De Tweede Legendarische nummer 14, Sjoerd Ruiter (65), overleden

Oud-Ajacied Sjoerd Ruiter is op 65-jarige leeftijd overleden aan een herseninfarct. Al in zijn vroege jeugd werd hij de Tweede Cruijff genoemd. Een vergelijking die hij nooit zou kunnen waarmaken, de druk werd hem al snel te veel. In 2007 maakte Volkskrantverslaggever John Schoorl ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Cruijff onderstaand verhaal over Ruiter.

'Als Sjoerd Ruiter was ik een goeie voetballer.'

Johan Cruijff, morgen 60 jaar, had vele troonopvolgers. Het grote talent Sjoerd Ruiter was eind jaren zestig de eerste Nieuwe Cruijff, maar die last werd hem te veel...

Na een korte correspondentie stond de man die De Nieuwe Cruijff werd genoemd oog in oog met Jan Bastiaans, de psychiater die bekendheid kreeg door mensen met een concentratiekampverleden lsd toe te dienen.

Dat het ging om het voormalige voetbaltalent Sjoerd Ruiter, bezweken onder de druk een groot speler te worden, daar spraken ze niet over. Het draaide niet om Ajax, of om voetbal, of om Johan Cruijff. Sjoerd Ruiter zocht een breekijzer om van zijn angsten af te komen.

Gelukzalig moment

'Ik had zoveel gesprekken, therapieën, psychiaters en behandelingen meegemaakt - er moest iets gebeuren, midden jaren negentig', zegt hij. 'Ik wilde van de ellende af. Dat gevoel bang te zijn, me onveilig te voelen. Op de lagere school had ik het al, maar bij Ajax escaleerde het.'

Geluk, laten we het daar nu over hebben, even tussendoor. 'Anders wordt het zo'n jammerverhaal', zegt Ruiter (55). 'En die indruk wil ik vooral niet wekken.'

Voor een intens gelukzalig moment uit het voetballeven van Sjoerd Ruiter schakelen we 37 jaar terug. Sjoerd was een magere jongen, met hoge jukbeenderen en de introverte, zoekende blik van een vedette in wording.

Hij speelde in het Nederlands jeugdelftal en dus voor Ajax, waar hij vijf jaar zou blijven. Een voetballer, maar hij had ook een dromerige slaggitarist kunnen zijn of een beloftevolle blanke blazer van coole jazz. Een groot talent, hij ging er komen, dat kon niet anders.

Het was een prachtige middag op het middenveld, ergens aan het einde van de jaren zestig, in Zeist. Een toernooi voor jeugdelftallen. Sjoerd deed alles vanzelf. Zijn gedachten waren vrij, alles verliep intuïtief en zonder beperking. Voor het eerst had hij diepte in zijn spel, net als Cruijff.

Diepte! Echte diepte! Hij zag de grote ruimte voor zich en wist exact wat er gebeurde op het veld, omdat hij degene was die het liet gebeuren. Hij stond open voor alles - ja, zo voelde het.

Die momenten, ze waren er geregeld. Het maakte niet uit of er opeens tienduizend mensen op de tribunes zaten, of hij het Oranje- of Ajaxshirt droeg, of Rinus Michels of Arie de Vroet langs de kant stonden. Het maakte zelfs niet uit dat hij De Tweede Cruijff of De Nieuwe Cruijff werd genoemd omdat hij net zo fragiel oogde, even makkelijk langs zijn tegenstanders slalomde en al even ogenschijnlijk onverstoorbaar voetbalde.

Niets was een last, en het leven en het verleden al helemaal niet. Hij voetbalde: hier en nu.

Ruiter lacht, hier in zijn woonkamer in zijn appartement in Amsterdam-West. Hij was er weer even, op dat veld, die middagen - in gedachten dan. De heldere blauwe ogen draaien even weg, de rook van de zware shag kringelt langs zijn kortgewiekte hoofd.

Sjoerd Ruiter in Ajaxtenue, 1970.

Berusting

Bij Bastiaans zou hij uiteindelijk niet op de divan belanden. Net toen Ruiter met veel moeite het geld voor de behandeling bijeen had vergaard, werd de psychiater ziek, om een paar jaar later te overlijden.

Dit moest het dan maar zijn, aan het einde van de jaren negentig. Er was berusting bij hem. Zijn ervaringen met de psychiatrische wereld, begonnen bij psychiater De Kruif en na zijn Ajaxtijd vervolgd met opnames en behandeling in klinieken in Amsterdam en Halsteren, hadden langer geduurd dan zijn voetballoopbaan.

'Ik ben uitgepraat, de periode ligt ver achter me', zegt hij. 'Ik weet nu wel hoe het zit en waar het vandaan komt. Die stille woede over vroeger: het gebrek aan warmte van mijn ouders, die ook hun verleden met zich meedroegen. Mijn vader altijd op zee, en als hij thuis was, zat hij voor zich uit te staren. Mijn moeder stond er alleen voor, met drie kinderen. Ik had het gevoel thuis op een eilandje te wonen.'

Hij was 15 toen hij er tijdens een proefwedstrijd bij Ajax al in de rust werd uitgepikt. Twee doelpunten, twee beslissende passes en hij mocht onder de douche. 'Sjoerd, jij mag bij ons blijven.' Hij verhuisde van CSCA, de Christelijke Sportclub Amstelveen, naar Ajax, zijn grote droom.

Daar liep hij dan, op het trainingsveld bij De Meer. Hij zag Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart, allemaal spelers voor wie hij zelf naar het stadion ging, en daar hoorde hij opeens bij. Het ging goed met Sjoerd. Hij kwam in het Amsterdams jeugdelftal, in de nationale jeugdselectie. Van de B-junioren snel door naar de A1, en niet veel later in het tweede elftal van Ajax.

Na een magnifiek optreden tijdens een jeugdinterland tegen West-Duitsland in 1969, maakte de toenmalige sportjournalistieke grootheid Maarten de Vos een verhaal: Sjoerd Ruiter, De Tweede Cruijff. En De Vos was niet de eerste die de gelijkenis zag. Eerder was er al een jeugdtrainer van Feyenoord naar 'm toe gekomen, net als de latere bondscoach van België, Raymond Goethals. Die zei na een jeugdinterland: 'Die Sjoerd Ruiter lijkt in al zijn handelen op Cruijff, alleen mist hij diepte in zijn spel.'

Hij was 17 en schrok zich kapot van de vergelijking met Cruijff. 'Ik was niet zo'n lefgozertje. In postuur had ik wel wat van hem weg, maar Cruijff stond steviger op zijn benen.' En hij was zeker tien keer verder, ondervond Sjoerd in onderlinge trainingspartijtjes.

Hij merkte dat er vanaf dat moment meer op hem werd gelet, mensen iets van hem wilden en - vooral - verlangden. Zoals Han Grijzenhout, trainer van het B-elftal. Hij zocht Sjoerd, zoals hij dat noemt. Hij zat 'm op de huid, omdat hij vond dat Sjoerd nog meer moest brengen. Hij stormde soms als een oververhitte marskramer de dug-out uit om Sjoerd op z'n nummer te zetten.

Ruiter: 'Het maakte de situatie voor mij niet makkelijker. Als je goed in je vel zit, ben je er blij mee. Voor mij was het een extra belasting, en misschien geldt dat wel voor iedereen die na mij De Nieuwe Cruijff is genoemd. Wie kan zulke druk aan? Achteraf is het belachelijk en zwaar overdreven. Aan deze vergelijking zat geen enkel voordeel, alleen maar nadeel. Als Sjoerd Ruiter was ik een goeie voetballer. Maar geen Nieuwe Cruijff.'

Gebroken talent

Een jaar nadat het artikel in De Tijd was gepubliceerd en Ruiter op een training een afwezige indruk maakte én er een foute pass van zijn voet kwam, explodeerde Grijzenhout: 'Hij mocht willen dat-ie de grote teen van Cruijff had.'

Sjoerd kon wel onder de grasmat kruipen van ellende.

Hij stopte niet onmiddellijk, en het ging veel te ver om Grijzenhout de schuld te geven van zijn gebroken talent, maar lang duurde zijn loopbaan bij Ajax niet meer. Hij voelde al lange tijd dat de spanning van thuis in zijn benen zat; zelfs Ajax-dokter Rolink voelde de druk in zijn lichaam. De keren dat hij in de spelerstunnel stond en zijn kaken verkrampten, zijn maag zich omdraaide en de wedstrijd een barre overlevingstocht leek, kwamen steeds vaker voor.

Bekijk hieronder het interview met Sjoerd Ruiter van de NOS. (Tekst gaat verder na video).

Halverwege het seizoen '71-'72 stapte hij op zijn brommer van Amstelveen naar De Meer om dat te vertellen wat lang in zijn kop zat en wat hij met Ajax-huispsychiater Zeven had besproken: weg bij Ajax. Niks De Nieuwe Cruijff, helemaal niks.

Ruiter: 'Het heeft lang geduurd voordat ik de pijn van die mislukking durfde te voelen. Hé, jij hebt toch bij Ajax gevoetbald, zei iemand op een dag. Al die tijd had ik er niet bij stilgestaan, probeerde ik vooral te overleven en leek Ajax iets uit een vaag verleden. Ik had het verdrongen en wilde er nooit over praten.' Nu, 35 jaar nadat hij een mokkende Ajax-voorzitter Jaap van Praag had verteld ermee op te houden, is hij vooral trots dat hij ooit bij het grote Ajax van de jaren zeventig voetbalde - zonder overigens één minuut in het eerste te hebben hebben gespeeld of op de bank te hebben gezeten.

Hij opent de deur van de wc en daar hangt, naast foto's van zijn vader en moeder, het bewijs: Sjoerd in Ajax-tenue. Sjoerd met keeper Eddy Pieters Graafland. 'Mooi he', zegt hij grinnikend.

Zomaar weg

Vorig jaar was hij op de begrafenis van Gerrie Kleton, een voetballer met wie hij bij Ajax had gespeeld. Daar liepen ze allemaal: Johnny Rep, Pim van Dordt, Dirk Visser, Gerard van der Lem, Tonny Pronk, Jan Mulder, Sjaak Swart, Piet Keizer. 'Hè Sjoerd', klonk het. 'Man, ik herkende je eerst niet. Goed je te zien. Dat is lang geleden. We hebben het nog vaak over je gehad. Je was zomaar weg.'

'Ja jezus', zegt hij, 'het is ook niet niks. Ik ben daar wel vijf jaar geweest. Dat is toch geweldig. Ik had misschien zelfs een grote voetballer kunnen worden.'

Met zoon Joeri (21) en dochter Nikki (10) gaat hij inmiddels geregeld naar de Arena. Even een belletje naar David Endt, teammanager van Ajax en oud-speler, en het wordt voor hem geregeld. Dat geeft 'm een goed gevoel, alsof hij na als die jaren een beetje thuiskomt. Soms krijgt hij zelfs kaarten voor het spelershome. Maar wie hij daar nooit is tegengekomen, is Cruijff, met wie hij uiteindelijk één helft in één elftal speelde: met het tweede uit tegen FC Twente. In die vijf jaar hebben ze nooit met elkaar gesproken.

Of wacht! Ja, toch wel! Er was die ene keer tijdens een gezamenlijk etentje van het eerste en het tweede elftal dat Cruijff zich tot hem persoonlijk richtte: 'Hé Sjoerdje, wil jij ook een bitterbal?'

Dat wilde Sjoerdje wel.

En ooit zag hij hem op straat in Buitenveldert lopen. Hij wilde naar 'm toe om te zeggen: 'Hallo Johan, ik ben Sjoerd. Ik was zogenaamd De Nieuwe Cruijff.' Maar het kwam er niet van.

Een half jaar geleden ging de telefoon: David Endt vroeg 'm of hij er wat voor voelde om weer bij Ajax te komen voetballen. Sjoerd wist niet wat hij hoorde. Of hij bij de Ajax-veteranen wilde komen spelen. Ongedwongen, zeg maar. Lekker ballen met de ouwe jongens, potje bier erna. 'Echt wat voor jou, Sjoerd. Nou wat denk je ervan?'

Hij zou er even over nadenken, zei hij tegen Endt. Maar eigenlijk hoefde hij er helemaal niet over na te denken. Sjoerd Ruiter maakt een wegwerpgebaar. 'Hou op zeg. Dat begint het allemaal weer opnieuw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.