DER WELTMEISTER

VOLGENS Franz Beckenbauer, de meest succesvolle (en dus ook beste) speler én teamchef die het Europese voetbal heeft gekend, is er geen toekomst meer voor de nationale elftallen....

De grote clubs betalen de vedetten miljoenensalarissen, maar moeten hun spelers gratis aan nationale elftallen afstaan. Dat zal veranderen, mede onder invloed van de Europese eenwording, die geen nationale sentimenten duldt.

Zo'n 'eurocoup' is méér dan reëel. Via het Bosman-arrest heeft het Europese Hof al een einde gemaakt aan het protectionistische transfersysteem, met alle paradoxale gevolgen vandien. Meer dan ooit zijn de spelers 'koopwaar', wat hen persoonlijk geen windeieren legt. Voor de rijke clubs in de grote voetballanden is het nog makkelijker geworden om hun reservebanken met buitenlands talent aan te vullen.

Toch is ook de macht van de grote clubs conjunctuurgevoelig, zelfs AC Milan is niet gevrijwaard van tegenslag. Zij zijn afhankelijk van soms dubieuze geldschieters (Silvio Berlusconi wacht een gevangenisstraf, net als Bernard Tapie), en voetballers en hun zaakwaarnemers hebben belang bij een mondiaal podium als de WK, waarop zij in één klap hun waarde kunnen bewijzen. Ik zie de nationale elftallen nog niet zo snel verdwijnen, daarvoor zijn de commerciële belangen te groot.

Ik zou Beckenbauers stelling willen omdraaien. In een tijd van globalisering zijn de nationale elftallen belangrijker dan ooit. Zij vormen de verbindende schakel die het voetbal zowel mondiaal als lokaal kunnen houden. Als het voetbal alleen nog draait om een superliga van Europese eliteclubs, die hun buitenlandse sterren niet voor interlands willen afstaan, wordt de band met de rest van de wereld doorgesneden.

Als rasechte Duitser denkt Beckenbauer erg eurocentrisch. Zuid-Amerikanen en andere niet-Europeanen zouden het moeilijk krijgen om zich met hun voetbalhelden (die in Europa spelen) te identificeren als het wereldberoemde Braziliaanse elftal niet meer bestond. Dat zou pas een echte 'eurocoup' zijn! Ook kleine Europese landen, zoals Denemarken en Kroatië, die geen grote clubs hebben, maar wél goede voetballers, moeten het hebben van hun nationale team.

Nederland wacht eenzelfde lot, alleen Ajax heeft wat in een Europese superliga te zoeken. Het verval van Anderlecht, dat tegenwoordig zelfs zwakker is dan Feyenoord, geeft de kwetsbaarheid van de clubs in de kleine landen aan. Het zou in de rede liggen wanneer Nederland en België, die over twee jaar samen de EK organiseren, tenminste hun voetbalcompetities in elkaar zouden schuiven. Maar hoewel de beste Belgen vandaag in Nederland spelen (vroeger was dat andersom), staan diepgaande cultuurverschillen zo'n stap in de weg.

Hier komen we bij de kern van de zaak. Nationale elftallen hebben een eigen speelstijl, die soms wel en soms niet nationale karaktereigenschappen tot uiting brengt. Dat schept een geheel eigen voetballogica. Zo noemde een sportjournalist het aanvalsspel van Oranje 'romantisch' (een Duitse term uit de vorige eeuw), terwijl wij juist als berekenend te boek staan en onze verzorgingsstaat alles behalve avontuurlijk is. Eigenlijk zou de Duitse speelstijl ook de onze kunnen zijn.

De 'culturele' analogie gaat weer wel op wanneer wordt bedacht dat geen elftal zo'n doordacht tactisch spelconcept hanteert als Oranje. Hollanders zijn wel degelijk avonturiers, niet in eigen land, maar daarbuiten (een wijsheid van Johan Cruijff). Dankzij ons koloniale verleden kunnen wij ook beter met de globalisering overweg dan de Duitsers. Ons elftal is kleurrijker dan het Duitse, dat onveranderd op blonde dravers is aangewezen.

Misschien zit hier de frustratie van Beckenbauer. Toen de Mannschaft in 1990 wereldkampioen werd, voorspelde de teamchef dat het Duitse voetbal na de eenwording alleen maar sterker kon worden. Het tegendeel is gebeurd. Hoewel de DDR een geduchte sportnatie was, heeft het West-Duitse voetbal het Oost-Duitse opgevreten, zonder er beter van te worden. Het was meer van hetzelfde. Het Duitse elftal speelde zo fantasieloos, dat zelfs de gevreesde Kampfgeist geen redding meer bracht.

Het Nederlands elftal heeft juist aan mentale kracht gewonnen (behalve bij penalty's, een Duitse specialiteit). Volgens Guus Hiddink kwam dat omdat veel spelers in buitenlandse competities zijn gehard. Volgens mij kwam dat omdat onze Surinaamse 'kabel' in het buitenland de reservebank heeft leren kennen. Dat maakte het voor teamchef Hiddink makkelijk veel te wisselen, en dáárdoor waren de vedetten - uniek voor het Nederlands elftal - eens niet de baas.

Dankzij de globalisering van het voetbal was er nu géén tweespalt in het Oranjekamp. Eindelijk discipline! Jammer dat Beckenbauer nationale teams niet meer ziet zitten. Hij zou de ideale bondscoach zijn in een land dat zo vreselijk graag óók een keer wereldkampioen wil worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.