Column Paul Onkenhout

De vraag waarom Marokkaanse voetballers voor Marokko kiezen, en niet Oranje, werd niet eerder zo duidelijk beantwoord

Drie jaar geleden schreef ik een waardeloze column over Dries Boussatta, de eerste Marokkaan in het Nederlands elftal. De groteske overdrijving van Dries Boussatta, stond erboven.

De aanleiding was een interview met hem door Robert Vuijsje, in de Volkskrant-rubriek Land van afkomst. Boussatta had daarin het racisme in het Nederlandse voetbal aangekaart. Wat ik hem kwalijk nam, was dat hij een paar van zijn  beschuldigingen niet hard maakte.

Het zal niet – of niet alleen – aan zijn huidskleur hebben gelegen dat Nederlandse clubs Patrick Kluivert niet in dienst namen als trainer, zoals Boussatta suggereerde. Evenmin klonk het erg geloofwaardig dat in de Arena ooit vijftigduizend mensen over zijn moeder zouden hebben gezongen dat ze een snor had. Het waren er véél minder, corrigeerde ik – alsof dat het minder erg maakte.

Ik schilderde Boussatta af als een halve fantast die bij het minste geringste de racisme-kaart trok. Het was dus een verrassing dat hij begin dit jaar toestemde om te gast te zijn in een voetbalshow in Haarlem die ik mede organiseer.

Hij was op zijn hoede. Dat kwam waarschijnlijk ook door de naam, De Grote Hi-Ha-Hondelul Voetbal Show. Toen hij een van zijn oude trainers ontmoette, Gerard van der Lem, was het ijs gebroken. Het interview ging over zijn loopbaan in Oranje, de keuze van Marokkaanse voetballers voor Marokko (en niet voor Nederland) en over zijn voetballende dochter, Dania.

Hij was weer vader geworden. Nouri, had hij zijn zoontje genoemd. Over die column van drie jaar geleden spraken we niet. Misschien was hij het vergeten. Of deed hij alsof.

Zondag stond Boussatta in het middelpunt in een indrukwekkende aflevering van Andere Tijden Sport . Marcel Goedhart was de maker. Trots op Oranje, heette de aflevering. Uitgefloten door Marokkanen op de tribune, zei presentator Tom Egbers er snel achteraan. De toon was gezet.

In het eerste deel werd een Amsterdamse straatjongen een succesvolle voetballer. Halverwege was een kantelmoment. Boussatta werd steeds meer een Marokkaan.

Dat kantelmoment was niet de vriendschappelijke interland die hij in het shirt van Oranje speelde tegen Marokko, in 1999. In de Gelredome waren Marokkaanse supporters in de meerderheid. Boussatta werd voortdurend uitgefloten, massaal. Andere Tijden toonde de beelden.

De stemming was agressief. Destijds, in het stadion, was ik er als verslaggever niet erg van onder de indruk, maar nu had ik met hem te doen. In ene stadion probeerde een groep hem te kwetsen door zijn moeder te beledigen, in het andere werd hij uitgefloten door een andere groep. Dries was een landverrader, hadden zijn oudere broer en zijn zus voor de wedstrijd tegen Marokko al gehoord in de bus naar het stadion. Integratie heeft zijn grenzen, constateerde zijn broer berustend.

Na 11 september 2001 werd alles anders, zei Boussatta. Er werden beelden getoond van het vliegtuig dat zich in een Twin Tower boorde – het keerpunt, volgens hem. Geert Wilders deed zijn ‘minder Marokkanen’ uitspraak. Zo werd Trots op Oranje veel meer dan een terugblik. Door de ogen van Boussatta zagen we het populisme opkomen en Nederland intoleranter en racistischer worden.

Boussatta werd na zijn voetballoopbaan een succesvolle ondernemer. Hij heeft een keten koffiezaken en is Amsterdamser dan de meeste Amsterdammers. Religie speelt geen grote rol in zijn leven. Zijn dochter Dania voetbalt in een elftal met alleen maar jongens.

De keerzijde is grauw. Ik kan nooit een Nederlander worden, zei hij, hoe hard ik mijn best ook doe. De vraag waarom Marokkaanse voetballers tegenwoordig allemaal voor de nationale ploeg van Marokko kiezen, en niet meer voor Oranje, werd niet eerder zo duidelijk beantwoord.

Dania Boussatta is een talentvolle 13-jarige voetbalster. Voor welk land zou jij kiezen, vraagt Marcel Goedhart aan haar. Hij kiest voor Marokko, zegt ze, wijzend naar haar vader. Hij wel, maar zij niet. Nederland, zegt ze, zachtjes maar zonder aarzeling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.