ProfielDebby Willemsz

Debby Willemsz gelukkig bij terugkeer onder de lat van nationaal waterpoloteam

Debby Willemsz kwam snel terug van haar beslissing te stoppen als keepster van het waterpoloteam. Op het EK leunt de ploeg op haar. Donderdag moet ze in de halve finale de Russische vrouwen stoppen.

Debby Willemsz van het Nederlandse waterpolo damesteam in actie tijdens de oefeninterland tegen de VS.Beeld ANP

Van kansloze reserve is Debby Willemsz tot de uitblinkende keeper van het nationale waterpoloteam geworden. Driekwart jaar geleden had ze dat niet voorzien. Willemsz stopte in april, vanwege een uitzichtloze kwestie met topkeeper Laura Aarts voor zich, ongelukkig in een Zeister bad met slechts zes andere fulltime waterpolovrouwen. De stekker ging eruit.

Toen werd het juni. Aarts besloot, van de ene dag op de andere, te stoppen met het dragen van de oranje cap. Onvermurwbaar. Hoe coach Arno Havenga ook op haar inpraatte.

Willemsz zat thuis in Spijkenisse, toen de mededeling van haar collega naar buiten kwam. ‘Laura, stoppen? Ik dacht echt, hoe kan dit?’

De volgende gedachte kwam spontaan: ‘Toen zij dat bekendmaakte, dacht ik: had je dat niet effe eerder kunnen zeggen? Dat was het eerste dat mij bij op kwam. Ik dacht aan mezelf. Want iedereen wist hoe ik me voelde in die tijd. Als zij toen had gezegd: ik heb eigenlijk hetzelfde. Misschien hadden we elkaar kunnen helpen. Jammer hoor.’

Willemsz had een contract getekend bij het Spaanse Mataro, een club uit de regio Barcelona. ‘Ik had mijn halve bagage daar al heen verhuisd.’

Het kriebelen begon direct bij de gestopte international. Het ‘wat als’ ging door de geest. Het eerste wat ze deed was contact leggen met haar sportpsycholoog Jutta Hulshof die haar eerder had geholpen met het duidelijk krijgen van haar besluit te stoppen. Nu moest Hulshof meedenken over de terugkeer van haar pupil.

‘Want ik wilde heel goed nadenken over die beslissing. Ik wilde eerlijk zijn naar mezelf en het team. Als ik me er niet 200 procent voor zou inzetten, dan moest ik niet opnieuw beginnen. Anders had ik nu (een week voor het EK, red) misschien gedacht: hier heb ik geen zin meer in. Dat wilde ik echt niet hebben.’

De pijn geen deel meer te zijn van het team voelde ze, toen de nationale ploeg midzomer in de voorbereiding op het WK interlands ging spelen in Rotterdam. ‘Daar kom ik vandaan. Ik kon er niet ontbreken op de tribune. Het ging niet heel lekker, die wedstrijden. Ik wilde eigenlijk niet weten hoe die meiden zich toen voelden.’

Naar de buitenwereld werd laconiek gedaan over het vertrek van Aarts. Het zou goedkomen met de onervaren nieuwkomers Koenders en Buijs. Dat kwam het niet. Nederland werd zevende op het WK en speelde futloos en zonder vertrouwen.

Willemsz had niet willen kijken naar dat WK. Ze deed het toch. ‘Een teamgenoot van Mataro wilde Nieuw-Zeeland zien. En bij Sport Utrecht werkte ik met Amarens Genee, de zus van aanvoerder Dagmar. Ze zei: we gaan tv kijken in de pauze. Zo ben ik toch alles blijven volgen. Want tuurlijk wilde ik weten hoe ze het deden. Er waren meiden in het team, om wie ik heel veel geef en van wie je hoopt dat ze het heel goed doen. Maar dan alsnog alles volgen, dat was wel moeilijk.’

Voor het WK had Willemsz, een sfeermaker die in Zeist de sfeer zo miste, een telefoontje van bondscoach Arno Havenga gekregen. Hij vroeg of ze wilde nadenken over een terugkeer. ‘Ik heb meteen mijn nieuwe Spaanse club Mataro op de hoogte gebracht. Dat ik het overwoog. Wel zo eerlijk natuurlijk. Want ja zeggen betekende met z’n allen centraal trainen in Zeist. Niks buitenlandse contracten.’

Een dag na het mislukte WK kreeg ze Havenga aan de lijn. Ze had toen al gezeten met psycholoog Hulshof, drieënhalf uur liefst.

Het werd een ja. ‘Mijn tweede kans op de Olympische Spelen. Die mocht ik niet laten schieten. Daarvoor heb ik al die jaren getraind. Daarvoor hebben mijn ouders me naar al die trainingen gebracht.’

Willemsz werd gevraagd waar ze weer het gemiste plezier uit zou kunnen halen. ‘Voor mij is dat duidelijk. Dat ik hier in het water lig met mijn vriendinnen. Vorig jaar trainden we hier met zeven meiden, dan is het plezier een stuk minder hoor. Met zijn zevenen kun je niet spelen. Dan deed Jong Oranje maar mee.

‘Nu zijn we met een hele grote groep in Zeist. Dat geeft een enorm voordeel. Er zijn jongere meiden bij de ploeg. Het is soms nog zoeken. Maar het gaat steeds beter nu. Anders kwam je uit competitie en werd er twee weken samen getraind. Dit is anders. Als ik de bal uit doel pass naar voren weet ik van de speelsters jij gaat op de rug, jij wil ’m zijkant en jij wil ’m voor. Dan weet ik dat gewoon.’

Door haar sterke beurten tegen Italië (10-4 zege) en Spanje (10-6 overwinning) is Debby Willemsz (25) nu opeens de vaste eerste keeper van coach Havenga. Dat was ze in 2014, in hetzelfde Boedapest, tot een jaar later Laura Aarts de één na beste goalie van de wereld bleek te zijn. Tegen Rusland, in de halve finale van donderdag, zal worden geleund op haar explosies onder de lat.

‘Dat was het moeilijkste in het begin toen ik terugkeerde. Het explosieve. Het strekken naar de hoek. Bij de World League in november gingen die ballen er nog via de hand in. Nu zijn dat geen doelpunten meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden