Deftig en belezen, maar wars van 'stroef-seniele heeren'

PIM MULIER Geboren: 10 maart 1865 in Witmarsum. Naamgever van: het Pim Mulier-stadion (honkbal) in Haarlem en de Mulierzaal van het Haags Gemeentemuseum, waar zijn glascollectie is te zien....

EEN heer van stand was hij, Willem Johan Herman (Pim) Mulier. Een ijdele doorzetter met een bovenmatige geldingsdrang, die beleefde voorkomendheid als leidraad hanteerde in zijn leven. Ook en vooral in de sport. Met die houding dwong de 'uitvinder van de voetbalsport in Nederland' alom respect af.

Zijn medespelers in de oudste voetbalclub van Nederland, de Haarlemse HFC, spraken hem aan met 'meneer Mulier'. Op zijn bevel kleedden ze zich na de wedstrijd razendsnel om, zodat ze zich tijdig langs de spoorlijn konden opstellen om de tegenstanders waardig uit te wuiven.

In de pionierstijd van het voetbal, toen de sport en de regels nog onbekend waren en het spel vooral werd gezien als ruw en onhygiënisch vermaak, toog Mulier met de hoed in de ene en blommetjes in de andere hand elke zaterdag naar de ouders van zijn medespelers. Om hen met charmante gestes te winnen voor dat prachtige spel. 'Dodelijk' waren die blommetjes, wist hij zelf: 'Killing bait en Jan en Piet speelde voor de good old.'

Met ijzeren discipline, grote bestuurlijke creativiteit en vaardige pen zette Mulier zich in voor de maatschappelijke acceptatie en brede verspreiding van sport. Hij richtte HFC op (in 1879) en stond aan de wieg van een groot aantal sportbonden: de Nederlandsche Voetbalbond, de Athletiek Bond, de Bond voor Lichamelijke Opvoeding, de Kaatsbond, de Cricket Bond en de Internationale Schaatsenrijders Bond.

Hij schreef, met droge humor, informatieve boeken over wintersport, voetbal, cricket, atletiek. Richtte Het Sportblad op, schreef onder het pseudoniem Pim Pernel literaire stukjes voor Het Vaderland en dichtwerkjes en limmericks voor de HFC-uitgaven.

Het was ook Mulier die de eerste georganiseerde Elfstedentocht regelde. En voltooide, op 21 december 1890. Hij schreef niet alleen over en organiseerde allerlei takken van sport, maar was ook een fervent beoefenaar, tot op hoge leeftijd.

Een echt sportdier, dat begin deze eeuw door bestuurlijk Nederland hoog op een voetstuk werd getild. Zo noemt HFC-coryfee Jan Feith hem in het HFC-jubileumboek (1879-1919), zonder een vleugje ironie, in één adem met nationale grootheden. Na eerst de kanttekening te hebben geplaatst dat 'wij hem niet willen idealiseeren, want persoons-verheerlijking is evenmin een sport-eigenschap, als een vaderlandsche hebbelijkheid', jubelt Feith: 'Vondel als onze dichterlijke figuur; Rembrandt als ons vaderlandsche schilders-type; Willem de Zwijger als onze meest zwijgzame staatsman (...) Of, voor het heden, een Bolland als de verpersoonlijkte filosoof, naast een Mengelberg als de belichaamde muziek; met een Berlage als het hoofd eener bouwschool (...) En als wij dan rond zoeken naar het vertegenwoordigende type van den sportman - den sporter van de daad, van de actie, van het organiseerend initiatief - dan vinden wij zonder aarzelen, onzen Mulier'

Dat Mulier zijn bestuurlijke talenten vooral op het terrein van de sport zou inzetten, was al vroeg duidelijk. Nakomertje Pim, zoon van grootgrondbezitter, burgemeester en directeur-generaal van de Zuiderzeedijken Tjepke Mulier, leerde op vierjarige leeftijd schaatsen. Hij was toen inmiddels van het Friese Witmarsum naar Haarlem verhuisd, waar zijn vader een druk sociaal leven leidde en onder meer (in 1869) de 'Vereeniging IJsclub voor Haarlem en Omstreken' oprichtte.

Pim had een onbezorgde, Pietje Bell-achtige jeugd, althans, dat is zoals hij zich zijn jonge sportieve jaren zelf herinnert. 'Wij waren vijanden van alles wat orde was, vagabondeerden, maakten de duinen en bosschen onveilig, waren vaak zoek of weg, beslist ''weg'' ergens tusschen Hillegom en Castricum. Dit heeft geleid tot de ontdekking van het bruine monster en den N.V.B.'

Die verstrekkende ontdekking deed hij op de kostschool van meester Schröder in Noordwijk. Daar in de duinen maakte hij kennis met het bruine monster en, schrijft hij, 'Engelsch sprekende Engelschen'. Later in Ostende zag hij die Engelsen voetbal spelen. Zo verrukt was Pim van het spel dat hij, in 1875 op tienjarige leeftijd, besloot met zijn Haarlemse vrienden een voetbalclub op te richten.

Ze hadden geen bal, geen tenues, geen veld. Maar de club kwam er, vier jaar later, vooral door de vindingrijkheid en het uithoudingsvermogen van de jonge Mulier. Zijn eerste bal kocht hij, na diverse collecten te hebben gehouden, bij de firma De Gruijter in de Amsterdamse Leidschestraat. 'Hel-geel met 'n oranje leertje! Een paradijs aan een touwtje.'

Al op veertienjarige leeftijd mobiliseerde hij het volk voor de sport en knokte hij tegen vooroordelen. Hij schreef een brief aan de burgemeester en kreeg uiteindelijk voor elkaar dat zijn kornuiten mochten spelen op 'de Koekamp', een wei met bomen die dienst deed als voetbalveld.

Hij schaafde aan de spelregels, stelde reglementen op, organiseerde voetbal- , en ook atletiek-, cricket- en schaatswedstrijden. Onvermoeibaar roeide hij tegen de stroom van de gevestigde orde op. 'Och, wat heb ik in die eerste jaren 'n last gehad met onaanvechtbaar stroef-seniele bedaagde, deftige heeren van positie, autoriteiten en -teitjes, absoluut onbereisd en met 'n nachtwakersblik van waar-ben-je-me, nijdig en kribbig stokjes stekende voor al die nieuwe dingen, waarvan ze de portée niet inzagen.'

Deftig was Mulier ook, hij maakte onmiskenbaar deel uit van de vaderlandse elite. Hij speelde voetbal en cricket met Frederik van Eeden, Herman Gorter en Roland Holst en hield in het gras van de Koekamp oeverloze gesprekken met hen over literatuur en sociologie.

Onbereisd, zoals de kortzichtige gezagsdragers die hij beschimpte, was hij geenszins. Hij sprak meer dan dertig talen. Hij ging op kostschool in het Britse Ramsgate, naar de handelsschool in het Noordduitse Lübeck, reisde voor een bloembollenzaak en later voor een houthandel door Rusland, Zweden, Lapland. Vestigde zich enige tijd op Oost-Sumatra, waar hij directeur-hoofdredacteur was van de Deli Courant.

Mulier had, wellicht door zijn kosmopolitische instelling, een brede visie op sport ontwikkeld. Sport was meer dan individueel genot. In een van zijn geschriften legde hij een verband tussen slechte maatschappelijke ontwikkelingen ('de uitbreiding der steden, parken met niet-te-betreden gazons, lesuurroosters zonder speeltijden, verzwaarde examens met véél candidaten') en de groeiende jeugdcriminaliteit. Moeilijk was dit maatschappelijk vraagstuk, maar volgens Mulier niet onoverkomelijk. De oplossing? 'Het gereglementeerde openluchtspel': voetbal, cricket, hockey, lawntennis, korfbal.

Zitvlees heeft de energieke Mulier nooit gekweekt. Was een nationale bond of sportclub eenmaal opgericht en draaide de organisatie, dan dacht hij alweer aan een volgende uitdaging. Eindeloos dus was de rij voorzitters van sportbonden die op zijn begrafenis het woord voerden. Zij spraken over zijn baanbrekend werk, over zijn tomeloze energie en zijn soms tot wanhoop drijvende eigenwijsheid. Maar juist zijn eigenzinnigheid bleek de motor van het prille georganiseerde sportleven in Nederland. Of, zoals prins Bernhard tot hem zei bij de uitreiking van de Zilveren Anjer in 1951: 'U heeft de sport tot een cultuurelement gemaakt voor de brede massa.'

Janny Groen

Dit is de veertiende aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.