zoeken in de wereldgroep. Het is niet nadelig om een paar stappen terug te doen.

‘Soms is het goed om door de bodem te zakken, zoals bij Feyenoord is gebeurd. Dan kun je zonder oogkleppen naar de feiten kijken. In het Nederlandse tennis worden de problemen gecamoufleerd door incidentele optredens in de wereldgroep of een jeugdkampioen op Wimbledon. Dan wordt er gezegd dat het zo goed gaat, terwijl het niet zo is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.