De zwijgplicht van de remmer

In een bobslee knappen de remmers altijd de vuile karweitjes op. De hiërarchie schrijft het zo voor. Steek nooit de piloot naar de kroon....

Sybren Jansma wil het incident eigenlijk liever vergeten. Maar soms spookt het nog door zijn hoofd. Dan hoort hij Arend Glas gillen: ‘Remmen, remmen! Rem nou toch, verdomme!’

Het was op de bobbaan van Lake Placid, in een van de eerste bochten en Jansma ging met zijn volle gewicht aan de rem van de tweemansbob hangen.

Glas had vlak na de start een technisch defect ontdekt en de piloot wist uit ervaring: op de snelle olympische baan van 1980 wil je liever niet in de tweede of derde bocht crashen.

Maar hoe Jansma ook op de rem trapte, de slee kwam nooit tot stilstand. In plaats daarvan kraste hij van boven tot onder een remspoor in het ijs.

Nooit hebben ze de ijsmeester zo kwaad gezien. Dat iemand zijn baan zo kon molesteren, dat had de Amerikaan nimmer meegemaakt. Jansma kreeg een boete van 1500 dollar. Zijn hoofd en dat van Glas prijkten een dag later pontificaal op flyers die overal langs de bobbaan waren aangeplakt. ‘We zijn uit Lake Placid gevlucht’, zegt de remmer met een grimas op het gezicht.

De boete werd later teruggebracht tot 800 dollar en betaald door het hele team. Het kon Jansma niet worden verweten dat de bob van Glas oncontroleerbaar was geworden omdat een van hen bij het klaarzetten van de slee was vergeten de pinnen uit de neus te halen. Daar zijn ze allemaal verantwoordelijk voor.

Het is het enige moment waarop in een bobslee piloot en remmers gelijk zijn. Hoewel alleen de eerste mag schelden als het fout gaat, wordt dat van de ander niet gepikt.

Hiërarchie bestaat niet in een bob, beweren piloten Arend Glas en Ilse Broeders. Het is niet de gehele waarheid. Als de remmers buiten in de ijzige kou de slee klaarzetten of opruimen, zitten zij lekker binnen om met de coach de technische details te bespreken.

Het visualiseren van de baan vergt een mentale inspanning van de piloot, het slijpen van de ijzers een fysieke van de remmer. Alle vuile karweitjes zijn voor hem, alle aandacht voor de man achter het stuur. ‘Maar slaven mag je ons niet noemen’, zegt Arno Klaassen, de remmer in de viermansbob van Glas.

Een kleine tien seconden duurt het olympische optreden van de vijf Nederlandse remmers de komende dagen op de baan van Cesena Pariol. Het ritueel van de start is er tijdens de training in geslepen.

Klaassen: ‘Ik zeg ‘klaar’, dan zakken we allemaal in, daarna roept Arend ‘oké’ en vanaf dat moment zit het ritme in het hoofd en is het doorlopen, doorlopen, doorlopen, tot degene voor jou in de slee springt.’

Jansma: ‘Iedereen weet precies waar hij zijn voeten en armen moet laten.’

Klaassen: ‘Als ik er als laatste in zit, roep ik heel hard ‘down’ en als het goed is, valt dan alles in een keer op zijn plaats.’

Jansma, wijzend op zijn blauwe plekken: ‘Als je verkeerd in de slee terechtkomt, heb je pech, dat kun je niet meer corrigeren.’

Vervolgens is het zaak een minuut zo stil mogelijk te zitten, in een uiterst oncomfortabele situatie. Het is waarom remmers wel angst hebben en de piloot nooit. Die ziet wat hij doet, de anderen niet. Die zitten met het hoofd naar beneden en tellen de bochten om uiteindelijk op tijd de slee tot stilstand te kunnen brengen.

Het is misschien een vreemde bijdrage aan wat moet leiden tot een olympische medaille. Jansma moet het de leek altijd weer opnieuw uitleggen. Nee, tijdens de afdaling heeft hij geen functie, alleen zijn gewicht telt. Maar voor hetzelfde geld vult Glas zijn bob op met honderd kilo aan zandzakken. Jansma droogjes: ‘Die kunnen aan het einde niet remmen.’

Samen met Klaassen en Kortbeek vult hij ook de viermansbob van Glas. Bij de vrouwen wordt vanochtend in een laatste kwalificatiewedstrijd uitgemaakt wie pilote Eline Jurg vanaf maandag zal assisteren: Kitty van Haperen of Urta Rozenstruik. Jeannette Pennings is zeker van haar plek achter Ilse Broeders.

Voor het gemak worden alle bobsleeërs aangeduid als ‘remmers’, een kwalificatie die hun werk geen eer aandoet. Het remmen gebeurt pas ná de wedstrijd.

Hun belangrijkste taak is de slee vanaf de startlijn met een zo groot mogelijk vaart het ijskanaal in te duwen. Eigenlijk zijn ze meer duwer dan remmer, maar die naam is historisch bepaald en stamt uit de tijd dat alle bijrijders buiten de bob hingen om de snelheid te drukken.

Want een remmer kent angst, een piloot niet. Die heeft zelf gekozen voor het bobsleeën, de anderen zijn er ingerold. Het zijn meestal atleten die genoeg hebben van hun individuele bestaan en een teamsport willen beoefenen.

De afdaling is maar bijzaak, zegt Van Haperen. Ze heeft haar angst moeten overwinnen. Dat is nooit helemaal gelukt.

Na haar eerste afdaling zag ze groen en geel. En bij haar tweede vergat ze te remmen. De bobslee kwam tot stilstand op het beton waarna de dure ijzers de prullenbak in konden. Dat is niet wat je wilt als remmer. Dat, en verkeerd om in de slee terechtkomen bij de start.

‘Ik was helemaal de weg kwijt en vergat gewoon te remmen. Ik heb staan vloeken en tieren tegen dat ding, terwijl het gewoon mijn eigen schuld was’, zegt Van Haperen.

Het is ondankbaar werk dat ze doen. Een remmer moet altijd vrezen voor zijn plaats in de bob, een piloot nooit. Die laatste werkt de eerste op de zenuwen omdat hij altijd op zoek is naar iemand die zijn slee nog sneller in gang kan trekken. Eenhonderdste van een seconde verschil is al genoeg om een remmer te bedanken voor bewezen diensten.

‘Als je daar niet tegen kunt, ben je niet geschikt’, zegt Glas. De piloot heeft de zorgen en moet de sponsors en het geld bij elkaar zoeken om te kunnen blijven sleeën. Hij doet er bovendien gemiddeld acht jaar over om de wereldtop te bereiken.

De remmer kan binnen een jaar op een olympisch podium staan. En het enige waar die zich een heel jaar om moet bekommeren is het materiaal en zijn fysieke conditie.

‘Ik sta erom bekend dat ik veel wissel. Maar als ik er beter van word, dan zou ik toch stom zijn remmers te handhaven omdat ik ze aardig vind?’, zegt Glas.

‘Remmers moeten de piloot ontlasten. Ik moet boven komen en me geen zorgen hoeven maken of denken: shit, als ze mijn helm maar binnen hebben gezet. Daar zijn zij voor. Ik heb al genoeg aan mijn hoofd.’

Alleen sporters zonder veel eerzucht pikken die rolverdeling. Een bob is een samensmelting van karakterologische uitersten, alleen dan functioneert het geheel. Daarom is het voor iedere remmer ten strengste verboden de piloot naar de kroon te steken. Daar komen brokken van.

De piloot is perfectionistisch, kan goed organiseren, heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel en neemt geen genoegen met een plaats in de schaduw. De remmer stelt geen hoge eisen aan zichzelf, schikt zich in een bijrol en heeft liever niet de leiding. Die wil graag van een ander horen wat hij moet doen.

Kortbeek: ‘Ons wordt gevraagd: volgende week gaan we naar Sankt Moritz, ga je mee? En dan gaan we mee.’

‘Je moet van mij geen piloot willen maken’, zegt Van Haperen. ‘Daar ben ik veel te druk en explosief voor. Als je aan het stuur zit, moet je juist rustig blijven. Er gaat zoveel mis, daar moet je als piloot op kunnen anticiperen.’

Vier jaar geleden deed Glas met zijn groep remmers een karaktertest bij sportpsycholoog Hardy Menkehorst. Hij voldeed met zijn eigenschappen precies aan het prototype van een piloot. En wat hij al had gedacht, kwam uit. Ook een van zijn remmers, Olaf ter Braack, bleek een man die beter geschikt was voor een plek voorin dan achterin de slee. ‘Het was precies degene met wie ik altijd in de clinch lag.’

Piloten houden doorgaans niet van remmers die in discussie gaan en van de hoed en de rand willen weten. Het betekent namelijk dat ze een grotere ambitie hebben dan goed voor een remmer is. ‘In een team heb je veel mensen nodig die zich in hun rol schikken, die een prestatie willen leveren, maar niet mee willen beslissen’, zegt Glas.

‘Het grappige is dat ik nu eigenlijk alleen af en toe een aanvaring met Vincent Kortbeek heb. Ik denk dat hij mijn opvolger moet worden. Van hem willen we in de toekomst een goede piloot maken.’

Het is een ongebruikelijke overstap. Kortbeek: ‘Ik wil mezelf ook op andere gebieden ontwikkelen, dat kan als remmer niet.’

Op de olympische baan van Cesena Pario houdt hij zich nog gedeisd. Volgend seizoen gaat hij een pilotencursus volgen. Het team van Glas zou Kortbeek zo willen overnemen, maar hij acht het niet verstandig. ‘Ik wil de beste remmers van Nederland niet meteen het ziekenhuis in helpen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden