ReportageZwift

De wielerkoersen zijn dan misschien geschrapt, virtueel kan er gewoon verder gefietst worden

Alle wielerkoersen zijn tot 3 april geschrapt en toch wordt er volop gekoerst in Innsbruck, Londen en New York. Althans, in de virtuele versies van die steden in Zwift, het wielercomputerspel waar steeds meer profcoureurs hun gezicht laten zien.

Beeld uit het wielercomputerspel Zwift. Beeld Tom Zaunbrecher

Zo reed Ramon Sinkeldam vrijdag, een paar dagen nadat hij uit coronaquarantaine in de Verenigde Arabische Emiraten was teruggekeerd, een wedstrijd in het fictieve land Watopia. Arnaud Démare, zijn ploeggenoot bij het Franse Groupama-FDJ, was er ook bij. In een klein peloton scheurden ze 23 kilometer lang onder een ziedende zon door een woestijn met twee beklimmingen als voornaamste obstakels.

De kleurige truitjes in het peloton en de cactussen in de berm waren virtueel. In het echt zat Sinkeldam zich op een hometrainer in zijn eigen huis in het zweet te werken, terwijl de koers zich op een iPad voor zijn neus afspeelde. Al zijn tegenstanders zaten eveneens in schuurtjes en op zolders.

Zo werkt Zwift. Het is een game, maar anders dan voetbalgames, ligt het dicht tegen de werkelijkheid aan. Wie niet hard kan trappen, komt niet mee. Er zijn parcoursen gebaseerd op echte plekken, maar ook landschappen die volledig aan de fantasie van de programmeurs ontsproten zijn. Om mee te doen heb je een zogenaamde ‘smart trainer’ nodig, een hometrainer waar je je racefiets in vastzet. Die registreert het geleverde vermogen en vertaalt dat naar snelheid op het computerscherm.

Andersom wordt de hellingsgraad van virtuele klimmetjes omgezet naar meer of minder weerstand op de smart trainer. Simpel gezegd: net als in het echt is bergop zwaarder dan bergaf. En op kop van een groepje is het ook harder werken dan in het wiel.

Sinkeldam ervoer dat vrijdag. Hij lette even niet op en kwam in de laatste kilometer op achterstand. ‘Dan is het net als in het echt. Ik heb de sprint daarmee verpest.’ Démare, die in 2016 Milaan - Sanremo op zijn naam schreef, was wel bij de les en won. Het maakte Sinkeldam niet uit. ‘Het resultaat telt niet.’ Hij ziet de virtuele wedstrijden als training. Stevige training, dat wel. ‘Het is echt hard fietsen.’

Léon van Bon, oud-wielerprof en vertegenwoordiger van Zwift in Nederland, ziet steeds meer profs die actief zijn in het spel. ‘En ze willen ook duidelijker aanwezig zijn.’ Gebruikten veel beroepsrenners de computer voorheen puur als middel om individueel te trainen, nu duiken ze steeds vaker op bij groepsritten en wedstrijden, waar ze zij aan zij rijden met liefhebbers van over de hele wereld.

Het zijn niet de minsten. Mark Cavendish, de sprinter, rijdt regelmatig wedstrijdjes mee en wint ze ook. Geraint Thomas, winnaar van de Tour de France in 2018, is heel actief in groepsritten. En sinds het uitbreken van de coronapandemie organiseert Mitchelton-Scott, de ploeg van de gebroeders Adam en Simon Yates en Annemiek van Vleuten, zelfs dagelijks een virtueel evenement. Van groepstrainingen tot toertochten, waarbij de leden van de ploeg zich ook laten gelden.

Voor sommige profs is de stap naar groepsritten en wedstrijden in het spel niet zo eenvoudig. De virtuele wereld is een harde omgeving en niet altijd even eerlijk. Van Bon: ‘Er is wel een drempel die ze over moeten. Je moet sterk in je schoenen staan en weten dat niet alles is wat het lijkt.’

De software houdt rekening met het lichaamsgewicht van de renners. Dat maakt het spel in principe heel eerlijk, maar dat gewicht geven gebruikers zelf op. Er zijn deelnemers die er een paar kilogram af jokken om zo gemakkelijker bergop te komen. Ook zijn niet alle hometrainers even exact geijkt. ‘Als iemand je hard voorbijkomt op een steile klim, vraag je je soms af: is dat echt zo’n talent?’, zegt Timo Roosen (27). 

Roosen, renner bij Jumbo-Visma, reed vorig seizoen voor het eerst een virtuele race en merkte dat er een verschil bestaat tussen de fictie van het scherm en de realiteit van de weg. ‘Ze vlogen echt uit de startblokken en ik had direct de start gemist. Je moet echt wel ervaring hebben en ervoor willen gaan. Als je aan begin te ver van achteren zit, dan krijg je dat al niet meer dicht en ben je veroordeeld tot de tweede of derde groep.’

Sindsdien rijdt hij, op zijn zolder met een ventilator op zijn neus, voornamelijk trainingsritten in de virtuele wereld. Vooral als het slecht weer is. Dat doen de meeste renners. Digitaal wielrennen is voor de meesten in eerste instantie een manier om de winter door te komen tot de echte koersen weer beginnen.

Nu de wedstrijden buiten niet doorgaan, zou hij wel eens vaker races kunnen gaan rijden, denkt Roosen. ‘Zeker als Nederland echt op slot gaat, is het een ideale manier om te trainen en de motivatie te houden om echt diep te gaan.’

Zonder echte wielerwedstrijden zou het interessant kunnen zijn om digitale profraces te organiseren, maar voor zover Van Bon weet zijn daar momenteel geen plannen voor. ‘We willen de profs faciliteren waar het kan, maar niet klakkeloos profiteren van het coronavirus.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden