ColumnPeter Winnen

De topsporter is geen individu meer, maar een set data

Mijn oog viel op een necrologie van Peter Snell. Heel vaag zei de naam me iets. Toen ik begon te lezen werd de vaagheid iets minder vaag. Peter Snell was een atleet uit Nieuw-Zeeland die op de Olympische Spelen van Rome (1960) goud veroverde op de 800 meter. Vier jaar later op de Spelen van Tokio deed hij het dunnetjes over met winst op zowel de 800 als de 1.500 meter. Niet dat ik herinnering heb aan die wapenfeiten, ik ben van 1957 en las nog geen kranten in 1960 en 1964. Het staat allemaal in de necrologie.

Het kan niet anders dan dat die voor een atleet toepasselijke naam – het had een bijnaam kunnen zijn – voorbij is gekomen tijdens een Mexico-project van een zeer progressieve onderwijzer van mijn lagere school die het nodig vond om behalve over vulkanen en Maya’s iets te vertellen over de aanstaande Olympiade in Mexico-Stad van 1968. Sterker nog, de geschiedenis van de moderne Olympische Spelen werd een project op zich.

Ik leerde over de Ethiopiër Abebe Bikila die zowel in Tokio als in Rome goud had gewonnen op de Olympische oerdiscipline, de marathon. In Rome had hij dat nota bene gedaan op blote voeten. Op Blote Voeten. Hartstochtelijker dan mijn onderwijzer heeft niemand nadien de blote voet bezongen.

Ik had het toen nog niet zo in de gaten, maar terugkijkend zou ik hem als een terug-naar-de natuur-type willen omschrijven. Logisch eigenlijk dat hij minder aandacht had voor de prestaties van geschoeide goudhanen als Snell.

Goed, goudhaan Peter Snell is dood. Je zou hem de grondlegger kunnen noemen van de wetenschappelijke benadering van topsport. Althans hij was de eerste die zijn atletische lot in handen legde van de zoekende wetenschap. Hij onderwierp zich zonder reserve aan de trainingsschema’s van landgenoot Arthur Lydiard die als broos wetenschappelijk begin voorstelde niet botweg een jaar lang hard te lopen, maar om het jaar in te delen naar een piek met een variëteit aan trainingsvormen. Daarbij was rust, en dit was zeer revolutionair, een minstens zo bepalende activiteit was als uitsloverij.

De gouden medailles van Peter Snell in Rome en Tokio riepen bij andere atleten de vraag op: wij doen iets fout, maar wat?

Het is intussen 2020. Topsport zonder wetenschap is ondenkbaar. Zonder wetenschap kan een topsporter niet eens overleven. Bestaat de topsporter eigenlijk nog wel? Als individu, bedoel ik. In de praktijk bestaat hij uit een set data die hem definieert.

Met enige overdrijving durf ik te stellen dat de meet- en datamanie een nieuw, modern kastenstelsel heeft gegenereerd. Data bepalen de genade: wie voor een dubbeltje geboren is wordt nooit een kwartje. Topsport is een handeltje in data geworden. Alsof dat alles is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden