De weg omhoog via Tediro en Bellaria

Moet een voetbaltrainer een achtergrond hebben als topspeler om een echte topcoach te kunnen worden? Johan Cruijff vindt van wel....

door Bert Wagendorp

OP DE ENE bank zat Foppe de Haan, voormalig speler van GAVC Grouw, Akkrum en Enschedese Boys. Op de andere had Leo Beenhakker plaatsgenomen, ooit een topper bij Tediro en Zwart Wit '28.

Het was zondagavond in het Abe Lenstra-stadion en SC Heerenveen speelde de nationale voetbaltopper tegen Feyenoord. In de pantoffels van J. Cruijff, op de sofa te Barcelona ('We hebben een schotel op het dak en dan kun je je hart ophalen') kromden zich voor de zoveelste keer de legendarische tenen. Godallemachtig, Akkrum! Tediro!

In Voetbal International zong Cruijff recentelijk onder het kopje 'De ideale opleiding is de praktijk' maar weer eens het oude liedje: 'Sommige dingen begrijp ik niet. Als ik voorzitter van een club zou zijn, nam ik een trainer met een grote voetbalcarrière in zijn bagage. Een man met status, die op basis van zijn persoonlijkheid respect afdwingt bij de spelers.'

'Cios-loelen' noemde Ernst Happel in de jaren zeventig al de trainers zonder achtergrond in het topvoetbal; meningen en opinies in de voetbalwereld zijn van een hartverwarmende onveranderlijkheid. Maar is dat een bewijs dat ze kloppen?

'Trainen', schreef Cruijff, 'is niets meer dan het overdragen van kennis en vaardigheden. Die kennis en vaardigheden doe je vooral op tijdens je voetbalcarrière. Ik ben ervan overtuigd dat je als topvoetballer in de praktijk meer leert dan op welke cursus ook. Alleen goede voetballers kunnen de volgende generatie spelers alle finesses van het voetbal bijbrengen.'

Wat ìs een Goede Voetballer? Iemand die jarenlang in de eerste divisie heeft lopen ballen, kan die het een beetje? Misschien wel, maar volgens Cruijff toch onvoldoende om de volgende generatie finesses bij te brengen. Modale eredivisiespeler dan? Ook ontoereikend, meent Cruijff.

Hij noemt de volgende voorbeelden van Goede Voetballers: Jansen (65 interlands), Spelbos (21), Van Hanegem (52), Gullit (66), Rijkaard (73), Wouters (70) en Koeman (78). Minstens twintig interlands en liefst 50-plus, met minder kom je in Cruijffs visie het walhalla van Goede Voetballers niet binnen.

Helaas, Van Marwijk (Fortuna, 1 interland), Koevermans (MVV, 1), Rutten (FC Twente, 1) en Jol (RKC, 3) vallen af en voegen zich bij voormalige professionele maar ongecapte voetballers als Van der Lem (AZ), Kruys (Cambuur), McDonald (De Graafschap), De Groot (NEC), Wotte (FC Den Bosch) en Adriaanse (Willem II). In het walhalla bevinden zich momenteel slechts Wouters, Gerets (86) en Koeman. Volgend seizoen meldt Neeskens (49) zich via NEC bij de hemelpoort. Spelers als Van 't Schip (41) en Blind (42) lopen zich warm.

Hoe dan ook, de volgende trainers in het betaalde voetbal kunnen er maar beter helemaal mee ophouden, omdat ze zelf slechts op amateur-prutsniveau hebben gespeeld: Beenhakker en De Haan dus, Vergoossen (Roda JC), Meppelink (ADO Den Haag), Korbach (Heracles) en Kistemaker (Telstar). Heren, gegroet, en probeer niet er slap omheen te draaien. Cruijff: 'Trainers die zelf niet hoog hebben gevoetbald proberen dat altijd te bagatelliseren, maar dat komt ongeloofwaardig over.' Koeman, Rijkaard, Gullit en Wouters 'hebben als ex-internationals zoveel kennis opgedaan, daar kunnen de door de cursus opgeleide trainers nooit aan tippen.'

Johan Cruijff heeft altijd gelijk, dat is een gegeven. Maar hoewel vergissen hem erg veel moeite kost, lijken er in het trainersdebat toch minstens twee waarheden te bestaan, die van Cruijff en een andere.

ANDY BORRIE (voetbalfanaat, medewerker van de Engelse National Coaching Foundation en als onderzoeker aan de John Moores-universiteit van Liverpool gespecialiseerd in 'coachgedrag') vindt Cruijffs idee simplistisch.

- Pardon?

'Simplistisch ja. Er is toch geen enkel bewijs voor die stelling? Er is geen enkel argument om aan te nemen dat iemand zonder achtergrond in het topvoetbal geen topcoach zou kunnen zijn. Dat wordt door geen enkel onderzoek ondersteund.'

- In uw land lijken ze daar geheel anders over te denken. Wij hebben hier tenminste nog de pure theorietrainer, de zogenaamde Cios-loel, maar die ontbreekt in Engeland.

'Dat is hier inderdaad de traditie. Je kunt in Engeland alleen coach worden als je zelf hoog hebt gevoetbald, of als je buitenlander bent, zoals Houllier van Liverpool. De spelers verwachten nu eenmaal een ex-topper of een buitenlander in de kleedkamer. Stompzinnig is het.'

- Maar het is toch handig als je voor de eerste keer als trainer de kleedkamer binnenloopt en terloops kunt opmerken dat je in de WK-finale een hattrick hebt gescoord?

'Ja, dat is even handig en zal zorgen voor een tijdelijke vorm van respect. Maar als vervolgens blijkt dat je van coaching in het geheel geen kaas hebt gegeten ben je dat respect zo weer kwijt. Gullit kreeg als coach van Chelsea even het respect van de spelers, maar dat duurde niet zo lang. Zelfde verhaal bij Newcastle. Spelers hebben vooral respect voor een mooie cv als coach.

'In een land als Italië geven ze iemand de mogelijkheid die op te bouwen, ook al heeft hij zelf niet in de top gevoetbald. Daar heb je een man als Arrigo Sacchi. Die kreeg de kans om prestaties neer te zetten als coach, terwijl hij zelf alleen maar op laag niveau had gespeeld. Zo zouden wij het hier ook moeten doen.'

- Maar Cruijff zegt dat een coach uit eigen ervaring moet weten wat er door de spelers heengaat voor een finale.

'Cruijff voelde als speler op zulke momenten wat hij voelde, maar het zou een beetje naief zijn om te denken dat iedere speler op dergelijke momenten hetzelfde denkt als hij vroeger. Dat is zelfs zeer onwaarschijnlijk. Dus wat heeft hij dan aan die ervaring? Het gaat erom dat een coach inziet dat er elf spelers met elf verschillende instellingen in de kleedkamer zitten.'

- Hebt u al wetenschappelijk vastgesteld wat een goede coach is?

'Nee. Maar iedereen weet dat natuurlijk. Een goede coach is iemand die effectief werkt en dat bij diverse clubs herhaalt. Hij is iemand die zijn coaching-unit goed kan organiseren. Hij maakt spelers beter, vormt elf individuen om tot een team, etcetera. In elk geval staat het vast dat het absoluut belachelijk is om aan te nemen dat iemand een goede coach zal zijn, alleen omdat hij vroeger heel goed kon voetballen.'

HENK VAN DE WETERING is manager van de KNVB-Academie in Zeist en daar verantwoordelijk voor de trainersopleidingen. 'Een beetje flauw', noemt hij Cruijffs opvattingen, uiteraard met alle respect.

- Die ex-topjongens weten wel alles van voetbal.

'Ja, maar het is net als met hele goede pianisten, dat zijn daarom nog geen hele goede pianoleraren. Ze hebben vaak vijftien tot twintig jaar ervaring op het hoogste niveau, maar voor het vak van coach komen andere elementen om de hoek kijken. Je moet kennis kunnen overdragen, je moet structuur kunnen aanbrengen in die kennis, analyses kunnen maken en zwakke elementen kunnen omzetten in trainingsprogramma's. En dan moet je dat nog eens allemaal voor een groep kunnen uitleggen.'

Het vak van voetbalcoach, zegt Van de Wetering, is de afgelopen tien jaar veel gecompliceerder geworden. 'Het speelniveau is sterk gestegen, de voetbalwereld is enorm veranderd en de financiële belangen zijn veel groter geworden. En daarnaast zijn spelers veel hogere eisen gaan stellen aan het niveau van de communicatie. De vele facetten van het proces van teambuilding zijn veel belangrijker geworden.' De trainer moet tegenwoordig ook psychologisch goed zijn onderlegd. 'Hij moet inzicht hebben in hoe verschillend mensen kunnen zijn.'

- Kunt u zich voorstellen dat een coach die zelf niet op topniveau heeft gespeeld een grotere gedrevenheid aan de dag legt om in zijn vak het hoogste te bereiken dan een voormalige topper?

'Daar zou iets in kunnen zitten. Als je kijkt naar mensen als Michels, Van Gaal, Lippi en Advocaat, dan zou die stelling kunnen kloppen. Die mannen hadden, terwijl ze als speler niet echt bij de top hoorden, een geweldige gedrevenheid om topcoach te worden. Je moet tegenwoordig, om dat te bereiken, ontzettend hard willen werken. Maar topspelers zijn aan de andere kant vaak ook niet voor niks topspelers. Ze hebben een sterke geldingsdrang, die hen ook als trainer van pas kan komen.'

- Heeft een topspeler doorgaans genoeg geduld om een middelmatige speler beter te maken?

'Ik heb wel eens met oud-topspelers gesproken die de nodige moeite hadden met spelers die het niet zo goed konden als zijzelf vroeger.'

- Onderschatten voormalige topspelers het vak van trainer?

'In het algemeen is daarvan vaak sprake. Volgens mij moet je ervaring hebben opgedaan in de subtop, voor je de stap naar een topclub kunt maken. Maar zeker oud-topvoetballers zijn vaak ongeduldig. Als er een voorzitter met een mooi aanbod op de stoep staat, zijn ze toch geneigd daarop in te gaan.'

- Kan het feit dat ex-toppers in de meeste gevallen financieel binnen zijn hun motivatie beïnvloeden?

'Niets menselijks is ook de oud-topvoetballer vreemd.'

RUUD KROL is Nederlands recordinternational, met 83 interlands. Volgens Cruijffs theorie zou hij als trainer dus al lang de trainerstop gehaald moeten hebben. Maar Krol ging bij KV Mechelen binnen de kortste keren de bietenbrug op: hij wist zijn immense ervaring niet op de spelers over te brengen en moest uitwijken naar Egypte, waar de voetballers hem toch niet verstonden. Nu loopt hij stage bij de reserves van Ajax.

IN andere sporten weten ze het al lang. Henk Gemser stelde zelf als schaatser niet zoveel voor, maar groeide desondanks - of waarschijnlijk juist daardoor - uit tot een grote coach. De beste basketbalcoach van de NBA, Phil Jackson, was zelf een uiterst middelmatige baller. De beste wielerploegleider van dit moment, Patrick Lefevere, had als renner grote moeite het peloton bij te houden. De mondiale atletiekautoriteit Henk Kraaijenhof was als atleet een lachertje. Arie Selinger was veel te klein om als volleyballer de top te halen, maar als coach groot genoeg.

ADVOCAAT, Beenhakker, Brom, Buckingham, Coerver, Hiddink, Kessler, Libregts, De Mos, Neville, Peeters, Reker en Talbot (allen nul interlands) werden sinds de invoering van het betaalde voetbal één of meerdere keren kampioen van Nederland.

Van de 43 winnaars van de Gouden Schoen (Europese voetballer van het jaar) gelden er twee als succestrainer: Beckenbauer en Cruijff. Verder won Gullit de FA Cup met Chelsea, veroverde Di Stefano met Valencia de EC II, promoveerde Keegan met Fulham naar de Eerste Divisie en fungeerden Platini (Frankrijk), Masopust (Tsjechoslowakije) en Simonsen (Far Öer-eilanden) als bondscoach, zonder grote successen te boeken.

Arrigo Sacchi maakte een decennium geleden van AC Milan een van de meest indrukwekkende voetbalmachines aller tijden. Sacchi is de Italiaanse Foppe, hij speelde voor Fujignamo en Bellaria, clubs die hun faam alleen danken aan het feit dat de coach die een zwak Italiaans elftal in 1994 naar de WK-finale leidde (Arrigo Sacchi) er ooit voetbalde.

WELKE atleet die op topniveau sport heeft bedreven, kan voldoende geduld opbrengen om mindere talenten de kneepjes van het vak bij te brengen? Topsport bedrijven en topsport coachen, het moet een heel bijzonder mens zijn die in twee zo totaal verschillende stielen de top weet te bereiken.

'Je hoeft geen paard te zijn geweest om een goede jockey te worden', zei Sacchi ooit.

Johan Cruijff is bij zijn oordeel over Goede Coaches in de war met zichzelf. Hij was zowel een grote speler als een grote coach (hoewel hij in de finale van Champions League van 1994 een van de zwaarste tactische nederlagen uit de geschiedenis van dat toernooi leed tegen het AC Milan van Fabio Capello, met 11 interlands geen echte Goede Voetballer.) Cruijff kijkt naar de voetbalwereld en neemt zichzelf als criterium: een vergissing.

Andy Borrie: 'Misschien beseft hij zelf niet dat er maar één Cruijff is en dat ook andere grote spelers èn grote coaches als Happel, Beckenbauer en Zagallo schaars zijn.'

De algemeen als grootheden beschouwde trainers in het huidige Europese voetbal zijn Van Gaal (oud-speler Ajax 2 en Sparta), Ferguson (ex-Dunfermline), Lippi (ex-Sampdoria), Hitzfeld (ex-Luzern) en Lobanovski (ex-Dynamo Kiev). Tezamen speelde dat kwintet twee interlands (Van Gaal, Lippi, Hitzfeld en Ferguson 0, Lobanovski 2). Borrie: 'Dat zijn trainers met een systematisch methodologische benadering. Wenger van Arsenal is er ook zo een.'

- Cruijff heeft ongelijk.

'Volledig. Hé, ik ben het oneens met de grote Cruijff! Voorzitters van voetbalclubs moeten zich niets van zijn opvattingen aantrekken.'

Voorzitters moeten de idee dat de Woutersen en Neeskens van deze wereld automatisch grote trainers zijn laten varen. Veel verstandiger is het een trainer aan te trekken die het zelf als voetballer net niet helemaal heeft gemaakt. Eentje met twee B-interlands achter zijn naam, zoals Lippi, dat niveau. Sportacademie en enige tijd assistent-trainer in de eerste divisie zijn mooi meegenomen.

Van de Wetering: 'Gedrevenheid, daar gaat het om.'

De nieuwe trainer moet een man zijn in wiens ziel de diepe hunkering naar succes nooit is bevredigd en nog venijnig groeit en bloeit. Een man die als speler met afgunst heeft gekeken naar de goudhaantjes om hem heen en die in stilte heeft gevloekt en gehuild om zijn eigen beperkte talent.

Zó'n man, die voelt dat hij niet kan rusten voor de wereld erkent dat hij ook ergens heel erg goed in is, die moet je hebben voor je club.

Succes gegarandeerd, zelfs als hij het niet verder heeft geschopt dan Akkrum, Tediro of Bellaria.

De ideale opleiding is de frustratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden