Deze keer moet alles kloppen

Sven Kramer moet het zwaarste trainen. Hij moet gezond blijven. Zijn materiaal moet deugen. Fouten zijn niet gepermitteerd. Want de beste schaatser van de wereld moet in Vancouver oogsten....

Het is een lange weg naar olympisch goud. In 2006 nam de jonge, talentvolle Sven Kramer de verkeerde afslag en miste hij wat hem toen, zeker op de ploegachtervolging, al had kunnen toevallen. Hij was 19.

Het maakte niet uit, zeiden ze in Turijn toen.

Vier jaar later, in de editie Vancouver 2010 van de Olympische Winterspelen, mag het niet misgaan. Die heilige eed heeft hij zichzelf gezworen. De koning van de concentratie mag geen fout maken. Alles moet deze keer kloppen. Nergens mag de twaalfvoudige wereldkampioen een steek laten vallen.

Sven Kramer moet het beste en het langste en het zwaarste trainen. Hij moet op zijn favoriete disciplines ongeslagen blijven, om de concurrenten niet het idee te geven dat er in Canada iets te halen zal zijn. Sven Kramer moet gezond blijven. Zijn materiaal moet deugen. En hij moet niet in de war raken van een hele reeks verplichtingen. Want iedereen in de wereld van media en sponsoring wil wat van de potentiële heerser van de Spelen.

Kortom: er mag in de aanloop niets fout gaan, want repareren kost energie die beter voor een sterke verrichting op het ijs van het Olympic Oval van Richmond kan worden gebruikt. Hij moet optimaal voorbereid aan de start staan op 13 februari.

Met die zware last legt Kramer het olympische traject af. Hij lijkt er, op een enkel moment na, niet onder gebukt te gaan. Tegenslagen pareert hij op karakter. Dat is misschien wel de voornaamste kracht van Sven Kramer.

8 mei 2009

De vogels leggen net hun eerste ei, als kopman Kramer zijn eerste olympische optreden ten beste zal geven. Nog niet op het ijs. Dat ligt er nog niet, zelfs niet in Heerenveen waar voorbereidingen zijn getroffen voor een jaar met extra veel zomerijs.

Kramer, de kampioen die op 15 maart zijn pre-olympische seizoen afsloot met een wereldtitel op de ploegachtervolging in Vancouver, is net vier weken in training, wanneer hij op 8 mei moet verschijnen voor de briefing van de Nederlandse olympische ploeg. De rol van ambassadeur heeft hij met een diepe buiging gelaten aan TVM-teamgenoot Erben Wennemars.

Die doet zulke dingen graag en houdt van publiciteit. Kramer: ‘Erben is een ander type dan ik. Zo ben ik absoluut niet. Het is niet slecht, hoor. Ieder heeft zijn eigen dingen. Ik sta er wat anders in.’

Chef de mission Henk Gemser, een Fries met een schaatshart, wil deze 24 uur op Nationaal Sportcentrum Papendal besteden aan de uitleg van de spelregels in de ploeg en aan het kweken van teamgeest. Maar waar is Kramer?

Gemser zegt dat hij naar een rouwdienst moest. Hij rept van de grootvader die is overleden. Sven Kramer komt pas de volgende dag, als de camera’s en notitieblokjes verdwenen zijn.

Het past in het familiaire malheur dat hem eerder trof. Zijn ouders, Yep en Elly, zijn uit elkaar gegaan. Het echtpaar dat altijd samen de tribune beklom om hem aan te moedigen, bestaat niet meer. Het topsportgezin, waarin hij alles leerde dat hij nodig had voor zijn carrière als topschaatser, ging teloor.

Kramer zegt er zelf liever niks over. Dat RTL Boulevard erover heeft bericht, vindt hij op zijn zachtst gezegd niet fijn. Aan de andere kant: ‘Weet jij nog wat er gisteravond op RTL Boulevard was?’

Eind mei vaart de schaatsploeg TVM zijn relaties rond op het Pikmeer bij Grouw. Coach Gerard Kemkers vertelt, aan boord van het skûtsje, dat hij die namiddag niet op het terras zal naborrelen, maar eerst nog gaat fietsen met Kramer. Vier uur. Uitwaaien, het hoofd leegmaken, de opgekropte spanning moet eruit. Hij heeft nu even extra aandacht nodig, zegt de bezorgde Kemkers. Hij is coach, trainer en vriend in één persoon.

Het weekeinde daarop wint Kramer de Ronde van Ronostrand. Hij verslaat iedereen in een langgerekte sprint. Bij de meet staat moeder Elly, met een bidon klaar. Zoonlief showt zijn wielertalent.

7 juni 2009

Er volgt nog meer raad en advies. Kramer treft op Vlieland oud-zwemmer Pieter van den Hoogenband. Ze praten over hoe het is olympisch kampioen te worden. Sven zegt dat hij Pieter altijd mag bellen. Hij heeft diens nummer gekregen. Hij heeft het nog niet gebruikt. ‘Ik wil het gewoon op mijn eigen manier doen. Ik heb er weleens met Ard Schenk over gesproken, maar ach. Iedereen heeft het op zijn eigen manier gedaan, en daarom zijn ze, denk ik, zo goed geworden. Omdat ze niet te veel naar anderen hebben gekeken. Het is my way or the highway. Daarom steken die mensen erboven uit.’

Zijn manier? Pure intuïtie. ‘Het is een automatisme geworden, de laatste jaren werk ik steeds makkelijker naar een toernooi toe.’

Eind juni lacht hij op een bloedhete maandag in Heerenveen – er ligt een eerste vloertje van zomerijs – iedereen uit die de zaterdag ervoor naar de TT in Assen is geweest. Erben Wennemars was er. En Wouter Olde Heuvel. Kramer heeft die zaterdag vier uur op de fiets gezeten. Hij mag het. Harder trainen dan hij doet niemand bij TVM.

Zijn coach Gerard Kemkers zegt dat Kramer hem al vier jaar verbaast. ‘Sven is uniek in zijn trainingsaanpak. Hij kan een heel zware belasting aan, zijn kracht is zijn herstelvermogen. Tijdens een trainingskamp wordt hij alleen maar beter. Als anderen op apegapen liggen, kan hij door. Ik heb hem nu vier jaar onder mijn hoede, maar ik heb de grens van Sven nog niet ontdekt. Waar kan ik hem extra belasten, is elke keer de vraag? We raken niet uitgepraat.’

In de hal naast Thialf, een tijdelijk gebouw waar de Nederlandse schaatsprofs hun krachttrainingen doen, gaat Kramer tekeer op machines als de ‘Excalibur’. Dat is een fiets voor een inspanningtest. Als de machine verkeerd staat afgesteld, heeft hij het direct door. ‘Fuck, mijn benen liegen niet. Ik dacht al: ben ik nou zo slecht?’, schreeuwt hij naar inspanningsfysioloog Gerard Rietjens. Dan spuwt hij in de prullenbak die naast de Excalibur staat en roept om Gerrit Mooij, de chauffeur van de vrachtwagen van TVM. ‘Hé Gerrit, je moet even een ventilator halen. Het is niet te doen hier.’

Even later is het druk rond Kramer. Hij doet de fosfaattest, vier keer 12 seconden alles geven op de Wingate-fiets. Iedereen is nieuwsgierig naar de resultaten. In het verleden was Kramer sterker dan de machine. ‘Hij reed de machine uit’, beschrijft Kemkers plastisch.

De man die in twee uur zijn hele accu leegtrekt, komt weer tot leven als zijn vriendin Naomi van As, ’s werelds beste hockeyster in 2009, komt aangereden met een scooter. Het is het nieuwste speeltje van de jonge Fries die het ding heeft laten opvoeren.

Het is een LXV50 van Vespa. Kemkers kijkt bedenkelijk. Kramer voelt het feilloos aan. Hij wil achter de scooter trainen, op de fiets. Zestig per uur, maar dan wil Naomi niet. ‘Dan doet mijn vader het wel’, zegt Kramer.

‘Wie het eerst thuis is?’, zo bedenkt hij een race. Zijn vriendin met de Vespa, hij met zijn zware BMW. Opnieuw houdt de trainer zijn hart vast.

26 augustus 2009

De bedreigingen uit het privéleven en het verkeer zijn klein vergeleken met het rugprobleem van Sven Kramer. Als er één ding is waarmee hij moet uitkijken, dan is het zijn rug. Als we eind augustus in Thialf gaan kijken hoe hij vordert, zien we hem vloeken op de Keiser. Het is een machine, waarmee hij rompstabiliteit traint.

De rug gaat bij grote inspanning rond staan. Hij kan het aan. Dat is een grote geruststelling. Krachttrainer Jim McCarthy schrijft oefeningen en laat zelf ontworpen machines lassen. Een nieuw krachtprogramma wordt altijd getest. ‘Je moet aanvoelen of je dat kunt hebben. De volgende dag bleek dat het goed is. Dan blijft die oefening erin.’

De sportman met een rugbeperking is uiterst voorzichtig. De tuingieter is voor de tuinman en bij het autorijden vermijdt hij lange afstanden. Zijn bagage sjouwt hij nooit. Altijd rolt hij een kleine trolley van aluminium.

‘Ik kan zo’n trainingsdag 150 kilo squatten, maar dat betekent niet dat ik de volgende dag zomaar een tas van 20 kilo kan tillen. Die 150 kilo squatten is genoeg, dan is mijn rug moe. Dan moet ik niet nog eens een tas van de vloer pakken. Ik let daar scherp op.’

De zwakke rug bepaalt ook de schaatsstijl van Sven Kramer. Opponenten als Davis en Fabris rijden met een horizontaal rugvlak, je kunt er een glaasje bier op zetten. Kramer plooit de rug minder. Hij staat iets meer rechtop, vangt zo meer wind. Een glas zou eraf schuiven.

Kramer is in juli naar de Duits-Nederlandse windtunnels (DNW) van Marknesse geweest. Het project, zegt directeur Arie Koops van de KNSB, heeft niets te maken met de ontwikkeling van het nieuwe schaatspak van de bond. Gewoon een van onze projecten ‘voor innovatie en ontwikkeling’, aldus Koops.

Bondscoach Wopke de Vegt is maanden nadien iets toeschietelijker. ‘Sven was als enige nog niet in die windtunnel geweest. De houding, het hoofd, dat moest een keer getest worden.’

7 september 2009

TVM belegt na Mallorca, Slagelse (Denemarken) en Sankt Moritz zijn vierde trainingskamp in het buitenland. Het worden in Torbole, aan de oevers van het Gardameer, de zwaarste weken uit de voorbereiding. We geven hem, ter inspiratie, een exemplaar van Beter, de autobiografie van Maarten van der Weijden, olympisch zwemkampioen op de 10 kilometer.

Van Kramer komt er geen boek, dat wordt in Italië duidelijk. Er was een plan om direct na Vancouver met een olympische uitgave te komen. De auteurs waren gevonden, maar zaakwaarnemer Ron Mulder stelde te veel eisen. Kramer vindt het niet erg. Hij heeft het land aan verplichtingen buiten het schaatsen om.

Interviews geeft hij al niet meer één-op-één. Met drie man aan tafel, zoals in hotel Lido Blu, dat vindt hij prima. ‘Nu ben ik één avond kwijt, anders drie. Dat is zonde van de tijd. Weet je, ik kan tot Kerst wel elke avond een interview geven. Maar daar ga ik niet aan beginnen. Tv-optredens als bij Pauw & Witteman net zo. Je bent laat terug uit Hilversum, als je naar zo’n programma gaat.’

Dat is het standaard antwoord, tot april 2010. Daag hem niet uit, zoals verslaggever Rutger Castricum van GeenStijl doet. Kramer is geen Ella Vogelaar. Castricum belandt met microfoon en al in het water van het Gardameer.

Kramer is een duurzame econoom met zijn kostbare tijd. Hij werkt mee aan reclamecampagnes van zijn sponsors, bedrijven als Essent. Wie denkt dat hij een dag uittrekt voor de opname van zo’n reclamefilmpje heeft het mis. ‘Zo’n film staat er rapido op, hoor. Haha. Anderhalf uur en het was klaar.’

Hij heeft zich bewust ingehouden. ‘Het had veel gekker gekund. Ik kan wel tien keer zoveel doen, als ik alles had aangenomen. Makkelijk zelfs. Ik denk dat ik het nog heel rustig doe.’

En een goed doel? Hij spot: ‘Ja, mijn bankrekening.’

Dan serieus: ‘Ik vind, als je zoiets doet, dan moet je er ook vol voor gaan. Daar moet je tijd voor vrijmaken, die tijd heb ik op dit moment niet.’

6 oktober 2009

TVM presenteert zijn ploeg voor het nieuwe seizoen. Directeur Arjan Bos zegt, op voorspraak van coach Kemkers, ‘op vijf tot acht olympische medailles’ te rekenen. En hij verwacht dat zijn negen TVM-schaatsers als gelauwerde ‘helden’ uit Vancouver zullen terugkeren, Het wordt een uitspraak, waarmee het team een seizoen lang achtervolgd zal worden.

Kramer schuift als altijd onrustig op zijn stoel bij de presentatie in Hoogeveen. Hij kan nu eenmaal niet stilzitten.

In oktober begint het echte schaatsen. Er zijn trainingswedstrijden in Erfurt en Kramer raakt na twee matige races verontrust. Hij vindt zijn slag niet, de zes machtige uithalen over het rechte eind. Het ‘afzetmuurtje’, het denkbeeldige randje waarop wordt afgezet, ontbreekt. De nieuw gemaakte schoenen, stijver, voldoen niet. Ze gaan aan de kant. De opzij gelegde oudjes, al vier jaar uit dienst, worden uit de tas gediept.

‘We hadden er een plus uit willen halen, uit die nieuwe schoenen. Maar het betekende eerder een min’, zegt coach Kemkers. Schoenen zijn een voornaam onderdeel van schaatsen. De voeten moeten er nauw doch comfortabel in gaan. De sturing van de ijzers wordt vanuit die voet bepaald, met name door de kanteling van de enkel. Dat feilloze kantelen van het gewricht, puur op gevoel, is de eigenlijke kracht van Kramer.

Hij zelf lijkt er niet mee te zitten. ‘Twijfel is goed, dat houdt je scherp’, is een uitspraak van de Friese schaatser. De woensdag voorafgaand aan de NK afstanden knalt hij in training op Carl Verheijen. Zijn ijzers zijn krom, linksvoor en rechtsachter. Nieuwe paniek, nou nee, Kramer lijkt er niet mee te zitten.

Hij is een fanatieke sleutelaar aan de schaatsen. Wie hem op de ijsbaan aantreft met techneut Ronald van der Ing weet dat het tussen die twee over de afstelling van buizen en ijzers gaat. De schaatser sleept een blauwe koffer met gereedschap mee, moersleutels, schroevendraaiers, een vijl. Maar ook een zak met wigjes, met rubberlapjes, altijd op zoek naar de ideale afstelling. ‘Dit was een komma twee. Bof. Anders’, geheimtaal van het middenterrein.

3 november 2009

Bij de NK afstanden is hij snotterig en verkouden. Hij geeft het pas een week later toe. ‘Ook Sven Kramer kan een keer ziek zijn’, zegt Kramer dan over zichzelf. Of iedereen daar rekening mee wil houden.

Een week later, bij de eerste wereldbeker in Berlijn plaatst Kramer zich voor de Olympische Winterspelen van Vancouver. Hij, de wereldkampioen op 5 kilometer, heeft volgens de regels van de KNSB voldoende aan een wereldbekeroverwinning op die afstand, om zeker te zijn van een olympisch ticket. Die uitzonderingspositie heeft hij afgedwongen.

Het is de 34ste keer dat Kramer een 5 kilometer wint. De zege op landgenoot Bob de Jong gaat met een bijna-botsing gepaard. Kramer doet er luchtig over. Hij is relaxed. Hij stapt de kleedkamer van Shani Davis binnen en legt zijn koude handen op de dijen van de Amerikaan die door de Nederlander John Postma wordt gemasseerd. Het zijn de schelmenstreken die bij hem horen.

Een week later is het opnieuw mis met Kramer. Het zijn de hoogtijdagen van de Mexicaanse griep. Kramer heeft een inenting gekregen. Voor de wereldbeker van Heerenveen ligt hij twee dagen ziek op bed. Een griep, opgelopen in het vliegtuig van Berlijn naar Amsterdam.

Afzeggen is geen optie, vindt Mijnheer Eerzucht. Hij wil een week later op de 10 kilometer van Hamar in het gunstige laatste paar starten. Daarom komt Kramer zaterdagmiddag 14 november op het ijs, om te duelleren met de Noor Bøkko. Hij lijkt te verliezen, maar dat zet hij in de laatste twee ronden allemaal recht.

Hij wint, tot ieders verbazing en zeker tot verbijstering van Bob de Jong die tot die laatste rit de snelste tijd had. De vraag die rijst: heeft deze inspanning schade veroorzaakt?

Een week later komt het antwoord op de 10 kilometer van Hamar. Kramer wint de afstand door in een rechtstreeks duel Bob de Jong te verslaan. Hij plaatst zich voor de Spelen en rent het ijsstadion uit om de trein naar het vliegveld van Oslo nog te halen.

Op het perron van Hamar blaast hij stoom af. Kramer heeft aan zijn eerste opdracht van het seizoen voldaan, zich kwalificeren voor zijn twee topafstanden. Hij heeft zich geërgerd aan de beweringen van Bob de Jong en diens coach Bart Schouten dat Sven te verslaan zou zijn. Hij noemt Bob ‘gekke Bob’. Schouten wordt met een ferm scheldwoord aangeduid. Hier komt stoom door het ventiel naar buiten.

14 december 2009

Ongevraagd gaat er in december een e-mail door schaatsland. Hij is van de hand van Jaap ten Kortenaar, een oud-schaatstrainer, die wijst op de mindere schaatstechniek die Kramer dit jaar aan de dag zou leggen. Er wordt achter de hand over gesproken. Bij TVM zijn ze woedend. Sven afkraken, dat geeft de concurrentie moed. Schrijf dat hij straalt, zegt coach Kemkers later.

De voorbereiding op de piek van het seizoen ziet er deze winter anders uit. Normaal gaat Kramer in november naar de zon, weg van het ijs, op de fiets over een van de Canarische eilanden. Dat kan deze keer niet. Hij had eind december voor die vitamines uit de open lucht kunnen kiezen, maar hij wil bij de eerste ronde van het olympische kwalificatietoernooi het ticket op de 1500 meter binnenhalen.

Daar had hij lang geen uitzicht op, tot de concurrentie van Control (ploeg-Orie) de wereldbeker van Salt Lake City liet schieten. Zij deden de deur op een kier voor Kramer die met de hakken over de sloot in Heerenveen vierde wordt en zich de plaats toe-eigent. Met 0,01 seconde verslaat hij teamgenoot Erben Wennemars.

Andere TVM’ers als Carl Verheijen, Wouter Olde Heuvel en Koen Verweij missen de olympische tickets. Er is iets danig misgegaan in de voorbereiding van de beste ploeg ter wereld, die door de eigen directeur, Arjan Bos, met kritiek wordt begeleid. Als er met Kramer ook maar niks mis is, luidt de vraag.

Dat hij op de ploegachtervolging, zijn grote mogelijkheid op een derde olympisch goud, zijn vaste gangmakers moet missen, incasseert hij als een bokser die op de lever wordt geraakt. Hij kijkt in Heerenveen wat verwrongen bij de vraag of de ‘aanwijsplek’ naar een TVM’er moet gaan. ‘Bondscoach Sven? Nou, doe maar niet.’

10 januari 2010

In deze maand voltooit hij zijn voorbereiding op de Olympische Spelen met zijn vierde Europese allroundtitel op rij. Niemand voor hem heeft dat kunststuk geleverd. Hij wil na zijn triomftocht in Hamar niet te zeer ingaan op het historische aspect. ‘Over vijf weken wacht mij een veel belangrijker toernooi, de Spelen. Dat is wat telt dit jaar.’

Hij is in de catacomben van het Vikingskipet vooral tevreden over de handhaving van zijn ongeslagen status op de 5 en de 10 kilometer. ‘Ze willen allemaal van me winnen. Ze proberen het al vier jaar. Het is ze niet gelukt.’ Hij kijkt uitdagend naar de podiumklanten Fabris en Skobrev.

Drie dagen na zijn Europese triomf vertrekt Kramer naar Erfurt. De baan is leeg, het ijs is schoon en Duitsers willen geen handtekeningen van een Nederlandse schaatsheld. Hij heeft Rhian Ket, de nationaal kampioen op de 1500 meter, meegenomen voor temporondjes. Kramer betaalt de kosten van de semiprof van APPM die hem bij voortduring lanceert.

Hij maakt ook de laatste blokken ‘omvang’. Assistent-coach Geert Kuiper legt uit: ‘Sven doet dan 15 minuten, 15 minuten en 10 minuten schaatstraining. Nooit langer dan 15 minuten. De langste wedstrijd, 10 kilometer, duurt maar 13 minuten. Langer hoeft dus niet.’

Het schaven aan de techniek gaat door. Kramer lijkt deze winter vergeten dat hard schaatsen een combinatie van inspanning en ontspanning is. Hij heeft de neiging hard te gaan werken, als hij naast Fabris rijdt. Die schaatst als een standbeeld.

Hij geeft nog één persgesprek. In hotel Mercure in de binnenstad van Erfurt houdt hij het precies 30 minuten vol al die antwoorden over oplopende spanning en verwachtingen te geven. Sinds april bezig zijn met die twee races die er toe doen, hoe slopend zal dat zijn. En nooit een misstap maken. Want: ‘Je wilt voor jezelf geen fouten maken. Dat je straks moet zeggen: daar en daar heeft het aan gelegen. Je wilt alles perfect doen. Dat is het voornaamste.’

Op de voorlaatste dag van het trainingskamp vliegt Kramer rechtstreeks naar Vancouver. Hij heeft 60 kilo overgewicht in zijn koffers. Wouter Olde Heuvel, niet gekwalificeerd, is mee, als trainingsmaat.

7 februari 2010

Een dag eerder is gebleken dat de olympische voorbereiding van Sven Kramer naar behoren is verlopen. Hij rijdt op zaterdag een wereldrecord laaglandbanen op de 3 kilometer. Het was niet de bedoeling bij de trainingswedstrijd op het Richmond Olympic Oval, maar Sven gaat hard. De concurrentie, Enrico Fabris, Ivan Skobrev en Bob de Jong, dwingt hem een van zijn beste races van het seizoen af te leveren op de incourante mannenafstand.

Hij kan uiterst tevreden het ijs afstappen. Hij heeft hard gereden zonder energie te verspillen. De laatste twee rondjes mag hij van zijn coaches Kemkers en Kuiper niet doordrukken.

In zeven dagen heeft Kramer een tijdsverschil van negen uur overbrugd. Dat duidt op topvorm. De jetlag heeft hem niet uit zijn evenwicht gebracht. Hij zegt nog relaxed te zijn. Spanning is voor later. De uitstraling van het voorstadje Richmond heeft hem nog niet in een staat van olympische opwinding gebracht. Op zondag mag hij zelfs rust nemen. Het is de dag van de Super Bowl, een evenement waarvoor zijn coach, Gerard Kemkers, met laptop en flatscreen gaat klaar zitten.

Kramer rust uit. Hij komt weinig van zijn kamer af. Hij verblijft nog steeds in het Hilton-hotel van Richmond. Pas later in de week zal hij naar de Nederlandse appartementen in het olympisch dorp van Vancouver afreizen. Hij kan elke onnodige afleiding als kiespijn missen. De concentratie is gericht op zaterdag de 13de, de dag van de vijf kilometer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden