Analyse NK turnen

Deurloo klopt bij NK turnen concurrenten die hij straks nog nodig heeft

Zonder blikvangers als Yuri van Gelder en Epke Zonderland werd het vergrootglas bij de NK turnen in Rotterdam op Bart Deurloo en Casimir Schmidt gericht. Deurloo won het duel tussen de twee sportvrienden.

Links: Casimir Schmidt aan de ringen. Rechts: Bart Deurloo op de brug. Deurloo wordt voor de 5e keer in 7 jaar Nederlands kampioen op de Meerkamp. Beeld Klaas Jan van der Weij

Jeffrey Wammes is nooit officieel gestopt met topturnen. Hij is na zijn contract bij Cirque du Soleil binnenkort in adamskostuum te bewonderen op de televisie in het programma Adam zoekt Eva. Yuri van Gelder, de meest besproken olympiër van Rio 2016, volgt een eigen route buiten de nationale ploeg. Epke Zonderland, de olympisch rekstokkampioen van 2012 die in november vader wordt, gaat er nog één keer voor. Maar zijn conditie is nog niet op orde.

Met de Drie Musketiers van het Nederlandse turnen van het recente verleden uit de felste schijnwerpers was zaterdag het volle licht voor het duo Bart Deurloo en Casimir Schmidt. Zij duelleerden om de nationale titel allround, de gang langs zes turntoestellen. Op rij: vloer, voltige paard, ringen, sprong paard, brug gelijk en rekstok.

De uitkomst was dat Deurloo zijn vijfde nationale titel greep, dat Schmidt zijn ambitieuze plan zag mislukken door twee valpartijen (sprong en rek) en dat de als een middelbare scholier ogende Frank Rijken zich tussen dat tweetal perste voor een gevierd einde van een lange turndag in Rotterdam.

Vrienden

Het drietal, in hetzelfde zwart en oranje, oogde niet als rivalen. Ze zijn dikke vrienden, op zijn minst uitstekende collega’s. Dat moet ook, want via de teamcompetitie (WK 2018 in Doha, WK 2019 in Stuttgart) wenst Nederland in 2020 een mannenploeg af te vaardigen naar de Olympische Spelen van Tokio. Daar worden twaalf landenteams (van vier turners) toegelaten. In Rio waren dat nog twaalf teams van vijf.

Deurloo, allroundkampioen in 2012, 2014, 2016, 2017 en dit jaar, sprak bij de NK in Rotterdam nog eens over de hechtheid in de Nederlandse ploeg, met acht mannen voor vier plaatsen. ‘Wij zijn echt een team. Als Casimir en ik een val maken, zoals bij paard, dan balen we, maar we gaan niet chagrijnig doen. We doen positief en gezellig. Praten wat na.’

Het is wat de in 2016 overleden bondscoach Mitch Fenner, een Brit, altijd betitelde als ‘next apparatus mentality’. Ofwel: blijf niet hangen in je fout, richt je op het volgende toestel.

Schmidt sprak collega Deurloo na over de bijzondere teamspirit. Die is niet bedacht of gespeeld. Hij is ‘echt’, benadrukte hij.

In 2015 en 2016 is turnland Nederland erachter gekomen dat het een team naar de Olympische Spelen kan afvaardigen, wanneer er wordt samengewerkt. Via de elfde plaats op de WK van Glasgow in 2015 werd toegang gevonden tot het beslissende olympische kwalificatietoernooi van Rio, in april 2016, Daar werd Nederland derde en verdiende het, als de nummer elf uit de mondiale ranglijst, vijf tickets voor Rio. Waaruit overigens, met name door de val van titelverdediger Zonderland op rek en het wegsturen van ringenfinalist Van Gelder, geen medaille werd veroverd.

Droefheid

In die dagen na de kwalificatie was er veel gedoe over de samenstelling van het nationale kwintet. Turngoeroe en allesweter Fenner overleed. Technisch directeur Hans Gootjes koos voor de drie gevestigde grootheden, Zonderland, Wammes en Van Gelder, plus de jongelingen Deurloo en Rijken. Allrounder Schmidt werd gepasseerd, tot veler verbazing. Diens rekstokkwaliteit was onder de maat, meende Gootjes. Er was woede die de jonge Schmidt - hij was 20 toen het hem overkwam - later achter zich kon laten.

Hij kwam liever nooit terug op die dagen van droefheid. Ook zaterdag, twee jaar na dato, was hij kort en afgemeten over het niet geselecteerd worden. ‘Het was zuur. Maar ik ben verder gegaan’, zo besprak hij zijn optredens bij de EK en WK van vorig jaar en de daarna volgende lange trainingsperiode.

‘Van oktober tot deze week heb ik goed doorgepakt. Volle bak getraind. Dertig uur per week. Aan nieuwe elementen gewerkt voor dit jaar’, aldus Schmidt. Hij had de tijd om nieuwe elementen te incorporeren, in zijn zes toesteldisciplines, omdat de kalender van het internationale turnen dit jaar die ruimte biedt. De Europese titelstrijd, normaliter altijd in april, is vier maanden later: in augustus in Glasgow., Daarna volgen eind oktober, een slordige drie maanden later, de WK van Doha. Daar worden de eerste drie landentickets voor de Spelen van Tokio reeds weggegeven.

Daar wil Schmidt goed zijn op zes toestellen, omdat hij bij de beste 24 van de wereld wil behoren op de meerkamp. Datzelfde geldt voor Deurloo, die vorig jaar in Montreal WK-brons haalde aan de rekstok. Dat individuele doel wordt wat opzij geschoven voor het teambelang. Daarin zijn de zes toestellen van Deurloo en van Schmidt van groot belang. Na de drie musketiers zijn zij nu de tandem die het Nederlandse mannenturnen draagt.

Daar was Deurloo, met de grote beker in zijn handen, het niet mee eens. Hij ziet een trio. Hij wees op clubgenoot Rijken, van O & O Zwijndrecht. Die stond na het voorlaatste toestel, brug, slechts drietiende punt achter Deurloo; tweede dus. Zoals Schmidt na vier toestellen nog had geleid. ‘We liften het hele niveau van het Nederlandse mannenturnen’, was de overtuiging van de kampioen na deel 1 van de kwalificatie voor de Europese titelstrijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.