nieuwstour in valpartijen

De Tour de France van vallen en – soms – weer opstaan

De Tour de France van 2020 was een wrede editie. 19 renners moesten de koers verlaten na een valpartij. Het is het hoogste aantal sinds 2014, toen 20 coureurs Parijs niet haalden omdat ze gevallen waren. Omdat het peloton in 2014 met 198 renners groter was de 176 van dit jaar, is het aantal uitvallers door valpartijen relatief zelfs nog hoger dan toen. 11 procent om 10 procent.

De Spaanse Imanol Erviti van Team Movistar na een val tijdens de 107e editie van de Tour.Beeld BELGA

In totaal ging het dit jaar op de Franse wegen 45 keer mis. Vooral in het begin van de drieweekse wedstrijd was het raak. Op de eerste rustdag stond de valpartijenteller op 28 en op de tweede rustdag was het opgelopen tot 42. In de slotweek werd er zelden nog gevallen, slechts 3 keer. Edward Theuns had de twijfelachtige eer om als laatste, in de straten van Parijs, nog tegen het asfalt te gaan. Hij kon gebutst en wel verder.

Het is een terugkerend fenomeen dat er naar het einde van de Tour minder gevallen wordt. Het klassement is grotendeels gemaakt en dus is er minder druk om continu van voren te zitten. Het peloton is relaxter en bewijst daarmee onbewust dat de renners als collectief invloed hebben op de hoeveelheid ongelukken.

Het parcours werkte aan het slot van de Tour ook mee. Er waren nauwelijks sprintetappes en daardoor ontbrak het aan zenuwachtig gedrang in de laatste kilometers. In de bergen en heuvels die ze voor de wielen kregen gingen de renners bovendien in kleinere groepjes over de weg. Dat maakt het, zelfs in lastige afdalingen, een stuk overzichtelijker.

Dat het daarom draait hebben drie weken koersen door Frankrijk wel duidelijk gemaakt. Het ingrijpendst zijn de valpartijen in een groot en onoverzichtelijk peloton. Als een van de 176 renners een inschattingsfoutje maakt, kan dat meerdere renners achter hem de kop kosten. Corrigeren in een compacte groep die met een gangetje van 50 kilometer per uur voortraast is immers bijna niet te doen.

Ook daarom was, naast de regen, de schade in de openingsetappe zo groot: het peloton was nerveus, liet  nauwelijks ruimte, tot het peloton zelf besloot de koers te neutraliseren. Uiteindelijk hielden negen renners dusdanig ernstige blessures aan de reeks tuimelingen in de eerste etappe over dat ze de koers moesten verlaten, zij het soms met flinke vertraging. Zo stapten Pierre Latour, David Gaudu en Mikel Nieve in de laatste Tourdagen alsnog af ten gevolge van die hectische eerste rit.

De ernst van de valpartijen werd ook steeds minder. De laatste ‘chute’ die een coureur tot opgeven dwong was de dubbele klapper van Sergio Higuita in de 15de rit. De Colombiaans kampioen had achterom kijkend geen oog voor een gevaarlijk bruuske manoeuvre van Bob Jungels en werd door de Luxemburger omvergekegeld. Even later zou Higuita, omdat hij met een gekwetste rechterhand niet goed meer remmen kon, op een rotonde nogmaals onderuitgaan en definitief afstappen.

Diezelfde Jungels zou even later in die 15de etappe onvrijwillig demonstreren dat een renner niet alles in de hand heeft en zelfs alleen rijdend het slachtoffer van een ander kan worden. Terwijl hij een col beklom werd hij nota bene door een ambulance aangereden. Ondanks een stevige smak op de grond kon hij door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden