De twijfel blijft knagen bij Ter Mors

Na de Winterspelen in Sotsji werd het stil tond Jorien ter Mors. Ziekte wierp haar ver terug. Nu werkt ze aan haar rentree, maar of de combinatie shortrack/langebaan blijft bestaan, is onzeker.

Ook voor Jorien ter Mors is het wennen als ze zich zaterdag in Dordrecht weer als shorttrackster meldt. Beeld Olaf Kraak
Ook voor Jorien ter Mors is het wennen als ze zich zaterdag in Dordrecht weer als shorttrackster meldt.Beeld Olaf Kraak

Het scorebord staat uit. De tribunes zijn vrijwel leeg. Het is zaterdagochtend in Dordrecht, even na elf uur in een schaatshal die aanvoelt als vrieskist. Er klinkt geen applaus als Jorien ter Mors het ijs betreedt voor haar eerste shorttrackrace in ruim anderhalf jaar.

Ze maakt zich op voor de 1.500 meter, de afstand waarmee ze faam verwierf bij de Winterspelen van Sotsji (2014). Daar reed ze op zaterdag als shorttracker driemaal de 1.500 meter, met een vierde plaats als eindresultaat. Een dag later veroverde ze op dezelfde afstand de olympische titel, door alle uitgeruste langebaanspecialisten te verpletteren met een olympisch record.

Aan haar uiterlijk is weinig veranderd sinds dat glorieuze weekeinde. Haar kastanjekleurige kapsel oogt nog even eigenwijs. Ze steekt nog altijd ver uit boven haar tegenstanders bij de Invitation Cup, een voorbereidingswedstrijd op de wereldbekers. Maar innerlijk is ze niet dezelfde vrouw. Haar lichaam heeft haar in de steek gelaten.

'Liever een wedstrijd te weinig dan een te veel.' Dat is noodgedwongen het devies van de 25-jarige Twentse, de veelvraat die in Sotsji van alle schaatsers en shorttrackers de meeste wedstrijden reed doordat ze als enige twee disciplines combineerde. Bij het shorttrack komen de beste schaatsers per afstand soms wel viermaal in actie.

Ter Mors is nog steeds herstellende van een onduidelijke kwaal die artsen omschrijven als 'overreaching'. Ze zat tegen de oververmoeidheid aan door een combinatie van factoren: naast de emoties van de lange doodstrijd van haar vader gedurende een glorieus olympisch seizoen, liep ze tijdens een post-olympische reis door de Himalaya de streptokokkenbacterie op.

Ze hield bijna een jaar rust. Bij terugkeer op het ijs, afgelopen voorjaar, schrok ze van haar niveau. Haar lichaam bleek shorttrack niet aan te kunnen. Ze wankelde als een pasgeboren kalf. 'Ik zakte gewoon door mijn benen. Er komt zo veel druk op je benen in de bochten, ik had gewoon de power niet. Het was frustrerend.'

Op de langebaan ontdekte ze dat ze het schaatsen niet was verleerd. 'Dat was een verademing. Ik dacht, godver, ik kan het nog. Ik maakte twee, drie klappen en voelde de rust door mijn lichaam stromen. Ik wist: ik kan nog schaatsen. Ik kom er wel weer.'

Op de langebaan heeft ze twee weken geleden haar eerste succes behaald. In Enschede verbeterde ze de baanrecords op de 500 en 1.000 meter in haar eerste langebaanwedstrijd sinds Sotsji. Dat was 'onwijs fijn', maar die inspanning ging gepaard met een waarschuwing van haar lichaam. Het duurde twaalf dagen voordat ze zich weer fit voelde.

Twee hoofddoelen

Voorzichtigheid blijft dus geboden. In trainingen kan ze veel minder aan dan haar ploeggenoten. Terwijl de anderen vaak tweemaal per dag shorttracken, mag Ter Mors van coach Jeroen Otter maximaal eenmaal het ijs op. Soms shorttrackt ze, soms rijdt ze rondjes op klapschaatsen. Daarnaast doet ze op de fiets veel hersteltrainingen. Buiten de trainingen wil ze experimenteren met magnesiumbaden, die het spierherstel zouden bevorderen.

'Haar gevoel is leidend', zegt Otter. Hij beschouwt Ter Mors als een ervaren atlete die weet waartoe ze in staat is. Ze werkt al jaren met wat hij emi-waarden noemt: 'emi' is de afkorting voor 'ervaren mate van inspanning'. Zijn schaatsers beoordelen dagelijks hun trainingen met een cijfer. 'We hebben een heel scala een nummers en lijnen die we kunnen trekken. Zo kunnen we relatief goed voorspellen wat we aan trainingsload kunnen geven. En nog belangrijker, wat we aan prestaties kunnen verwachten.'

Ter Mors richt zich dit jaar op twee hoofddoelen, de WK afstanden in Kolomna (februari) en de WK shorttrack in Seoul (maart). Wat ze verder rijdt, hangt af van haar gesteldheid. Hoewel haar hart nog steeds bij het shorttrack ligt, achten Ter Mors en Otter het mogelijk dat haar lichaam haar dit seizoen in de richting van de langebaan duwt.

Ter Mors observeert vanuit laatste positie de concurrentie. Beeld Olaf Kraak
Ter Mors observeert vanuit laatste positie de concurrentie.Beeld Olaf Kraak

Shorttrack is technisch, tactisch en fysiek veeleisender dan de langebaan, menen ze. Het kost tijd om op een klein baantje, met een hoge hartslag en maximale verzuring in de benen de technische finesse te hervinden die vereist is om gewaagde inhaalmanoeuvres te maken. Ter Mors: 'Het is niet voor niets dat het voor recreatieschaatsers bijna onmogelijk is om in de bochten te hangen zoals wij doen.'

Otter: 'Als je de shorttracktraining vergelijkt met de langebaan, qua lactaat en ervaren mate van inspanning, dan liggen die waarden bij ons vele malen hoger. Dat is echt significant verschillend.'

Toch wil de olympisch kampioene niet kiezen voor de langebaan. Ze ging niet in op financieel aantrekkelijke aanbiedingen van Team Continu, Lotto-Jumbo en Corendon, drie ploegen die als voorwaarde stelden dat ze zich hoofdzakelijk zou manifesteren op de 400-meterbaan. Ze sloot een contract met Team Afterpay, dat haar de vrijheid geeft om met Otter te werken. De coach gelooft dat shorttrack essentieel is voor haar succes op klapschaatsen.

Lange termijn

Op de lange termijn is shorttrack voor Ter Mors belangrijker. Aan de vierde, vijfde en zesde plaats van Sotsji hoopt ze bij de Winterspelen van 2018 een medaille toe te voegen. En dus moet ze oefenen, zo vaak als haar lichaam dat toelaat.

In Dordrecht blijkt dat ze de kunst weer enigszins onder de knie krijgt. Ze wint haar enige rit op de 1.500 meter en laat de rest van die wedstrijd schieten. Daarna zegeviert ze bij haar enige 500 meter eenvoudig. Op de 1.000 meter gaat ze wel door. Ze is viermaal op rij de beste, van de voorronde tot in de eindstrijd van zondagmiddag.

Geen van haar tegenstanders in al die wedstrijden bezat het niveau van de olympische finale, erkent coach Otter. Ter Mors is blij met de uitslag. 'Het ging best goed', zegt ze blos op haar wangen. Ze spreekt met ingehouden blijdschap. Door haar hoofd speelt de vraag die haar de hele winter zal vergezellen, als zeurende kiespijn. Hoeveel dagen laat haar lichaam haar boeten voor deze krachtsinspanning?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden