De Tour is nog wél leuk!

Ze moeten niet mekkeren, de mensen die zeggen dat de Tour zijn magie heeft verloren. Ging het er vroeger dan zo eerlijk aan toe?...

7 juli, proloog, Londen. Dit wordt het eerste wielerstuk van het jaar 2007 waarin het D-woord niet voorkomt. Het D-woord gijzelt het wielrennen en daar heb ik genoeg van. Ga toch weg, rare moralisten van de eerlijke sport!

8 juli, Londen - Canterbury.

‘Het lijkt me eerder een kenmerk van sport dat het er oneerlijk aan toegaat.’ (Tim Krabbé, 43 Wielerverhalen).

9 juli, Duinkerken - Gent.

In de tweede Tour de France (1904) strooiden de renners jeukpoeder in elkaars koersbroek, wierpen zij kraaienpootjes over hun schouder, trachtten zij elkaar te vergiftigen en zaagden zij frames van concurrenten half doormidden: alsof het er vroeger zo eerlijk aan toeging.

10 juli, Waregem - Compiègne.

Het cyclisme verkeert in een collectieve depressie, en dat terwijl het grote zomerfeest op punt van beginnen staat. Het lijkt alsof er geen wielrennen meer bestaat, en dat het alleen nog draait om het D-woord. Je ziet niemand meer lachen, een diepe ernst is in de sport neergedaald. Het kwaad is onder ons, wee ons!

Cheer up, vrienden!

11 juli, Villers - Cotterêts-Joigny

Cheer up! De Tour de France is nog wél leuk! De Tour is juist heel erg leuk! We moeten ons niks laten wijsmaken door boetepredikers en moraalridders: de Tour is het leukste sportevenement dat er bestaat en hij begint vandaag. Het is een commercieel circus, een ordinaire kermis vol klatergoud, het is een vrolijke samenzwering van oplichters en leugenaars, maar zo is het altijd geweest.

Handen af van onze fijne rot-Tour!

12 juli, Chablis - Autun.

Ik probeer me een zomer zonder Tour de France voor te stellen. Ik zie zonnige dagen zonder zin en regendagen zonder troost. Ik zie hoe juli voorbij glijdt in volstrekte verveling en met geen ander doel dan dat we augustus moeten zien te bereiken. Er is alweer niets op de radio. En wat, wát doet Mart Smeets?

13 juli, Semur-en-Auxois - Bourg-en-Bresse.

Er zijn mensen die de Tour veertig keer achter elkaar hebben verslagen. De verslaving is verklaarbaar. Nergens is het leven zo simpel als in de Tour. Het enige dat telt is de etappe van de dag en het algemeen klassement van de avond. Ook voor de tv-volger is deze staat van genade bereikbaar. Daarna kun je het echte getob weer 49 weken aan.

14 juli, Bourg-en-Bresse – Le Grand-Bornand.

‘In het kader en de omgeving van de Tour vergeet ik de leegheid van de dagen en de onaangename gebeurtenissen. Eigenlijk geloof ik dat er maar drie bevoorrechte plekken zijn waar een volwassene zijn vrijheid kan ervaren: een taxi, als de chauffeur het gordijntje laat zakken, de wc, als je de deur achter je op het slot hebt gedaan, en de Tour de France, als de strijd op gang is gekomen en ons de heerlijkste soort eenzaamheid bereidt: de eenzaamheid te midden van de mensen.’ (Antoine Blondin, Frans schrijver (1922-1991), Tour de France).

15 juli, Le Grand-Bornand – Tignes.

Toen de Fransen in 1936 de betaalde zomervakantie kregen, werd de Tour het symbool van zorgeloosheid, zon en vrijheid. ‘Vive le Tour!’, lees je nog overal langs de Franse wegen, als de Ronde nadert. Dat betekent: ‘Vive la vie, blij dat we even niet naar die rotbaas hoeven!’

17 juli, Val d’Isère- Briancon

Namen om bij weg te dromen: La Colombière, Col du Télégraphe, Iseran, Galibier, Portet, Aspet, Menté, Peyresourde. Geen bergen, maar hoog opgestapelde verhalen.

18 juli, Tallard – Marseille.

Als ik vanmiddag Radio Tour de France aanzet, ben ik onmiddellijk in een goed humeur. Dat komt doordat Radio Tour de France - echt niet het allerbeste radioprogramma aller tijden - een zee van prachtige zomerherinneringen oproept.

Als ik het woord ‘Tourrrrflits’ hoor, schijnt de zon en stap ik in een tijdmachine die me tien, twintig, dertig jaar terugvoert in de tijd. Naar toen altijd de zon scheen, de wind in het zeil blies en onze Hennie Kuiper gemeen werd geflikt door Bernard Thévenet.

19 juli, Marseille – Montpellier.

Het dagblad Le Monde schreef dat de Ronde een ‘verbazingwekkend anachronisme’ was – in 1953. Dus hoever staat de race dan nú, ruim een halve eeuw later, wel niet buiten de tijd? Je zou er tegenwoordig niet meer mee hoeven aankomen, met zo’n onverantwoorde wedstrijd. Maar hij is er, in al zijn ongepastheid en gedateerde symboliek. En gelukkig maar. Wat moet je, in een wereld waarin alles eigentijds en hoogst verantwoord is?

20 juli, Montpellier – Castres.

De Franse filosoof Roland Barthes (Tourvolgers zijn niet van de straat) noemde de Ronde van Frankrijk ‘het beste voorbeeld van een totale mythe’. Alles aan de Tour staat in het teken van het verhaal. Zonder de verhalen zou de volledige zinloosheid ervan pijnlijk duidelijk worden en was het einde nabij. Topsport is georganiseerde krankzinnigheid in wedstrijdvorm en de Tour de France is daarvan het ultieme bewijs. De mythe van de Tour verleent de Tour zijn raison d’être, de rest is opgeklopte humbug - lekkere humbug.

21 juli, Albi – Albi.

Zonder Tour geen Tourtoto. Door al het gedoe in de wielersport zijn we zelfs het geloof in de Tourtoto aan het verliezen. Deze gevaarlijke trend moet worden gestopt, zonder Tourtoto geen Tourzomer.

22 juli, Mazamet – Plateau-de-Beille.

Vijf renners klimmen omhoog, op weg naar Pau, in de Tour de France van 1977: de beroemde foto van voormalig Volkskrant-fotograaf Hans Heus. Meestal zie je op Tourfoto’s zonnebloemvelden, meisjes met blote borsten, een met dronken meehollers volgepakte berg of een massasprint; symbolen en extremen. Maar hier zien we de stilte van de Pyreneeën, de mist, het blote gevecht; de Tour ontdaan van kitsch, de hoer als maagd.

23 juli, Foix – Loudenvielle-le Louron.

Het mooie van de Tour is de herhaling, jaar na jaar. Er is een proloog, daarna komen de etappes voor de sprinters, daarna volgen de Alpen en vervolgens de Pyreneeën –of andersom. En dan nadert alweer Parijs. De Tour is een repetitie van de onvoorspelbaarheid. Hij begint en een gevoel van rust maakt zich van mij meester: de wereld houdt zich eindelijk weer even aan het script.

25 juli, Orthez – Aubisque.

De geweldige commedia dell’arte van het Tourpodium! Het kleine opneukertje van het bergklassement naast de twee reuzenmodellen, de ordinair grote fles spuitchampagne, de grote kampioen Hinault als toneelmeester en de burgemeestersvrouw die verleidelijk glimlacht naar de leider van het jongerenklassement. Drie weken lang in dit theater.

26 juli, Pau – Castelsarrasin.

Tourdialoog:

‘En?’

‘Uitgewoond.’

‘Morgen?’

‘Weer een dag.’

‘Parijs?’

‘Is nog ver.’

27 juli, Cahors – Angoulême.

Het maakt mij geen bal uit wie de Tour wint. Maar ik kan urenlang met overgave zwetsen over de vraag wie de Tour zal winnen. De Tour de France is het geluk van de zalige niksigheid, de zomer in zijn zachtste vorm, de draaglijke lichtheid van het bestaan.

28 juli, Cognac – Angoulême.

De gelukzalige aanblik van het grote lijden dat gratis en voor niks linea recta je huiskamer binnenkomt. Waar vind je dat nog? Elk lijden wordt onmiddellijk opgelost met gebed, een tv-actie of van regeringswege. Behalve het lijden in de Tour de France. Daar zoeken ze het juist uit op. En je mag er rustig naar kijken, van genieten en hopen dat het allemaal nog veel erger wordt. Schitterende etappe, schitterend lijden. Morgen: meer lijden.

29 juli, Marcoussis – Parijs.

‘Aan het eind van de Tour ga ik altijd elf maanden slapen. En als ik dan wakker word, begint ie al bijna weer.’ (Raphael ‘le grand fusil’ Geminiani, voormalig Tourrenner.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden