InterviewOlympische sporters

De zegeningen van een jaartje extra tot Tokio 2021

N'ketia Seedo (tweede van rechts) in actie bij de NK indoor.Beeld BSR Agency

Sommige topsporters zijn blij met het uitstel van de Zomerspelen tot 2021. Sprintster N‘ketia Seedo (16) heeft dan een jaar extra ervaring, turnster Eythora Thorsdottir (21) kan herstellen van een blessure en zeilster Lobke Berkhout (39) krijgt meer tijd om vertrouwen te tanken.

N’ketia Seedo (16), atletiek

Voor N’ketia Seedo was het al waardevol geweest indien ze deze zomer als reserveloper van de estafetteploeg naar Tokio had gemogen. Hoewel het 16-jarige toptalent uit Utrecht naar eigen zeggen nog niet helemaal het vereiste niveau heeft, zou het goed voor haar zijn geweest om de Olympische Spelen alvast te ervaren.

Maar nu de Spelen zijn uitgesteld tot 2021 heeft Seedo, die tegen die tijd 18 jaar zal zijn, zichzelf een nieuw doel gesteld. Over een jaar wil ze een van de vier estafettelopers op de 4x100 meter zijn. En wie weet kwalificeert ze zich ook individueel voor de 100 meter. Daarmee heeft ze zich tot nu toe niet beziggehouden. Haar snelste tijd dit seizoen is 11,37 seconden, de limiet voor Tokio 11,15. ‘Het is een grote stap, maar natuurlijk ga ik het proberen.’

Seedo weet als geen ander dat het snel kan gaan. Ze verbeterde haar pr op de 100 meter vorig seizoen met 0,33 seconde (11,70 naar 11,37). Bovendien baarde ze in februari opzien door op de 60 meter bij de NK indoor gevestigde estafetteloopsters als Naomi Sedney en Nadine Visser te verslaan en de titel te pakken. Met haar winnende tijd (7,24) vestigde ze een Nederlands juniorenrecord. Ze is de op één na snelste atleet onder de 18 jaar aller tijden. De vergelijking met Dafne Schippers was snel gemaakt.

Toch concentreert ze zich in eerste instantie op een vaste plek in het estafetteteam. Hoeveel harder ze binnen een jaar kan lopen, vindt ze moeilijk in te schatten. Enerzijds worden de stappen die ze maakt kleiner naarmate ze ouder wordt, denkt ze. ‘In de top zijn de verschillen klein.’ Anderzijds traint ze sinds september op Papendal. Een jaar extra onder professionele begeleiding moet zich uitbetalen.

‘Ik merk dat ik beter word op Papendal’, zegt Seedo, die tot vorig seizoen bij haar atletiekvereniging U-Track in Utrecht trainde. ‘Bij de club trainen ook veel mensen die het gewoon leuk vinden om lekker bezig te zijn. Op Papendal komt iedereen elke dag met hetzelfde doel naar de training: de beste willen zijn, het maximale uit jezelf halen.’

Bovendien kan ze op het nationale sportcentrum gerichter trainen. ‘Bij U-Track waren de trainingen gericht op de basiselementen. Op Papendal werk ik veel aan mijn paslengte. Mijn frequentie is goed, maar de lengte van mijn passen nog niet. Als die groter is, kan ik ook meer voordeel uit mijn hoge frequentie halen.’

Een jaar extra geeft haar ook de tijd om de andere estafettelopers beter te leren kennen. Seedo liep tot nu toe slechts een officiële wedstrijd met de estafetteploeg. Ze weet: juist het overgeven van het stokje vergt de perfecte onderlinge afstemming. ‘Voor een goede estafette heb je ook een beetje ervaring nodig.’

Legt ze zichzelf met haar 16 jaar niet te veel druk op? ‘Ik vind het fijn als er iets van mij verwacht wordt. Nervositeit haalt het beste in mij naar boven. Hoe nerveuzer ik ben, hoe harder ik loop.’

Eythora Thorsdottir tijdens een oefening op de balk bij en drielandenwedstrijd in 2019. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Eythora Thorsdottir (21), turnen

Het eerste wat Eythora Thorsdottir dacht toen ze tijdens de training in maart op de brug met ongelijke liggers een lelijke val maakte? Shit, dit kan ik niet hebben, zo kort voor de Olympische Spelen. De 21-jarige turnster probeerde de pijn  weg te stoppen en wilde niet dat haar trainer iets zou merken. Veel meer dan een blauwe plek zou het toch niet zijn?

Niet veel later bleken haar ribben gekneusd. Tegen beter weten in trainde ze door. Ze wist: met Tokio voor de deur was stilstand achteruitgang. ‘Ik wilde niet afwijken van mijn planning, maar het probleem is dat je je ribben bij elke beweging voelt. Ik kon amper lopen. Ik had geen andere keuze dan verplicht twee tot drie weken rust te pakken.’

Dat is funest voor een turnster in aanloop naar een grote wedstrijd, weet de  turnster met IJslandse ouders. ‘Als je een paar weken hebt stilgezeten, duurt het sowieso een maand voordat je weer op je basisniveau bent. Ik had de Spelen nog niet helemaal uit mijn hoofd gezet, maar vroeg me wel af hoe fit ik überhaupt zou zijn in Tokio.’

Die onzekerheid knaagde aan Thorsdottir, die tweemaal zilver pakte op een EK. In aanloop naar het WK van 2017 kampte ze met dezelfde blessure. Ze ervoer dat het niet mogelijk is een optimale prestatie neer te zetten met gekneusde ribben. Ze miste de finales. ‘Als turnster moet je honderd procent fit zijn. Zeker in een olympisch jaar. Dan zet iedereen nog een stapje extra. Het kleinste detail kan al het verschil maken.’

Hoewel ze wist dat Tokio een race tegen de klok zou worden – ook omdat ze zich in juni nog moest plaatsen voor het team – probeerde ze in haar hoofd rustig te blijven. ‘Ik moest investeren in mijn rust. Anders was het sowieso een gelopen race’, zegt ze. ‘Tegen mezelf zei ik dat ik de noodgedwongen rust als een training moest zien. Ik wist dat ik positief moest blijven, wilde er niet aan denken dat mijn concurrenten bezig waren terwijl ik stil zat. Dat soort gedachten zouden mij niet vooruit helpen. Investeren in mijn herstel hoorde bij mijn proces.’

Toch sprong ze een ‘minigat in de lucht’ toen het IOC bekendmaakte de Spelen een jaar uit te stellen. Plots hoefde ze zich geen zorgen meer te maken of ze op tijd fit zou zijn.  ‘Het maakt je toch onrustig als je weet dat de Spelen voor de deur staan en je niet volledig fit bent. Het is gek om te zeggen, maar voor mij komt uitstel van de Spelen goed uit.’

Ze moet een nieuwe route richting Tokio uitstippelen. Eigenlijk zou ze aankomend jaar een sabbatical nemen om haar studie af te ronden. Daar komt nu verandering in. Eén ding weet ze zeker: volgend jaar wil ze er staan in Tokio. ‘Hopelijk kan ik daar helemaal fit naartoe werken.’

Het duo Afrodite Zegers en Lobke Berkhout in de 470.Beeld Richard Langdon

Lobke Berkhout (39), zeilen

Lobke Berkhout was al zes jaar gestopt met zeilen toen stuurvrouw Afrodite Zegers haar anderhalf jaar geleden vroeg om nog een keer alles opzij te zetten voor Tokio 2020. Hoewel de periode kort was, wilde de inmiddels 39-jarige Amsterdammer nog een keer haar ultieme doel najagen: olympisch goud in de 470-klasse. ‘Maar dat was buiten het coronavirus gerekend’, zegt Berkhout, die vijf wereldtitels en twee olympische medailles veroverde.

Toen in maart een streep ging door het WK en ook vier andere wedstrijden in het voorseizoen geschrapt werden, hoopte Berkhout vurig op uitstel van de Spelen. ‘Wat onze concurrenten in vier tot acht jaar hadden opgebouwd, moesten wij in anderhalf jaar doen. Toen ook nog eens de wedstrijden wegvielen die we nodig hadden om in vorm te komen, verloren we het vertrouwen dat we er zouden staan in Tokio.’

Na het behalen van de bronzen medaille op de Spelen van Londen in 2012 besloot Berkhout een punt achter haar carrière te zetten. Na jarenlang voor haar sport te hebben geleefd, wilde ze meer tijd hebben voor andere dingen en een gezin stichten. In 2013 beviel ze van haar dochter Belle. Ook deed ze mee aan het televisieprogramma Expeditie Robinson waarvoor ze vijf weken op een onbewoond eiland op de Filipijnen verbleef.

Ze nam afstand van de sport, maar het vlammetje bleef wakkeren en laaide zelfs op toen de elf jaar jongere Zegers eind 2018 aan de telefoon hing. Berkhout was er snel uit, al verliep haar terugkeer wisselvallig. Het duo plaatste zich voor de Spelen en pakte brons op het EK. De twaalfde plaats op het WK van 2019 was een teleurstelling. ‘De communicatie in de boot is heel belangrijk. Daar moesten we nog aan werken in het voorseizoen. We hadden wedstrijden nodig om op elkaar ingespeeld te raken.’

Een extra jaar komt voor het duo als geroepen, al betekent het dat Berkhout veertig is als ze haar boot volgend jaar in de baai van Enoshima te water laat gaan. ‘Ik ben uit het goede ‘Berkhout’ gesneden’, grapt ze. ‘Fysiek gezien is mijn terugkeer meegevallen. Ik heb altijd een goede discipline gehad en zeilen verleer je niet zomaar.’

Heel even dacht ze dat haar droom definitief in duigen zou vallen toen ze Maurits Hendriks, technisch directeur van NOCNSF, op televisie hoorde praten over afstel van de Spelen. Was haar comeback dan echt voor niks geweest? In plaats daarvan maakte opluchting zich van haar meester toen de Spelen een jaar werden uitgesteld.

Berkhout brengt deze periode veel tijd door met haar dochter. In de wetenschap dat veel van huis zal zijn zodra ze weer het water op mag. Nog een keer wil ze alles opzijzetten om die ontbrekende plak aan haar prijzenkast toe te voegen. En haar dochter blij te maken. Die vroeg al eens of zij de gouden plak om haar nek mocht hangen als mama die won. Berkhout weet: de kans daarop is groter in 2021 dan zonder voorseizoen in 2020.

Lees ook

Sifan Hassan zit door coronacrisis vast in Ethiopië, traint er op hoogte
Sifan Hassan zit vast in Ethiopië, het land dat ze in 2008 achter zich liet om als vluchteling naar Nederland te komen. Het is onduidelijk wanneer, en of, ze binnenkort weg kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden