De zwakke stee in de Agafonov

Vorige week liet ik drie partijen zien die met de zogeheten Agafonov-variant (1.35-30 20-25 2.33-29 15-20 3.29-23 enz.) van start gingen....

Maar de Agafonov-variant heeft niet louter pluspunten. Er zijn ook nadelen aan verbonden. Het eerste, meest in het oog springende bezwaar (over het tweede komen we volgende week te spreken) is natuurlijk dat de witte voorpost op 23 wel eens verloren zou kunnen gaan.

Niet dat zwart, door steeds achter te lopen met 13-19 (of, na afruil van 29, met 13-18), de vijandelijke indringer simpelweg zou kunnen oppeuzelen. Nee, het gevaar dat wit bedreigt, is meer indirect van aard: het komt in de praktijk regelmatig voor dat de witte stand als gevolg van een te enthousiaste bezetting van de achterliggende centrale velden (28, 27 vooral) combinatief onhoudbaar wordt.

Om te illustreren aan welke gevaren men in de Agafonov-variant zoal bloot staat, heb ik uit de partijen die er tussen 1960 en 2000 zijn gespeeld (het zijn er een kleine 150), een viertal miniaturen geselecteerd. 'Miniaturen', omdat de vier witspelers stuk voor stuk al ver vóór de 20ste zet de beslissende fout begaan.

Het kortste partijtje werd tijdens het WK-toernooi van Sao Paulo 1982 gespeeld. De Surinaamse grootmeester Eduard Autar bracht zijn Braziliaanse tegenstander Lourival Franca al binnen twaalf luttele zetten op.

Franca - Autar (WK 1982)

1.35-30 20-25 2.33-29 15-20 3.29-23 18x29 4.34x23 25x34 5.40x29 19x28 6.32x23 16-21!?

Dit wordt algemeen als zwarts sterkste reactie beschouwd. Wit kan de tekstzet het beste beantwoorden met hetzij 7.31-26 (onder meer Roozenburg - Bom, NK 1963, maar óók Valneris - Georgiev, EK 1995), hetzij 7.37-32. Franca's volgende zet ziet er al niet goed uit:

7.38-32?! 21-26 8.45-40 20-25 9.32-28(?)

Dit maakt de witte stand er nog kwetsbaarder op.

9...13-18(!) 10.37-32? 26x37 11.42x31

En na deze derde fout binnen vier zetten is het pleit zowaar al beslecht:

11...17-22! 12.28x17 11x22

Zo dwingt Autar in alle varianten schijfwinst af: er dreigt uiteraard 13...22-28 +, op 13.32-27 laat zwart 13...22-28!, 14...18-22 en 15...12x45 volgen, en 13.31-27?? 22x31 14.36x27 is helemaal verschrikkelijk wegens 14...18-22!, 15...14-19 en 16...12x45 +. Franca liet zich één en ander niet meer bewijzen en gaf het op.

Ook in de volgende partij brengt de slag 12x45 al spoedig de beslissing.

H. Koning - P. van Harten (Clubcompetitie 1980)

1.35-30 20-25 2.33-29 15-20 3.29-23 19x28 4.32x23 18x29 5.34x23 25x34 6.40x29 16-21 7.37-32 21-26 8.41-37 20-25 9.39-34 13-18 10.44-39 14-20 11.45-40?

Hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinken - het zou best kunnen dat wit hierna al verloren staat!! Aangewezen was daarom 11.34-30 25x34 12.39x30. Maar bovenal dient te worden geconstateerd dat de opbouw met 9.39-34 en 10.44-39 al enigszins dubieus was.

11...17-22!

Stelt niet alleen de dreiging 12...22-28! (13.23-19?? 9-13 +) aan de orde, maar verhindert ook 13.39-33?? door 13...22-27! +.

12.31-27?

Dit kost een volle schijf. Ter voorbereiding van 31-27x27 had wit achtereenvolgens 12.49-44 (om op 12...22-28 nog net 13.23-19 te kunnen doen), 13.50-45 en 14.47-41 moeten spelen. Maar misschien was zijn voorpost sowieso niet meer te redden.

12...22x31 13.36x27 18-22!

De inleiding tot een grappige, ofschoon niet al te moeilijke combinatie.

14.27x18 26-31! 15.37x26 25-30 16.34x14 10x37 17.42x31 12x45

Met materiaalwinst. Na nog 17 zetten had Van Harten de vis op het droge.

In het commentaar bij wits twaalfde zet beval ik een opbouw met (14.)47-41 aan. Dat had alles te maken met de damslag 10x46 die aan de orde was gekomen wanneer wit een opstelling met (14.)46-41 en vervolgens 31-27x27 zou hebben ingenomen. Die slag naar 46 speelt in de beide volgende partijen een cruciale rol.

Eerst het ultra-korte duel tussen Pierre Franklin, een naar de VS geëmigreerde Haïtiaan, en de voormalige Oekraïnse meester Vladimir Kaplan.

Franklin - Kaplan (Kamp. New York 1981)

1.35-30 20-25 2.33-29 15-20 3.29-23 18x29 4.34x23 25x34 5.40x29 19x28 6.32x23 16-21 7.38-32?! 21-26 8.45-40 20-25 9.39-34 13-18 10.50-45 17-22 11.31-27 22x31 12.36x27 11-17 13.40-35 17-22 14.41-36 22x31 15.36x27 6-11 16.46-41? 25-30!! 17.35x24

Op 17.34x25 combineert zwart eveneens naar 46.

17...18-22! 18.27x18 26-31! 19.37x26 14-19

Wit geeft het op: hoe hij ook slaat, altijd komt zwart op dam!

Eén van de merkwaardigste partijen die ooit in de Agafonov-variant zijn gespeeld, heb ik voor het slot bewaard. Oud-wereldkampioen Piet Roozenburg en Pieter Bergsma, de toenmalige nationale titelhouder, vochten in het NK 1969 een duel uit waarin de kansen enkele malen drastisch keerden.

Roozenburg - Bergsma (NK 1969)

1.35-30 20-25 2.33-29 15-20 3.29-23 18x29 4.34x23 25x34 5.40x29 19x28 6.32x23 16-21 7.37-32 21-26 8.41-37 20-25 9.45-40 13-18 10.50-45 17-22 11.38-33 11-17 12.46-41 6-11 13.31-27?

Te vroeg. Maar waarschijnlijk is er zelfs hiervóór al iets misgegaan.

13...22x31 14.36x27 25-30!!

Zie diagram

Fraai gespeeld! Er dreigt 15...30-34!, 16...18-22 en 17...14-19 met schijfwinst. En op 15.40-34? combineert zwart op dezelfde wijze als Kaplan naar dam. Dus:

15.40-35?

Schijnbaar de enige. Toch had het gekunstelde 15.27-21 een (iets) betere overlevingskans geboden.

15...1-6??

Precies de verkeerde van de drie tempozetten waarover zwart beschikte. Na het correcte 15...11-16/10-15 gevolgd door 16...18-22!, 17...26-31! en 18...14-19! zou Bergsma inderdaad een schijf hebben gewonnen.

16.35x24 18-22 17.27x18 26-31 18.37x26 14-19 19.24x13!!

Een hoogst onaangename verrassing.

19...8x46 20.26-21!! 12x34 21.21x1

Niet zwart maar wit komt nu een schijf vóór. Dat Bergsma, evenals zijn tegenstander, zijn dam achter de eigen linies gaat opbergen, laat onverlet dat alle winstkansen plotseling aan Roozenburg zijn!

21...9-13 22.1x40 46-14 23.39-34 14-9 24.44-39 10-14 25.43-38 3-8 26.33-28 9-3 27.39-33 11-17 28.49-43 3-9 29.40-49 9-3 30.43-39 3-9 31.38-32 9-3 32.32-27 3-9 33.42-37 9-3 34.37-31 14-19 35.31-26 19-23 36.28x19 13x24 37.27-21 4-10 38.21x12 8x17 39.49-27??

Maar door deze onbegrijpelijke blunder gaan alle kansen juist weer op zwart over. Al durf ik niet met zekerheid te zeggen of er hierna ook daadwerkelijk winst voor hem in heeft gezeten.

39...17-21! 40.27x16 6-11 41.16x7 2x11 42.47-42 3-17 43.42-37 11-16 44.37-32 16-21 45.32-28 21-27 46.48-42 10-15 47.42-37 17-3 48.45-40 3-20

Pareert de geraffineerde dreiging 49.28-22!!, 50.26-21! en 51.34x12 + die wit haast ongemerkt in de stand had gevlochten! Maar een partij als deze verdient eigenlijk maar één uitslag, en die zal over tien zetten inderdaad uit de bus rollen:

49.37-32 27x29 50.34x23 20-14 51.23-18 14x37 52.40-35 37-28 53.18-12 28x50 54.12-7 24-29 55.7-2 50-28 56.35-30 28-32 57.26-21 32x16 58.30-25

Remise.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden