Reportagebuiten trainen in coronatijd

De wielerprof fietst alleen en neemt een zakdoek mee

Wilco Kelderman (links) en Dylan Groenewegen (rechts) toen er nog werd gekoerst: Parijs-Nice, 11 maart 2019.Beeld AFP

Wielerprofs hebben op hun trainingsfiets een bel waarvan ze in deze tijd druk gebruikmaken. Zo proberen Wilco Kelderman en Dylan Groenewegen anderhalve meter afstand te houden als ze andere fietsers passeren of tegemoet rijden.

Het naderend ongemak dient zich voor Wilco Kelderman aan in de gedaante van twee tegemoetkomende fietsers. Die rijden op het smalle pad naast elkaar. Als de ronderenner in dienst van Sunweb zich langs het duo waagt, begeeft hij zich onherroepelijk in de gevarenzone, die van anderhalve meter, ook al zou hij bijna de berm in sturen. Is het echt te veel gevraagd om achterelkaar te rijden?

Wielerprofs zijn deze dagen meer dan ooit op hun qui-vive als ze eropuit gaan. In Nederland en België mogen ze nog altijd buiten trainen, in tegenstelling tot hun collega’s in Frankrijk, Italië en Spanje, die de conditie noodgedwongen bijhouden op indoortrainers, op een balkon of terras, in de huiskamer of de garage.

Als tegenliggers maar een klein gaatje openlaten, waagt Kelderman het er toch maar op. ‘Het is misschien maar één seconde dat je te dicht bij elkaar in de buurt komt.’ Als hij anderen achterop komt, heeft hij toch liever dat ze de rand van het wegdek opzoeken. ‘Ik heb een bel op het stuur, een luide bel.’ Zijn collega bij Jumbo-Visma, topsprinter Dylan Groenewegen, neemt geen risico. ‘Ik bel altijd. Één keer volstaat. Ze begrijpen het wel.’

Onderlinge besmetting

De Koninklijke Nederlandsche Wielrenunie heeft richtlijnen voor het buiten fietsen opgesteld. Niet in gezelschap rijden, bijvoorbeeld. Er is het gevaar van onderlinge besmetting via speeksel of snot. In groepjes rijden vergroot de kans op valpartijen, waardoor je de afdelingen spoedeisende hulp in ziekenhuizen onnodig zou belasten. 

Vermijd zware trainingen, geen interval of blokken met hoge intensiteit. Die tasten de weerstand aan. Persoonlijke verzorging telt ook. Gezond eten. Direct douchen na de inspanning. De sportkleding  liefst direct wassen. Als het toch over hygiëne gaat: onderweg de neus legen moet je laten. Je kunt er het coronavirus mee rond sproeien.

De wielrenunie kwam na onder meer het raadplegen van het RIVM met aanbevelingen nadat was gebleken dat bij fietsers veel onduidelijkheid bestond over de mogelijkheden na berichten over beperkingen in het buitenland. Er kwamen ook klachten over wielrenners die nog altijd in pelotonnetjes reden.

120 kilometer per dag

Profs laten de adviezen meewegen als ze de schoenen in de pedalen klikken. Kelderman woont in Lanaken, België, vlak bij de grens met Nederland en kan van daaruit nog alle kanten op: Zuid-Limburg, Belgisch Limburg, de Voerstreek, de Ardennen. Net heeft hij er 120 kilometer opzitten, zo’n beetje de afstand die hij elke dag aflegt. 

Groenewegen fietst vanuit Vinkeveen het meest het Groene Hart in, voor ronden van 3,5 tot 4 uur. ‘Ik ging voorheen ook naar de duinen, maar daar is me het nu toch vaak te druk.’

Ze gaan vrijwel altijd alleen, al fietste Kelderman onlangs nog met Jos van Emden en rijdt Groenewegen wel eens een stukje op met een bekende als hij die onderweg tegenkomt. Maar kilometers maken op hoge snelheid achter de scooter van zijn vader doet hij al weken niet meer.

Kelderman is blij dat hij elke dag nog een frisse neus kan halen. Om te kunnen herstellen van zijn zware val vorig jaar in de Ronde van Catalonië, waarbij hij zijn sleutelbeen en zijn nek brak, heeft hij maanden achtereen gerevalideerd op een hometrainer. Dat was hij meer dan beu. 

Maar nu is het ontbreken van een doel lastig, in het besef dat covid-19 buiten de sport een veel zwaardere tol eist. Hij stond eerst genoteerd voor de Giro d’Italia, maar hoopt nu op de Tour de France. ‘Dan zal ik supergemotiveerd zijn.’

Beperkte kansen

Groenewegen heeft na het schrappen van de Giro niets meer in het verschiet, de Tour zou toch al aan hem voorbijgaan, gelet op de beperkte kansen voor sprinters. ‘Het enige wat ik wil is zo snel mogelijk weer gaan koersen.’ 

Hij stapt in de garage nog wel eens op de hometrainer, als het schema van de ploeg dat voorschrijft, maar veel meer dan één keer week is het niet. ‘Even echt de spieren triggeren, de spanning erop zetten.’

Kelderman zegt al enkele weken niet de limiet op te zoeken. ‘Ik doe 60 tot 70 procent van wat ik normaal zou afwerken’. Ook Groenewegen, die als sprinter baat heeft bij korte en extreme inspanningen, laat de intensiteit links liggen. Een serie achtereenvolgende spurts vanachter de scooter op opritten van bruggen, waarbij hij zichzelf tot overgeven toe afmat, past niet langer in het programma. ‘Ik ben vooral bezig fit te blijven.’ 

Hij maakt zich geen zorgen over een verlies aan explosiviteit. ‘Je hebt zo’n zes weken nodig om weer op niveau te komen. Bij mij zal het misschien nog iets korter zijn. Ik reageer er goed op.’

Bekentenis van Kelderman: leeg snuiten komt nog weleens voor. ‘Dat blijft lastig. Ik hou er wel rekening mee, ik doe het echt niet in het centrum van Maastricht.’ Hij gelooft toch dat hij voortaan papieren zakdoekjes in de achterzak van het shirt gaat stoppen. 

Bij Groenewegen zit er al enige tijd een stoffen exemplaar in. ‘Als het zo koud is, heb je al snel een loopneus. Als je snuit, zeker met veel wind, heeft zelfs iemand die 20 meter achter je rijdt, zo wat druppels te pakken. Even een zakdoek pakken is een kleine moeite.’ En thuis gaat-ie meteen de was in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden