ProfielJournalist Michel Abbink

Dé wandelende sportencyclopedie van Nederland: ‘Michel Abbink is sneller dan Google’

Beeld Maia Machen

Heeft u een vraag over voetbal? Michel Abbink weet meteen het antwoord, uit het hoofd. Geen wonder dat zo veel media hem willen inlijven.

Vraag Michel Abbink hoeveel Afrikanen een eigen doelpunt maakten in de WK-geschiedenis en alras klinkt het: ‘Pierre Issa en de Marokkaan Chippo natuurlijk in 1998. Yobo en Boye op het WK 2014. En op het WK 2018 was het helemaal bal met Bouhaddouz, Etebo, Fathi en Meriah.’

Abbink is een wandelende sportencyclopedie. Of nee, hij is dé wandelende sportencyclopedie van Nederland. Met als specialisme voetbal.

Abbink kwam met vaste voetbalquizpartner Rypke Bakker vier keer op het podium van het absurd moeilijke NK voetbalquiz (driemaal winst, eenmaal tweede) en is onmisbaar voor zijn werkgever Voetbal International (VI) door zijn parate feitenkennis, die hij weet om te zetten in smakelijke, goedgelezen berichten, en groot arbeidsethos.

Onmisbaar is hij ook voor veel voetballiefhebbers die zich verlustigen aan de voetbalstatistieken en -weetjes die Abbink op Twitter (accountnaam @sportzeloot) rondstrooit. Ruim 26 duizend volgers, onder wie voetbalprominenten, -journalisten, -programma’s, profclubs en voetbalminnende BN’ers, voorziet hij na een bepaald wapenfeit van de gevolgen in de toekomst of vanuit historisch perspectief. Wie hem een lastige voetbalvraag stelt, krijgt vrijwel onmiddellijk antwoord.

‘Michel is sneller dan Google en kan ook verbanden leggen tussen gebeurtenissen’, zegt Daan Smink, zijn chef bij zijn vorige werkgever nu.nl. Kort na Ajax’ laatste wedstrijd in 2019 wist Abbink bijvoorbeeld te melden dat er geen Nederlandse club in een decennium meer eredivisiepunten vergaarde dan Ajax in het tijdvak 2010-2019 (met daar achteraan een rijtje met de puntentotalen van de complete top-5).

Het is niet alleen gortdroge stof. Voetbalschrijver Frank Heinen was vooral geraakt door het volgende Abbinkje: altijd wanneer de Welshman Aaron Ramsey een doelpunt maakt, sterft een beroemdheid. Heinen schreef in een column voor HP/De Tijd: ‘Het overkwam Steve Jobs, Whitney Houston, Jorge Videla, Robin Williams, Günter Grass en nog wat anderen, zo weet ik van Michel. Dit jaar is Ramsey al lekker op dreef, met goals waarmee hij David Bowie en Alan Rickman velde en afgelopen zaterdag scoorde hij een prachtige hakbal waarmee hij niet alleen de keeper, maar in een moeite door ook Nancy Reagan verschalkte.’

De 33-jarige Abbink is officieel voetbaljournalist, maar hij komt zelden in een voetbalstadion en spreekt nooit een speler. Liever zit hij op zaterdag vijftien uur aan een stuk op de redactie van VI. ‘In een stadion krijg je niet goed mee wat er elders gebeurt. Ik houd van structuur en overzicht. Lekker naar zes schermen tegelijk voetbal uit alle landen kijken, ondertussen het internet afstruinen naar nieuwtjes en feitjes, collega’s helpen aan informatie en zelf nog wat berichtjes en tweetjes tikken. Dat zijn de allermooiste dagen, daar kan niets aan tippen.’

Abbink ontvangt ter redactie, tegenwoordig gevestigd op een bedrijventerrein langs de A12 nabij De Meern, net onder Utrecht. Het is een iets te fel verlichte ruimte met donkere vloerbedekking, kale muren, veel tv’s en bureaus. Abbink is er stikgelukkig mee. ‘Het vorige pand zat in Utrecht, in de omgeving was meer te doen, maar daar was het altijd te warm of te koud, werd je snel duf van. Dit is goed bereikbaar, goed verlicht, goede airco. Je kunt hier echt lekker uren maken.’

‘Werken of slapen’, vermeldt zijn WhatsApp-status. Een woning hoeft aan weinig te voldoen, behalve dat die dichtbij de redactie zit waar hij werkt. Eerste Kerstdag (als er alleen in Bolivia wordt gevoetbald, zo twittert Abbink) is een van de weinige dagen dat hij afreist naar zijn ouderlijk huis in Winterswijk. Maar ook daar zit hij op de bank met zijn neus in een voetbalboek of achter zijn laptop, vertelt zijn moeder Everdien Abbink. ‘Of hij praat over sport met zijn vader en broer. Hij is heus geïnteresseerd in hoe het met ons gaat, maar verder is het altijd sport geweest wat hem boeit.’

Michel Abbink: ‘Het komt ook doordat het NK voetbalquiz meestal kort na de feestdagen wordt georganiseerd. Als je je niet voorbereidt, eindig je niet in de top-5. Dat kan niet.’

Op Tweede Kerstdag zet hij in alle vroegte koers naar De Meern. In de trein twittert hij verheugd het volgepakte programma van die dag in de Engelse Premier League met als bovenschrift: ‘Met recht een feestdag.’

Bij nu.nl werden ze bijkans wanhopig door zijn weigering vakantiedagen op te nemen. Smink, geamuseerd: ‘Ik werd gedwongen hem op een gegeven moment naar huis te sturen. Maar thuis zat hij nog steeds alles wat we publiceerden te controleren op feitelijke onjuistheden. En op taalfouten, want hij heeft een verbluffende taalkennis. Na drie dagen meldde hij zich weer. ‘Ja, of ik nu thuis of hier zit, dat maakt toch ook niet uit.’ Hij vroeg ook om een sleutel van het pand omdat de portier er altijd pas om 6.30 uur was en hij soms eerder wilde beginnen.’

‘Je mag het wel obsessief noemen, hoor’, zegt Abbink lachend. Hij zit ontspannen achterover, het is immers een voetballuwe dag. ‘Ik blijf er volgens mij wel normaal onder. Mijn werk is mijn hobby. Dat stopt bij mij niet ineens.’

Zijn moeder Everdien: ‘Van werken wordt Michel rustig.’

Hij heeft de tijd mee. Moesten vorige generaties voetbaljournalisten vooral avontuurlijk zijn ingesteld, nu vinden de zogeheten voetbalnerds of zolderkamerjournalisten het makkelijkst een baan. ‘Er is veel vraag naar een meer wetenschappelijke benadering van voetbal. Maar je kunt ons ook niet over een kam scheren. Je hebt redacteuren die een wedstrijd geweldig tactisch kunnen ontleden, nog beter dan de meeste trainers zelfs, zoals Pieter Zwart (hoofdredacteur VI). Ikzelf ben meer een feitenman. Die onthoud ik en kan ik zo oproepen, indien gewenst. Pure mazzel dat mijn brein zo werkt.’

Dat brein sloeg al op zijn 6de de eerste sportfeitjes op, rekent Abbink terug. Toen hij op zijn 8ste een abonnement kreeg op VI (Abbink: ‘op 22 oktober 1995, je weet wel, die dag dat Ajax na 2-0 achterstand, eerste doelpunt van Zwijnenberg, nog won van Feyenoord met 2-4’) ging hij alles bijhouden.

Tijdens vakanties op Terschelling ontbrak Abbink bij de middagwandeling om in het vakantiehuisje op tv de Tour de France te volgen, vertelt zijn moeder. Eenmaal thuis werden de belangrijkste krantenpagina’s in plakboeken geplakt en schriftjes met uitslagen, etappewinnaars, doelpuntenmakers en aangevers bijgewerkt. In zijn hoofd liet hij zelfgeformeerde sterrenteams tegen elkaar spelen. 

Everdien Abbink: ‘Je kreeg Michel alleen mee als we naar een boekenmarkt gingen waar ze sportboeken hadden waarmee hij zijn kennis kon aanvullen.’

Nog altijd houdt haar jongste zoon in spreadsheets tal van statistieken bij. Alle Nederlandse voetbalprofs in het buitenland bijvoorbeeld, maar ook alle buitenlanders in de eredivisie. Michel, stralend: ‘Voetbal is oneindig, gaat zóver terug, er zijn zoveel verhalen en mijlpalen.’

Abbink, die op zijn 18de stopte met voetballen wegens ‘gebrek aan talent’, volgde de opleiding journalistiek op hbo-niveau, waar ouders, broer en zus allen universitair zijn geschoold. ‘We kunnen allemaal goed leren. Mijn vader heeft een beetje wat ik heb, maar dan met talen. Hij spreekt er 17. In de brugklas hadden we rare vakken als textiel, techniek, tekenen en muziek die me niets interesseren, waardoor ik op de havo kwam. Ik haat muziek.’

Hij vertelt lachend dat hij zich bij nu.nl afvroeg waarom ze een bericht over de dood van Prince pushten. ‘Ik wist serieus niet wie hij was. Twintig collega’s hoonden me weg.’

In de geest van Frederikstadt

De grondlegger der voetbalstatistici in Nederland is wijlen John Frederikstadt, die van 1977 tot 1999 voor Studio Sport allerhande voetbalgegevens bijhield. Presentator Mart Smeets noemde hem (‘Volgens Frederikstadt is het de tiende keer dat…’) elke zondagavond wel een keer. ‘Een begrip en een groot voorbeeld’, zegt Michel Abbink. ‘Nu heb je het internet, maar destijds moest echt alles met de hand bijgehouden worden. Niemand deed dat toen zo nauwgezet als Frederikstadt. Zijn werk is uniek.’

Op zijn 19de liep hij stage bij het blad Sportweek en website sportweek.nl, later opgeslokt door nu.nl. Abbink was zeer verlegen en de Sportweek-redactie juist zeer mondig. De rossige, slungelachtige Winterswijker liet zich alleen horen als er een absurde sportvraag werd gesteld. Dan piepte hij vanachter zijn computer pijlsnel het juiste antwoord. Wie Michel Abbink verder was, bleef een mysterie.

Zijn populariteit groeide toen hij Sportweek voor het eerst in het bestaan hielp de prestigieuze sportquiz op de School voor Journalistiek te winnen. ‘Het fenomeen’, werd hij sindsdien genoemd. Voor collega’s met een prangende deadline werd hij de eerste hulplijn. Smink: ‘Hij is bijzonder collegiaal.’

Meerdere media dongen de voorbije jaren naar zijn hand. In 2016 stapte hij over naar VI, mede omdat hij er meer uren kon maken en er meer gelijkgestemden werken.

Een jaar eerder werd hij verkozen tot ‘journalistiek talent van het jaar’ door de NSP (Nederlandse Sport Pers). Menig collega trok de wenkbrauwen op. Een journalist die nimmer in het veld werkt, zelfs weinig aan de telefoon zat, kon die een dergelijke prijs krijgen?

Abbink: ‘Dat raakt me niet. Anderen zijn er beter in om in een stadion te zijn, veel mensen te spreken, op die manier nieuws te verzamelen, verhalen te tikken. We vullen elkaar aan. Ieder heeft zijn eigen specialisme. Wat ik doe, voegt hopelijk ook iets toe.’

Dat blijkt uit de door Abbink geliefde feiten. Zijn berichten over het aantal coëfficiënten (zie kader) dat Nederlandse clubs vergaarden door overwinningen in de Europese toernooien behoorden tot de best gelezen berichten van 2019 op de VI-site. Het door hem gelanceerde woord coëfficiëntenpolonaise dong mee naar woord van het jaar. En de door hem gedragen coëfficiëntenpolonaisepodcast is de best beluisterde bij VI. Het zijn overigens anderen die Everdien Abbink en haar man op dergelijke wapenfeiten moeten wijzen.

Er is weinig ruimte voor iets anders. Abbink loopt soms een hardloopwedstrijd en hij kent zijn literaire klassiekers (‘van Mulisch tot de grote Russen’), maar in het café zit hij alleen als er een sportquiz wordt gehouden en in een restaurant slechts als hij met een sportquiz een dinerbon heeft gewonnen.

Er is nog geen mevrouw Abbink. ‘Ik heb wel wat dates gehad. Maar uiteindelijk wil je dan op vrijdagavond toch liever de Ekstraklasa (de Poolse competitie, red.) zien op Eurosport.’

Ja, die opmerking is ingestudeerd. ‘Ik krijg die vraag vaker. Ik vind het geinig om met een knipoog hier en daar mijn levensstijl aan te dikken, maar het is ook vaak gewoon de waarheid.’

Het kan nog komen, misschien, met vrouwen. ‘Maar als je vertelt dat je minimaal zestig uur per week werkt en niet van plan bent het rustiger aan te gaan doen, wordt dat niet erg aantrekkelijk gevonden.’ 

Redactie-uitjes slaat hij tegenwoordig niet meer over, hij drinkt een biertje mee, kletst meer dan ooit, stuurt anderen aan. ‘En ik lees in de kranten ook andere katernen behalve sport. Zet me alsjeblieft niet neer als een wereldvreemde autist. Zo erg is het niet.’

Abbink beziet de toekomst met vertrouwen. ‘Ik denk dat we in de voetbaljournalistiek nog meer de statistiekenkant opgaan. Bij Studio Voetbal zou iemand moeten zitten die tegengas biedt als oud-spelers iets beweren wat aantoonbaar niet klopt. Die dieper ingaat op bepaalde details of met leuke statistieken kan komen. Dat lijkt mij een verrijking.’

Hijzelf? ‘Neuh, die uitzending is op zondagavond. Dan wil ik gewoon lekker op de redactie zijn. Even op internet alle velden langs. Kom je bijvoorbeeld ineens Steven Caulker tegen bij Alanyaspor! Caulker debuteerde in 2012 op zijn 21ste voor het Engelse elftal met een doelpunt en speelde recentelijk nog voor Liverpool. Ik was hem even kwijt. Zie je hem ineens terug bij een Turkse subtopper. Een eurekamomentje.’

Coëfficiëntenpolonaise

Wie hem volgt op Twitter weet: na elke speelronde in de Europese clubvoetbaltoernooien (Champions en Europa League) geeft Michel Abbink pijlsnel weer wat de consequenties zijn van alle resultaten voor de Nederlandse clubs. Hoe meer wedstrijden Nederlandse clubs in de Europese toernooien winnen, hoe meer punten, die verrekend worden via zogeheten coëfficiënten, dat oplevert. Hoe meer coëfficiënten, hoe gunstiger de uitgangspositie wordt voor Nederlandse clubs in de toekomst bij het verdelen van de entreetickets van de Europese toernooien.

Abbink houdt die ranglijst zelf al sinds 1995 bij, de laatste twee jaar neemt de interesse ervoor ook bij andere voetballiefhebbers toe. ‘Dat komt omdat in het seizoen 2017-2018 Nederlandse clubs beroerd presteerden in Europa. We stevenden af op Luxemburg, Azerbeidzjan. Een jaar later ging het geweldig, vooral door de prestaties van Ajax. Stegen we als een gek op de coëfficiëntenranglijst.’

Vanwege die voorspoed repte Abbink over ‘coëfficiëntenpolonaise’, een woord dat uitgebreid navolging vond in de voetballerij. ‘Het woord is een schijnbare tegenstelling en bekt natuurlijk heerlijk.’ Het had het woord van het jaar moeten worden, vindt hij. ‘Alles zit erin. Klankkleuren, ritme.’

In de strijd om het woord van het jaar werd zijn vondst afgetroefd door ‘boomer’. ‘Pfff... een Engels woord dat maar drie weken in het nieuws was. De coëfficiëntenpolonaise was letterlijk en figuurlijk oneindig. Onbegrijpelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden