analyse WK turnen Stuttgart

De terugval van de Nederlandse turnploeg naar zorgen van weleer

De turnploeg stelde zwaar teleur tijdens de WK in Stuttgart. Op de Spelen van Rio in 2016 was Nederland nog een geacht turnland, maar daar is weinig meer van over.

Epke Zonderland en trainer Daniel Knibbeler lopen balend weg na een mislukte oefening. Beeld Klaas Jan van der Weij

De negentiende plaats bij de WK, een afgang van jewelste, een bloedbad voor ambitieuze gymnasten, lijkt de Nederlandse turners terug te voeren naar tijden van weleer. Niet zo diep in de magnesiumgroeve als in 2003, toen Nederland in Californië de 36ste plaats veroverde, maar wel een verrichting als in 2011, een vergelijkbaar preolympisch WK, dat zich in Tokio afspeelde.

Daar in Japan werd Nederland, in een uiterst onrustig klimaat met de keiharde Japanse hoofdcoach Sadao Hamada, negentiende. Dat resultaat paste dan weer naadloos bij de twintigste plaats van de WK 2007, in de Hanns Martin Schleyer Halle, de turntempel van Stuttgart.

Het waren de jaren dat Nederland slechts een enkel supertalent naar voren kon schuiven. Yuri van Gelder, de wereldkampioen van 2005, kon nooit op eigen kracht de Olympische Spelen halen. Epke Zonderland lukte dat wel, maar hij was eenzaam en alleen in Peking 2008 en zelfs in Londen 2012. Zo ontstond een jaar of acht, negen geleden het plan om de krachten te bundelen en met een team te pogen de olympische arena te enteren.

Voor de Spelen van 2016 kwam dat idee werkelijk tot wasdom. Nederland plaatste zich door op de WK van Glasgow (2015) elfde te worden en in de extra kwalificatieronde, het ‘testevent’ van Rio, die virtuele plaats te behouden. Het waren de jaren dat het mannenturnen ook door de buitenwereld uiterst serieus werd genomen en Zonderland, de olympisch kampioen van 2012, als de voornaamste sportman van Nederland werd beschouwd.

Daar is maandag, met de faliekant mislukte kwalificatie van de Nederlandse mannenploeg, niet direct een einde aan gekomen. Zonderland, 33 inmiddels, zal zich in de laatste tien maanden van zijn carrière ongetwijfeld nog een keer oprichten en de nooduitgang naar de Spelen van Tokio vinden.

De Fries, vorig jaar nog wereldkampioen, dient in de vier wereldbekertoernooien die op de kalender staan, de eerste eind november in het Duitse Cottbus, een derde zege te boeken, om het ticket bijna zeker in handen te krijgen. De vele losse einden aan dat scenario zijn overigens talrijk.

Meer zorg dan die voor de status van een sportman aan het eind van een roemrijke carrière is er voor de Nederlandse ploeg. Het ging mis in Stuttgart. En niet zo weinig ook. Was dat nodig geweest? Voorspelbaar? Logisch zelfs?

Pantser van zelfverzekerdheid

Vast staat dat de nationale ploeg zich na de zevende plaats van de vorige WK (in Doha, Qatar) te rijk gerekend heeft. Daar gingen 24 landen door naar de volgende kwalificatieronde: de WK van Stuttgart. Daar turnde Nederland vroeg in het schema en hoefde nooit naar het scorebord te kijken, zoals maandagavond in de Schleyer Halle wel gebeurde. Daar trad de nationale ploeg in de laatste kwalificatiegroep (‘achtste subdivisie’) aan en stond het vol onder druk. Tegenstanders hadden veel beter geturnd dan vooraf verwacht.

Het pantser van zelfverzekerdheid bleek van bordpapier. Gevalletje van overschatting van de eigen potentie, zeker met een niet fitte Zonderland in de ploeg. De beoogde twaalfde plaats, de drempel voor olympische plaatsing, raakte na toestel 4, de paardsprong, definitief uit zicht. Het team viel zichtbaar uit elkaar. Zonderland viel zelfs van de stok. Ergens onder het team lag de strijd tussen Casimir Schmidt en Bart Deurloo die wisten dat als hun teamkarwei zou mislukken dat de beste allrounder van hen naar Tokio zou afreizen. Deurloo won dat duel.

Er was in Duitsland duidelijk een gemis aan een inspirerende leider. Bram van Bokhoven volgde in 2016 de overleden Mitch Fenner op. De Brit was de coach die een enorme teamspirit wist te ontwikkelen. Hij kon, alsof hij een stel commando’s leidde, sporters wijs maken dat zij door een muur heen konden of zelfs over water konden lopen. Zo’n coach is de vriendelijke Van Bokhoven niet.

Hij stond maandag na de deceptie van Stuttgart vrijwel sprakeloos het slagveld te overzien. Dinsdag probeerde hij de zorgen te temperen voor het tijdperk na-Zonderland. Hij zag nieuw talent. Hij zag volhouders die het team na 2020 zouden dragen. Hij voorzag ook dat hij met zijn turnonderneming, met liefst acht coaches op de vier centra, op dezelfde (financiële) voet kan doorgaan.

Er is volgens Van Bokhoven ‘twintig jaar geïnvesteerd’. Dat gaat na één mislukt WK niet zomaar weggegooid worden. Hij wees voor het gemak maar op de ‘golfbeweging’ die elke sport bij tijd en wijle treft. Maar een droogte, ‘zo zou ik het niet willen noemen’, sprak de coach die in Stuttgart geen enkele turner in een finale ziet uitkomen. Dat was in 2003 voor het laatst zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden