INTERVIEW

Deze hoogleraar onderzocht misbruik in sport: 'bestuurder verplaatst zich eerder in dader'

Hoogleraar Marjan Olfers: 'Een meldplicht voor clubs is nodig'

De zaak rond seksueel misbruik die hoogleraar Sport en Recht Marjan Olfers (47) onlangs op haar bord kreeg, is er een die ze niet snel zal vergeten. Het begint met een telefoontje van het clubbestuur, dat net is afgezet vanwege de affaire.

Marjan Olfers: 'Een sportbestuurder is vaak gevoelig voor macht. Hij is niet op aarde om de kwetsbaren te dienen. En de macht ligt bij de dader.' Beeld Aurélie Geurts

'Het was in een klein dorp', zegt Olfers. 'Een sporter zei dat de trainer zijn handen meerdere keren op intieme plekken had gelegd. De club had onafhankelijk onderzoek laten doen, en daar was uitgekomen dat dat klopte. Dus het bestuur had die man geschorst.'

Tot zover, zegt Olfers, verliep alles keurig.

'Maar op een ledenvergadering stonden familieleden van de trainer op', vertelt ze. 'Ze hielden daar een emotioneel betoog. Ze riepen dat het onzin was, dat hij dit nooit zou doen. Ze zeiden dat het een complot was, omdat de sporter niet was geselecteerd. Ze riepen: wat doen jullie ons aan?'

De schorsing wordt ingebracht op de vergadering. 'Er werd gestemd. En het oordeel was dat de trainer per direct terug mocht komen. Het was een man met macht op de club, hij dreigde met een rechtszaak. Omdat het slachtoffer, dat op dat moment in de zaal zat, emotioneel werd, wist iedereen om wie het ging.'

Omdat het bestuur voor de nieuwe situatie geen verantwoording wil nemen, stappen ze op. Het is het moment dat Olfers wordt gebeld.

'Ik heb alle leden bij elkaar geroepen', vertelt ze. 'Er waren twee kampen ontstaan. Over en weer werden heel nare dingen gezegd. Het slachtoffer werd neergezet als verrader, als degene die de trainer iets had aangedaan. De sfeer was explosief.

'In de pauze kwamen meerdere mensen naar me toe. Ze vertrouwden me toe dat die man vaker sporters betastte. Ik vroeg of ze dat wilden melden, maar niemand durfde. Het slachtoffer stond dus alleen.'

In de vergadering die Olfers leidt, wordt uiteindelijk erkend dat het onderzoek deugt: de trainer wordt opnieuw geschorst.

Toch wordt het nooit meer hetzelfde op de club: het slachtoffer voelt zich zwaar beschadigd. Het is een speelbal geworden van de kampenstrijd binnen het dorp.

Het zit Olfers nog altijd hoog. Ze is hoogleraar Sport en Recht aan de VU en doet momenteel onderzoek naar de manier waarop meldingen al dan niet leiden tot tucht- en strafzaken. Ook doet ze onderzoek naar intimidatie in de wielersport en leidde ze meerdere onderzoekscommissies over zaken waarin sporters hun trainers beschuldigden van seksueel misbruik.

Lees ook:

Seksueel misbruik is blinde vlek in sportwereld
Op de zwarte lijst van NOC*NSF staat één coach die beschuldigd is van seksueel misbruik van jonge sporters. De tweehonderd meldingen per jaar vormen volgens deskundigen een topje van de ijsberg. Onthullingen in het Engelse voetbal doen vermoeden dat er door slachtoffers in Nederland nog volop gezwegen wordt.

De zaak in het dorp heeft haar geraakt, zegt ze.

'Weet je wat het slachtoffer hiervan heeft geleerd?', zegt Olfers? 'Dat het beter was geweest om nooit iets te melden.'

Slachtoffers delven vaak het onderspit. Zou u mensen die seksueel zijn misbruikt binnen een sportclub, aanraden zich nu te melden?

'Dat is een moeilijke vraag. Ik vind in principe dat er altijd gemeld moet worden. Maar het ligt wel aan de kwaliteit van bestuurders hoe hiermee wordt omgegaan. Op sommige clubs zou ik zeggen: nee.'

Waarom twijfelt u?

'Je ziet dat dit binnen een club soms totaal misloopt. Dit bestuur had het heel netjes gedaan, met een gedegen, onafhankelijk onderzoek. Maar vervolgens zie je dat er andere mechanismen gaan spelen. Daar moet je als club op bedacht zijn.'

Wat gebeurt er dan?

'Daders gaan om zich heen slaan, roepen dat het smaad is, dreigen met rechtszaken. De neiging binnen de 'groep' is vervolgens groot om te geloven dat het allemaal overdreven is. Dat er niks aan de hand is. Dat dit mensen zijn die de dader willen pakken.'

Ook als er bewijzen liggen?

'Ja hoor. Zelfs als er een rapport ligt waarin de feiten er niet om liegen. Ik heb een zaak gehad met meerdere slachtoffers van een judoleraar. Dat ging om ernstige vormen van ontucht met minderjarigen. Dan nóg zijn mensen geneigd om de dader te beschermen. Om eerder te geloven dat het slachtoffer fantaseert, dan dat zo'n man handtastelijk is. Mensen vinden het moeilijk te geloven dat die judoleraar, die aardige man die altijd zo goed is met kinderen, tot zulke slechte dingen in staat is. Terwijl je weet: we hebben hier meerdere zaken. Die zijn niet uit de lucht komen vallen.'

Lees verder onder de foto.

Beeld Aurélie Geurts

De verhalen van misbruikslachtoffers zijn vaak schrijnend. Waarom worden ze genegeerd?

'Slachtoffers zijn soms beschadigd. Een beschadigd, kwetsbaar iemand kun je makkelijk uit je bakje wrikken. Hun verhaal heeft alles in zich om het juist niet te geloven. Om te zeggen: ja, maar eigenlijk was het slachtoffer wel een beetje gek. Of: ja, hij zegt dit nou wel, maar de andere dingen die hij heeft gezegd waren ook niet helemaal waar, dus we moeten hier niet te veel waarde aan hechten.'

Een bestuurder kan het slachtoffer toch beschermen?

'Maar een sportbestuurder is vaak gevoelig voor macht. Hij is niet op aarde om de kwetsbaren te dienen. En de macht ligt bij de dader. Dat is iemand waar hij zich in kan verplaatsen. Die overtuigender is. Als die roept dat hij niks heeft gedaan, dan zegt hij wat iedereen graag wil horen. 'Als er niks aan de hand is, hoef je ook geen verantwoordelijkheid te nemen. Dat is prettig. Onlangs sprak ik een clubvoorzitter over een volwassen trainer die zich schuldig maakte aan seksueel getint chatgedrag met een minderjarige. Ja, zei de bestuurder, dit is toch baldadig gedrag, zo gaan die jongens toch gewoon met elkaar om?'

Het wordt gebagatelliseerd?

'Dat gebeurt, ja. Vaak zijn de daders vrijwilligers die veel doen, mensen die in de stromende regen nog kinderen komen brengen. Ik ken een club waar men wist dat een trainer meerdere slachtoffers had gemaakt. Maar ze zeiden: ja, weet je, zijn straf zit er nu op en we zoeken echt een vrijwilliger. Hij is zo betrokken, zo goed. We kunnen toch een beetje op hem letten, hoe erg kan het zijn?'

Hoe erg kan het dan zijn?

'Vorige week werd ik gebeld door een moeder wier dochter zich na jarenlang misbruik voor de trein had gegooid. Ik denk dat velen zich niet realiseren hoe groot de impact van seksueel misbruik kan zijn. Ik heb genoeg mensen gezien die hieraan kapot gaan. Hun leven komt nooit meer op de rails. Dat is confronterend.'

Hoe kan het dat de belangen van daders soms beter zijn geregeld dan die van slachtoffers?

'Er heerst onterechte angst om in strijd met de privacy te handelen. Of om iemand onterecht te beschuldigen.'

Zijn de clubs daarom bang om onderzoek te doen na een melding?

'Ja. En ook omdat er misschien wel wat naar boven komt. De angst is dat het veel groter is dan dat iedereen denkt. In alle zaken die ik heb onderzocht, bleek uiteindelijk dat er méér slachtoffers waren dan de ene die zich had gemeld.'

Lees ook:

'Hij hield mijn hand vast en bewoog hem heen en weer'
De intense band tussen pupil en coach en het vaak grote vertrouwen van ouders in begeleiders maken dat veel slachtoffers van seksueel misbruik in de sport hun leven lang zwijgen. Vier van hen doen nu hun verhaal. 'Het taboe moet worden doorbroken.'

Slachtoffers kunnen zich ook melden bij het Vertrouwenspunt van sportkoepel NOC*NSF. Is dat dan beter?

'Niet als je wilt dat er wordt ingegrepen. Dat mogen vertrouwenspersonen zelf niet.'

Hoe komt dat?

'Ze kunnen niet doorpakken, omdat ze beperkte bevoegdheden hebben. Ze mogen alleen luisteren en de weg wijzen. Dat is zinvol en goed werk, maar ze mogen niet sturend optreden. Het slachtoffer moet het zelf doen. Op de zwarte lijst staat momenteel één persoon.'

Volgens Peter Vogelzang, bestuurder van het Instituut voor Sportrechtspraak, komt dit doordat het Vertrouwenspunt Sport van NOC*NSF, de werking van een doofpot heeft.

'Stel: ik ben een moeder die zich zorgen maakt over een coach die mijn dochter probeert te dwingen tot seksuele handelingen, en ik meld me bij het Vertrouwenspunt. Dan verwacht ik dat er met die melding iets wordt gedaan. Dat het stopt. Maar zo is het niet ingericht. Dát moet veranderen. Maar ik wil het wel opnemen voor de vertrouwenspersonen van het NOC*NSF. Het valt hun niet aan te rekenen dat dit zo is bedacht. Het gaat me om het systeem.'

Soms wordt mediation aangeboden. U bent daar fel tegenstander van. U heeft NOC*NSF zelfs dwingend verzocht een folder over mediation, die door hun was verspreid onder sportclubs, terug te halen.

'Ja, en dat hebben ze ook gedaan. Over dit soort zaken valt gewoon niet te bemiddelen. Je moet je eens voorstellen dat je daar tegenover de dader zit, met al je emoties. En dat een dader dan zegt: het is niet waar. Dat hij gaat blazen. De machtsongelijkheid in zo'n gesprek is te groot. Hier moeten professionals gewoon een onderzoek beginnen.

'In de folder die ik onder ogen kreeg, stond dat mediation heel geschikt was, zeker voor 'kleinere' zaken. Maar je weet helemaal niet of een zaak klein is, als je geen onderzoek doet.'

Hoe keek u naar oud-wielrenster Petra de Bruin die bij Nieuwsuur vertelde dat NOC*NSF haar een - mislukt - bemiddelingsgesprek liet voeren met de man die haar seksueel misbruikte?

'Toen ik dat zag, dacht ik: oh mijn god.'

U pleit voor een meldplicht voor sportclubs, een landelijk punt waar alle meldingen binnenkomen en een Onderzoeksraad voor de Sport, die ook anonieme meldingen van misbruik kan onderzoeken.

'Dit is volgens mij het beste model. Bestuurders moeten een melding binnen de club doorgeven. Doen ze dat niet, dan kunnen ze tuchtrechtelijk worden vervolgd. Het is van groot belang dat er een register komt waarin meldingen samenkomen. Nu lopen er trainers rond over wie al meermaals is geklaagd, zonder dat iemand het weet. Dat is niet uit te leggen. Als de Onderzoeksraad voldoende aanleiding ziet, kan er onderzoek worden gedaan. Zo kunnen onveilige situaties worden beëindigd.

Het gevaar is dat valse meldingen leiden tot een onderzoek, waardoor mogelijk onschuldige mensen beschadigd raken.

'Als het valse meldingen zijn, zal dat ook uit het onderzoek blijken. Daar is de dader ook bij gebaat. Ik ben in al die jaren nog geen valse melding tegengekomen. Het was eerder omgekeerd: op het oog redelijk onschuldige meldingen bleken na onderzoek soms een optelsom aan foute, schadelijke gedragingen. Het moet nu eens over zijn met het denken vanuit de dader, in plaats van vanuit het slachtoffer. '

Reactie NOC*NSF

'Het streven van Olfers en Vogelzang naar intensieve samenwerking tussen alle partijen steunen wij zeer. Het is belangrijk daarbij inderdaad specifiek aandacht te geven aan het wederzijds beter uitwisselen van gegevens en het kunnen gebruiken van elkaars netwerken. Hier voeren wij momenteel, samen met Olfers en met betrokkenheid van het ISR, veelbelovende gesprekken over met OM en politie. Wij zijn benieuwd of uit ons toekomstig onderzoek naar misbruik in de sport inderdaad zal blijken dat we met het nieuwe regels, zoals een meldplicht en het oprichten van een nieuw specifiek op de sport gericht instituut inclusief eigen meldpunt, het misbruik beter aan kunnen pakken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.