Reportage Vuelta 2019

De Vuelta hoeft niet meer op te boksen tegen zijn grote broers Giro en Tour: toprenners willen écht winnen

Een kopgroep doorkruist het rauwe berglandschap van de Sierra Nevada, tijdens de 15de etappe van de Vuelta uit 2017. Beeld Foto Getty Images

Nu de organisatoren van de Tour de France zich over de Ronde van Spanje hebben ontfermd is die niet meer het sufferdje van de grote ronden. De toppers willen écht winnen.

Jetse Bol is dol op de Vuelta, maar toen de Noord-Hollander, in dienst van de Spaanse formatie Burgos-HB, dit jaar het routeboek opensloeg, stokte zijn adem bij rit 13. Het stond er echt: finish op Los Machucos, ook wel de ‘Rampas Inhumanas’ genoemd. Ofwel: de onmenselijke klim. Los Machucos is slechts 921 meter hoog en 8,8 kilometer lang, maar heeft stroken met stijgingspercentages van 28 procent. Op de steilste stukken liggen betonplaten, omdat asfalt er niet blijft liggen. Bol, licht ironisch: ‘Dat wordt een heel avontuur.’

Als kleine broertje of zusje van de Giro en Tour heeft de Vuelta altijd een beetje moeten vechten voor zijn plek, maar de laatste jaren heeft de ronde aan aanzien gewonnen. Toen Javier Guillén in 2008 aantrad als koersdirecteur, nam hij zich één ding voor: vanaf het moment dat de live-uitzending begon, moest de kijker geboeid achter zijn tv blijven zitten.

Dus geen lange, saaie aanlopen, zoals in ritten in de Tour of Giro. En ook niet pas in de derde week de zware bergetappes, maar direct vanaf het begin steile beklimmingen, liefst eindigend op één of ander onbekend geitenpaadje.

In de 74ste editie – zaterdag begonnen met een ook niet bepaald onbesproken ploegentijdrit in de badplaats Salines de Torrevieja – is het niet anders. Woensdag staat voor de klassementsrenners al direct de eerste proeve van bekwaamheid op het programma: een rit naar het Observatorio Astrofísico, de sterrenwacht van Javalambre, gevestigd in de dunbevolkte regio boven Valencia vanwege het gebrek aan lichtvervuiling. Het moet meteen voor een schifting in de groep van de favorieten zorgen.

Rode trui

In 2008 kwam de ronde in handen van de Amaury Sport Organisation (ASO), het Franse bedrijf dat ook de Tour organiseert. De belangrijkste taak voor het bedrijf was het creëren van een eigen identiteit voor de Vuelta. Zo werd in 2010 de ‘Franse’ gele leiderstrui – in 1954 hadden de nieuwe organisatoren de Tour de France bezocht en keerden dolenthousiast terug; díe trui moesten ze hebben – vervangen door een rode; niet alleen de kleur van Spanje, maar ook van furie, trots en strijd.

Er werden steile beklimmingen en korte flitsetappes als onderscheidende elementen aan de ronde toegevoegd. De koers verhuisde in 1995 bovendien van het voorjaar naar het najaar, na de Tour en voor het WK. Die verplaatsing op de kalender, stelt Edwin Winkels, auteur van het onlangs verschenen boek La Vuelta, is misschien wel de belangrijkste stap geweest in de opwaardering van de ronde. ‘Voordien zat tussen het einde van de Vuelta en het begin van de Giro soms maar vier dagen. En de Giro was qua timing een betere voorbereiding op de Tour. Veel renners lieten de Vuelta daarom schieten.’

Nicolas Roche van Sunweb trekt na de etappe van zondag de rode leiderstrui aan. Beeld BSR Agency

De eerste jaren na de koerswijziging verliepen niettemin moeizaam. Op onbekende winnaars als de Spanjaard Juan José Cobo – hij werd onlangs van de erelijst geschrapt nadat er alsnog schommelende bloedwaarden in zijn urine waren gevonden – in 2011 en de 41-jarige Chris Horner in 2013 kon de organisatie moeilijk trots zijn. Bovendien gebruikten veel renners de Vuelta aanvankelijk nog als voorbereiding op het WK. Winkels: ‘Met name Oscar Freire had daar een handje van. Hij reed zelden de Vuelta uit.’

De laatste jaren willen de toppers écht winnen. Deelnemers werden beter en internationaler. En met Nairo Quintana (2016), Chris Froome (2017) en Simon Yates (2018) kende de Vuelta in de recente edities winnaars van naam en faam. In 2015 streed Tom Dumoulin tot de voorlaatste dag om de rode leiderstrui. Daarmee won ook vanuit Nederlands perspectief de Vuelta aan importantie.

Hoe anders was dat toen Mathieu Hermans in 1988 in een Vuelta liefst zes keer als eerste over de streep kwam – nog altijd een nationaal record. Hij kan zich niet heugen dat er destijds drommen Nederlandse journalisten naar de Vuelta afreisden. De ronde hing er een beetje bij, herinnert hij zich.

‘Althans, in het buitenland. In Spanje niet. Zodra de Vuelta langskwam, stroomden scholen en de fabrieken leeg. Maar in Nederland leefde het niet. Ik geloof dat er in die dagen één correspondent van De Telegraaf is langs geweest, en dat was uitsluitend omdat we toch in de buurt van zijn standplaats Madrid waren.’

Eén troost voor Hermans: zo ging het ook toen Jan Janssen (1967) en Joop Zoetemelk (1979) de Vuelta wonnen. De ronde was vooral een Spaans feestje. Aan de overwinning van Zoetemelk, zo beschrijft Winkels, besteedde de Volkskrant welgeteld twee alinea’s.

Poels en Kruijswijk

In de huidige Vuelta rijden twee Nederlanders met klassementsambities: Wout Poels is gedeeld kopman bij Ineos, voor Steven Kruijswijk geldt hetzelfde bij Jumbo-Visma. En bij Sunweb hoopt Wilco Kelderman zijn rampseizoen in Spanje nog enigszins goed te maken, want ook dát is de Vuelta: een laatste-kansen-ronde.

In de schaduw van de bekende renners probeert ook Jetse Bol, al voor de derde keer op rij deelnemend aan de Vuelta, zich in de kijker te rijden. Woonachtig in Spanje, onder contract bij een Spaanse ploeg en getrouwd met een Mexicaanse geldt hij als ‘de meeste Spaanse Nederlander’ in het peloton. Twee jaar terug reed hij virtueel in de rode trui, toen hij mee was in een ontsnapping.

Voor Bol schuilt de schoonheid van de Vuelta vooral in het afwisselende landschap: de toeristische kust in het oosten, de kale vlaktes in het binnenland en de groene bergen in het noorden, in het Baskenland. ‘Het meest wielergekke deel van Spanje. Mensen staan er rijendik op de flanken van de cols.

‘Voor mij is het, rijdend in een Spaanse ploeg, sowieso al bijzonder om de Vuelta te rijden. Voor de Spanjaarden is het hún ronde.’

Jan Janssen in de Vuelta die hij won: die van 1967. De Nederlandse media besteedden er amper aandacht aan. Beeld Luis Millán / EFE

Volgens Winkels is de Ronde van Spanje door de succesvolle overname van de ASO, dat juist een emancipatie van de ronde voorstond, in zekere zin ook een proeftuin voor de Tour geworden. ‘Bij de Tour staat meer op het spel, in Spanje kunnen ze dingen uitproberen, die ze dan later met succes toepassen in de Tour, zoals die aankomsten op geitenpaadjes. Renners klagen dan wel, maar juist door die dingen is de koers aantrekkelijker voor sponsors, fans en dus ook renners. Het is erbij gaan horen dat de organisatie hen af en toe boven naar plekken stuurt waar ze eigenlijk het liefst niet komen.’

Amerongse Berg

Verder wil rondebaas Guillén, in navolging van de Tour en Giro, met de Vuelta de hort op om zijn ronde te vermarkten. Hij fantaseerde al eens hardop over starts in Marokko en op de Canarische eilanden. Na Lissabon (1997), Assen (2009) en Nîmes (2017) start de Vuelta volgend jaar voor de vierde keer in zijn historie buiten de eigen landsgrenzen, in Utrecht.

Over drie weken wordt in Madrid officieel het stokje overgedragen aan de Nederlandse delegatie. ‘Sportief heb je er niet veel aan, zo’n verre verplaatsing’, stelt Winkels. ‘Maar het hoort tegenwoordig bij het internationale wielrennen.’ Hermans denkt er hetzelfde over. ‘Zonder geld geen sport. En waarom niet? Er zullen veel mensen langs de kant van de weg staan en het is goed voor het Nederlandse wielrennen.’

Bonus voor de renners die dan meedoen: voor steile beklimmingen vroeg in de ronde hoeven ze niet te vrezen. De eerste punten voor de bergtrui in de Vuelta van 2020 zijn te verdienen op de Amerongse Berg.

Italiaanse wielergod had ‘nog meer prijzen kunnen winnen’, maar toen kwam Eddy Merckx
De Italiaanse wielergrootheid Felice Gimondi, een van de succesvolste renners allertijden, is vrijdag overleden op 76 jarige leeftijd. Gimondi is een van de slechts zeven renners die alle grote rondes wist te winnen. Hij had naar eigen zeggen nog veel succesvoller kunnen zijn, ware het niet dat er halverwege zijn carrière een nog grotere renner opstond: Eddy Merckx.

De Speld geeft praktische informatie voor de deelnemers van de Vuelta
Ben jij door je wielerploeg geselecteerd om deel te nemen aan de Ronde van Spanje? Dan vind je in dit bericht alle praktische informatie die je nodig hebt. 

Verbetering: In een eerdere versie van dit stuk stond dat de Vuelta in 2008 van het voorjaar naar het najaar verhuisde. Dit klopt niet. Al in 1995 vond de koers voor het eerst plaats in het najaar. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden