Deze sporttalenten verruilden de ene topsport voor de andere

Van skispringer tot etappewinnaar in de Tour (en meer voorbeelden)

Van veelbelovende skispringer tot etappewinnaar: de Sloveense wielrenner Primoz Roglic heeft een ongebruikelijke route naar succes afgelegd. Maar de voormalige wereldkampioen junioren, die vier jaar geleden na een ernstige val het schansspringen afzwoer, is niet uniek. Het komt geregeld voor dat sporttalenten in hun late tienertijd, of zelfs als twintiger, van discipline wisselen.

Primoz Roglic finisht woensdag als etappewinnaar. Foto epa

Wielrenners beginnen geregeld op de wielerbaan, vooral in Groot-Brittannië: topsprinter Mark Cavendish en Tourwinnaar Bradley Wiggins zijn aansprekende voorbeelden. Ook mountainbiken blijkt een vruchtbare voedingsbodem voor de wielersport. Aan de Tour begonnen dit jaar liefst veertien renners met een achtergrond in het ruige veldwerk. Wereldkampioen Peter Sagan is momenteel de beroemdste, Cadel Evans won zes jaar geleden zelfs de Tour. Lance Armstrong begon zijn loopbaan als triatleet.

Dat de wielersport andere sporters aanzuigt, is niet verwonderlijk. Er gaat meer geld om in het wegwielrennen dan in baanfietsen, mountainbiken, de triatlon of skispringen tezamen. Er valt meer roem te vergaren. Wielrennen is bovendien op relatief late leeftijd aan te leren. Het talent om uithoudingsvermogen te ontwikkelen, is grotendeels aangeboren. Het is niet noodzakelijk om het spier- en zenuwstelsel op jonge leeftijd te trainen, zoals in tennis, voetbal, turnen en zwemmen.

Bij het wisselen van sport lijkt sprake van een duidelijk patroon: de nieuwe sport is technisch minder ingewikkeld dan de oorspronkelijke. Dat gaat op voor Jorien ter Mors en Shani Davis, die uiteindelijk het langebaanschaatsen verkozen boven shorttrack. Het geldt ook voor Dafne Schippers, die de zevenkamp verruilde voor de sprint. Voor schaatsers als Jan Bos en Laurine van Riessen betekende fietsen op de wielerbaan eveneens een vereenvoudiging van hun werk.

Tekst gaat verder onder de foto.

Dafne Schippers in actie als meerkampster op de Olympische Spelen in Londen in 2012. Foto anp

Gouden wissel

Onder schaatsers komt de combinatie met wielrennen veel voor. Vijfvoudig olympisch schaatskampioen Eric Heiden (1980) deed in 1986 mee aan de Tour de France (uitgevallen na een afdaling). Olympisch schaatskampioen Clara Hughes uit Canada won ook als renner olympische medailles. Zij behoort tot de handvol sporters die bij Zomerspelen én Winterspelen een medaille veroverden.

Skeeleraars wagen geregeld de overstap naar langebaanschaatsen. Op asfalt zijn geen olympische medailles te verdienen, op ijs wel. De Amerikanen Chad Hedrick en Derek Parra wonnen goud na hun overstap, in 2002 en 2006. De gebroeders Michel en Ronald Mulder blijken beide sporten zelfs met groot succes te kunnen combineren.

Het verwisselen van sport kan ook een manier zijn om een loopbaan te verlengen. Bobsleeën oefent een enorme aantrekkingskracht uit op oud-atleten. Topatleten als hordenloper Lolo Jones en oud-wereldkampioene sprint Lauryn Williams behoren tot de beroemdste remmers in de slee.

Sensatie

In Amerika is atletiek geregeld een opstap voor American Football, een sport waarin uitzonderlijke snelheid rijkelijk wordt beloond. Tweevoudig olympisch kampioen 100 meter Bob Hayes (1964) won zelfs de Super Bowl met zijn ploeg.

Binnen de atletiek, feitelijk een verzamelnaam van verschillende sportdisciplines, komt het combineren van disciplines, of overstappen tussen nummers, veelvuldig voor. Sprinters doen aan verspringen en omgekeerd: Carl Lewis is het beroemdste voorbeeld. Marathonlopers beginnen vaak met kortere afstanden op de baan. Een enkele krachtpatser combineert kogelstoten met discuswerpen: Rutger Smith veroverde WK-medailles in beide disciplines.

Een enkele keer veroorzaakt een overstap een sensatie. Bij de WK atletiek van 2007 veroverde Donald Thomas de hoofdprijs bij het hoogspringen, slechts anderhalf jaar nadat hij zich voor het eerst op de atletiekbaan had gewaagd. De 23-jarige student was met een basketbalbeurs vanuit de Bahama's naar Amerika gekomen. Hij bleek te beschikken over een ongewone aanleg. Bij de WK in Osaka zweefde Thomas met krachtige, wilde bewegingen over 2.35 meter. Hij versloeg, ook tot zijn eigen verbazing, atleten die hun halve leven hadden gewijd aan het verfijnen van hun Fosbury Flop-techniek. Die naam zei Thomas weinig: hij sprak van Fosby Flop. (Het bleef overigens bij de ene wereldtitel. Pas vorig jaar wist Thomas zijn beste prestatie aan te scherpen tot 2.37 meter.)

Bob Hayes in 1972, het jaar waarin hij met de Dallas Cowboys de Super Bowl won. Foto afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.