De ultieme eerste passen van Dafne Schippers

Vannacht zet Dafne Schippers in Rio haar eerste stappen in de race om olympisch goud op de 100 meter. De eerste passen zijn daarbij het belangrijkst. Hoe komt ze tot de perfecte start?

Verenigde Staten, Florida, Bradenton, 01-04-2016 Dafne Schippers traint haar start op de baan van de IMG Academy Beeld Klaas Jan van der Weij

Volgens de tijdwaarneming is een 100 meter met Dafne Schippers na een kleine 11 seconden beslist. In werkelijkheid is de hoofdprijs vaak al na 1 seconde verdeeld. Haar eerste passen bepalen in hoge mate of Schippers zaterdagnacht in Rio de Janeiro goud verovert.

Het belang van de start drong vorig jaar in volle hevigheid door tot Schippers en haar coach Bart Bennema. Bij de WK atletiek werd ze verrassend tweede op de 100 meter. Aan haar natuurlijke topsnelheid, op de laatste 40 meter van de race, kon niemandtippen. Maar ruim 38 kilometer per uur bleek niet genoeg om de rapste starter van allemaal, tweevoudig olympisch kampioen Shelly-Ann Fraser-Pryce, te achterhalen.

In de aanloop naar Rio was de opdracht duidelijk: vlugger op gang komen. 'Hoe sneller mijn start is, hoe beter mijn tweede stuk waarschijnlijk wordt', zegt Schippers in Rio tijdens haar laatste persconferentie voor de series van de 100 meter (vannacht om half vier). 'Dat is mijn kracht. Als ik winst kan boeken op het eerste stukje, dan boek ik waarschijnlijk ook nog winst in mijn topsnelheid.'

Snel vertrekken is geen kwestie van eindeloos oefenen. Schippers (24) doet hooguit twee starttrainingen per week, met per keer vaak niet meer dan vijf explosies uit het startblok. Het is te belastend voor haar spieren en pezen om vaker voluit weg te schieten.

Met hun blote oog zijn haar razendsnelle passen nauwelijks te beoordelen, zelfs niet voor geoefende waarnemers als haar coach Bart Bennema. Dat lukt wel met twee essentiële hulpmiddelen, een laserpistool van Laveg en het datasysteem Optojump.

Een laserpistool kan de ontwikkeling van Schippers' snelheid tot in honderdsten van seconden registeren. Optojump meet de duur van haar afzet, de tijd die ze boven de grond zweeft, de lengtes van haar passen en de pasfrequentie. Het systeem bestaat uit kunststofbalken met infraroodlichtjes die aan weerskanten langs een deel van een atletiekbaan worden neergelegd. Als Schippers er tussendoor sprint, checkt het duizend maal per seconde of de lichtjes worden onderbroken.

Op zichzelf zeggen die gegevens weinig. Daarom werkt de Atletiekunie sinds januari met de Britse biomechanicus Paul Brice. Die beschikt over een database met een schat aan gegevens over andere topsprinters. Hij kan de sprintdata van Schippers tot in detail vergelijken met wat haar Jamaicaanse en Amerikaanse rivalen doen.

'Dit soort informatie geeft je als het ware een vingerafdruk van de sprint', zegt Brice, die ook met Britse olympisch kampioenen als zevenkampster Jessica Ennis en verspringer Greg Rutherford werkt. 'Wat doen de besten ter wereld en wat doe jij. Je kunt de delen analyseren en ontdekken waar je winst kan boeken. Het geeft je een indicatie van wat je moet doen, al blijft elke atleet zijn eigen unieke puzzel.'

Om snel te kunnen starten heeft Schippers moeten leren haar instinct te negeren. Ze springt vanuit de startblokken schuin naar voren. Dat voelt alsof ze voorover valt, maar ze mag die hinderlijke sensatie niet wegnemen door een extra grote pas te zetten. Dat zou haar afremmen. Het gevoel voorover te vallen, dat ontstaat doordat haar lichaamszwaartepunt voor haar benen ligt, moet ze juist benutten. Het helpt haar op snelheid komen.

'Het is alsof je van een heuvel loopt', zegt Nederlands recordhouder Churandy Martina. Hij eindigde bij de Zomerspelen van 2008 als vierde op de 100 meter, in 2012 werd hij vijfde. Net als Schippers blinkt hij van nature uit in de slotfase van de race. De start is na tien jaar topsport nog altijd een uitdaging. 'Van een heuvel af ga je niet lekker lopen, want je bent aan het vallen. Maar je mag niet vallen, want dan ben je weg.'

Schippers mag zich na het startschot evenmin overgeven aan de natuurlijkste manier van rennen, waarbij de hak van haar voet na het grondcontact opzwaait in de richting van de billen. Met die achterzwaai gaat kostbare tijd verloren. Haar voeten moeten laag blijven en haar knieën moeten na elke pas zo snel mogelijk weer naar voren en omhoog, opdat haar voet kort en krachtig tegen de grond kan kaatsen.

'Je moet stijf zijn als een cricketbat, niet zacht als skippybal. Dan vloeit alle energie weg', zegt Brice. Sprinten is volgens de biomechanicus een kwestie van de balans vinden tussen hoge bewegingsfrequentie en een goede paslengte. Dat draait om centimeters en fracties van seconden.

Knallende spikes

Dafne Schippers draagt in Rio spikes die volgens haar sponsor Nike extra stijf en licht zijn gemaakt door gebruik te maken van 'honingraattechnologie'. Vannacht, tijdens de series van de 100 meter, draagt ze de spikes voor het eerst in olympische kleuren.

'Ze knallen er wel uit', zegt Schippers. Haar belangrijkste rivaal, Fraser-Pryce, draagt dezelfde schoen.

Beeld .

Grondcontact

Brice spreekt van een goede start als de eerste drie passen de volgende lengtes hebben: 95 centimeter, 96 centimeter en 108 centimeter. Op volle snelheid behoort dat 235 centimeter te zijn, bijna tweeëneenhalve meter dus. Bij een gemiddelde start zijn de eerste drie passen groter dan bij een goede start: 101 centimeter, 100 centimeter en 118 centimeter. Een slechte starter neemt nog grotere passen: 105, 104 en 125 centimeter.

Het grondcontact met de voet ligt vast tot op duizendsten van seconden: 0,29 seconden voor een goede eerste pas, 0,145 voor de tweede en 0,135 voor pas drie. Op topsnelheid is het contact idealiter minder dan eentiende seconde: 0,09. Bij gemiddelde starten duurt het grondcontact langer dan bij goede: 0,34 bij de eerste pas, 0,19 bij pas twee en 0,165 bij pas drie. Bij een slechte start houdt de sprinter zijn voeten nog langer aan het tartan.

'Als je kijkt naar de data, dan zie je dat de eerste drie of vier passen cruciaal zijn', zegt Brice. 'De meeste sprinters zitten al na 10 meter op 75 tot 80 procent van hun maximale snelheid. Het kost ze vervolgens nog 50 meter om hun piek te bereiken.'

Dafne Schippers staat de pers te woord in de mixed zone bij het atletendorp tijdens de Olympische Spelen Beeld anp

Bekijks

Aan de interesse van buitenlandse trainers ziet Bart Bennema dat de eerste meters van Schippers steeds serieuzer worden genomen. Zij zijn benieuwd naar haar data. Op de trainingsbaan wordt ze nauwlettend in de gaten gehouden. De coach: 'Het valt me op dat ze vaker staan te filmen en bij de start staan te kijken. Er wordt geïnteresseerder gekeken. Dat kan je niet voorkomen.'

Gezien haar wedstrijdresultaten is dat geen wonder. Schippers beheerst de startpuzzel steeds beter. Sinds ze koos voor de sprint, ruim een jaar geleden, heeft ze 43 races gelopen over 60, 100 en 200 meter. Ze won 34 maal en kwam 8 keer als tweede over de streep. Slechts een maal eindigde ze buiten het podium, als vierde.

Bij de drie WK-finales van de afgelopen twaalf maanden was de statistiek iets minder gunstig: eenmaal eerste (200 meter) en tweemaal tweede (60 en 100 meter).

Door die resultaten blaakt Schippers van het zelfvertrouwen. Tijdens haar laatste trainingskamp voor de Spelen, in Portugal, ging ze gretig in op de kans om haar startsnelheid te testen tegen Churandy Martina en andere Nederlandse topsprinters. 'Superleuk is dat', zegt Schippers. 'Met wie kan je beter starten dan met mannen? En dan kijken of ik zo dichtbij mogelijk kan blijven. Tot 10 meter kan je met elkaar de strijd aangaan, bij 20 meter zie je ze wel een beetje weglopen.'

Schippers lijkt klaar voor de belangrijkste seconde van haar leven. Dat betekent dat ze misschien zelfs in staat is tot iets dat buiten de modellen van Brice valt. Topsprinters laten in trainingen zelden hun beste prestaties zien. Die bewaren ze voor wedstrijden. Schippers heeft die neiging ook, weet Brice. 'De allerbesten zijn tot buitengewone prestaties in staat als het er echt om gaat. Dan blijken ze meedogenloos. Dat is schitterend om te zien.'


De drie grootste concurrenten

Shelly-Ann Fraser-Pryce (29)

Op de seizoensranglijst staat Shelly-Ann Fraser-Pryce (29) slechts achtste, met een tijd van 10,93. Toch is de Jamaicaanse de meeste gevreesde deelneemster aan de 100 meter. Ze is tweevoudig olympisch kampioen en drievoudig wereldkampioen. Vorig jaar versloeg ze Dafne Schippers op de 100 meter bij de WK atletiek. Ze kan als eerste vrouw driemaal op rij de sprint winnen. Haar sterkste wapen is haar verbluffende start.

Elaine Thompson (24)

Op de 200 meter wist Dafne Schippers de onbekende Elaine Thompson (24) net achter zich te houden bij de WK atletiek. Dit jaar blinkt de Jamaicaanse ook uit op de 100 meter. Ze won de Jamaicaanse trials in 10,70, de snelste tijd van het seizoen en een evenaring van het Jamaicaanse record van haar trainingsgenoot Fraser-Pryce. Ze doet voor het eerst mee aan de Spelen en heeft weinig ervaring met belangrijke wedstrijden.

Elaine Thompson Beeld reuters

Tori Bowie (25)

De Amerikaanse Tori Bowie (25) eindigde bij de WK atletiek als derde op de 100 meter. Ze behoort met English Gardner tot de nieuwe generatie Amerikaanse sprinters. Dit jaar verbeterde ze haar persoonlijke record tot 10,78. Dat is sneller dan de toptijd van Schippers (10,81). Bowie is bijna net zo snel als Schippers op het slotstuk van de 100 meter. Ze debuteert op de Spelen en heeft haar beste tijden gelopen op de supersnelle baan van Eugene.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden