ReportageMedia en Tour de France

De Tour verslaan? Dit jaar worden quotes gedeeld in een whatsappgroep

Dit jaar geen journalisten in de Tour die rennen om de eerste quote. Integendeel: ze moeten samenwerken met hun concurrenten.

Wout van Aert van Team Jumbo-Visma wordt in de speciale Mixed Zone voor het begin van de etappe op afstand geïnterviewd door het belgische Sporza. Beeld Klaas Jan van der Weij

Een paar weken voor aanvang van de Tour kregen alle geaccrediteerde verslaggevers een e-mail. ‘BELANGRIJK’, stond er in kapitalen boven. De mail bevatte een opsomming van de coronamaatregelen voor journalisten. Voor aanvang een coronatest laten afnemen. Overal een mondkapje dragen. Afstand houden.

Tot zover niets onverwachts. Het venijn zat hem in de staart van het coronaprotocol. De Nederlandse schrijven- de pers, bleek uit het mailtje, mag voor aanvang en na afloop van de etappes één journalist afvaardigen die een aantal renners mag interviewen. Hetzelfde geldt voor pak ’m beet de Belgen, de Italianen en de Duitsers. De Spanjaarden hebben nog minder mazzel en moeten hun ‘box’ – eufemistisch jargon voor een met dranghekken afgebakende vierkantemetervlak achter de finish – delen met de Colombianen.

Er is geen sport waar de hoofdrolspelers zo toegankelijk zijn als het wielrennen, hoor je vaak. Daar zit een kern van waarheid in. Tourverslaggeving ziet er normaal gesproken in de praktijk uit als ‘een stuk of twintig mannen en wat vrouwen die op een kluitje om een paar zwetende renners staan’, zegt wielerverslaggever Daan de Ridder terwijl hij stevig doorloopt in de straten van Sisteron, om op tijd in de Nederlandse ‘box’ te zijn. ‘Maar iedereen begrijpt: dat kan dit jaar niet.’

Voor wielerverslaggevers die de Tour verslaan betekent dit nieuwe normaal dat ze moeten samenwerken met hun concurrenten. Want terwijl slechts één journalist een aantal vragen mag stellen aan een handvol renners, moet er wel een hele trits kranten, bladen en websites worden volgeschreven. Dus spraken de Nederlandse schrijvende Tourvolgers af dat ze in onderling overleg iedere dag één collega aanwijzen die de vragen namens iedereen stelt. De antwoorden worden in een gezamenlijke whatsappgroep met iedereen gedeeld. (Althans, met bijna iedereen. De Telegraaf besloot niet mee te doen.)

Normaal zijn er 4.500 mediamedewerkers actief in de Tour, van verslaggevers en fotografen tot chauffeurs en technici. Dit jaar is 30 tot 35 procent van hen thuisgebleven. Onder meer de commentatoren van veel tv-zenders ontbreken: de NOS doet het commentaar dit jaar vanuit Hilversum, de Franse publieke omroep vanuit Parijs.

De solidariteit tussen elkaar beconcurrerende verslaggevers is van oudsher groot in het wielrennen, waar journalisten hun collega’s niet slechts af en toe tegenkomen maar waar ze wekenlang samen optrekken, als een rondreizend circus. ‘Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen invalshoek’, zegt Raymond Kerckhoffs, die de Tour namens de Telegraaf tientallen keren versloeg en tegenwoordig mede-eigenaar is van website Wielerflits. ‘Maar het was altijd al gebruikelijk dat quotes van wielrenners onderling worden gedeeld.’

Die eensgezindheid wordt nu op de proef gesteld. ‘Ik zit vier uur per dag in de auto, sta een uur te wachten om Tom Dumoulin een paar vragen te stellen en tegen de tijd dat ik weer in de auto zit, liggen de antwoorden al bij collega’s van websites die geen enkele moeite doen hier te zijn’, zegt de Vlaamse Ann Braeckman, die voor de negende keer de Tour verslaat, dit jaar namens het ANP.

Braeckman vreest dat de nieuwe beperkingen de wielrenners wel goed uitkomen. ‘Voorheen konden we achter de finish met een renner meerennen. Als hij de pest in had en ons straal voorbijreed, dan volgden we hem naar de teambus. Nu heb je als verslaggever maar één kans. Als ze voorbij zoeven, ben je overgeleverd aan de persvoorlichter van de ploeg.’

Daarmee is een belangrijk gevolg van de coronabeperkingen voor de wielerpers genoemd, een ontwikkeling die al jaren gaande is, maar nu in een stroomversnelling is beland: wielerploegen zijn – net als voetbalclubs, politiek partijen en frisdrankmerken – hun eigen media geworden.

‘De persmensen van de wielerploegen zijn vaak heel meedenkend en behulpzaam’, zegt Braeckman. ‘Maar het wordt steriel en gestroomlijnd. Sport gaat om de eerste emotie na de finish. Als je dat aan voorlichters overlaat, hoor je geen godverdomme of kut meer na een slechte etappe.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden