Achtergrond Voetballiedjes

De stadion sing-a-long: waarom zijn voetballiedjes in de Premier League zo wijdverspreid en in Nederland een bijgerecht?

Hakim Ziyech van Ajax bedankt het publiek na afloop van de wedstrijd tegen Vitesse. Beeld Olaf Kraak

Virgil van Dijk (de beste verdediger van de Premier League) heeft een heus lied, Hakim Ziyech (de beste speler van de eredivisie) hoort alleen zijn naam galmen door de Arena. Voetballiedjes zijn in de Premier League een hoofdgerecht, in Nederland een side dish. Hoe zit dat?

‘Ziyech! Ziyech! Ziyech!’ De Arena schreeuwt de achternaam van de beste erediviespeler, Hakim Ziyech, hartstochtelijk als die zijn linkervoet weer eens laat toveren. Het vormt een schril contrast met de serenade die de beste Nederlandse voetballer, Virgil van Dijk, bij zijn club Liverpool krijgt.

Virgil van Dijk viert zijn doelpunt tegen FC Brighton & Hove Albion. Beeld Getty Images

‘He’s our centre-half, he’s our number 4, watch him defend, and watch him score, he’ll play the ball, calm as you like, he’s Virgil van Dijk, he’s Virgil van Dijk.’

Andere helden uit de eredivisie ­komen er al even bekaaid vanaf als ­Ziyech. Bij PSV worden de twee steraanvallers geëerd met precies dezelfde yell: ‘tutututu Donyell Malen/Steven Bergwijn’. Feyenoord-aanvoerder Steven Berghuis moest tot zijn lichte frustratie een poosje wachten op een eigen yell. Wat kwam er? ‘Stéééé-ven Berghuis!’.

Natuurlijk, in Groot-Brittannië zit zingen en dichten net zo in het dna verklonken als voetbal. Er zijn boeken vol spelersliedjes voor zelfs de matigste Engelse spelers.

De Mexicaanse supersub Javier Hernández, bijgenaamd Chicharito (‘erwtje’), kreeg er zelfs meerdere. Bij zijn eerste club Manchester United klonk op Let It Be van The Beatles: When I find myself in times of trouble, Chicharito scores for me, Javier Hernández, Little Pea / And when we need a striker, Sir Alex turns to him. Go out and get the job done! Little Pea /Little Pea, Little Pea, Little Pea. Little Pea. Javier Hernández, Little Pea.

Dirk Kuijt, in Nederlandse stadions toegezongen met een simpel ‘Dirrekie Kuijt olé, olé’, speelde jarenlang in Engeland. ‘Bijna elke speler heeft daar een liedje. Ik was lang the legend without a song, want op Kuijt is het lastig rijmen voor Engelsen’, vertelde hij destijds. Uiteindelijk klonk toch: ‘Kuyt ­fever, Kuyt fever, he knows how to do it’ ,op de melodie van Night ­Fever van The Bee Gees. Kuijt: ‘Supergaaf natuurlijk.’

Dirk Kuyt bedankt de meegereisde fans na de wedstrijd Arsenal-Liverpool. Beeld Getty Images

Arjan Swinkels is een van de weinige voetballers voor wie in Nederland uitgebreid gezongen werd. De verdediger met de kenmerkende krullenbol hoorde in zijn tweede ­seizoen bij Willem II vanaf de tribunes:

‘Oooh Arjan Swinkels, you are the love of my life. Oh Arjan Swinkels, I let you shag my wife. Oh Arjan Swinkels, I want curly hair too!!’ op de wijze van Can’t Take My Eyes off You van Gloria Gaynor.

Swinkels, nu spelend voor KV Mechelen: ‘Als iemand de moeite neemt om dat te bedenken en dat dan veel mensen dat voor je zingen, dan motiveert dat zeker.’

Veelgehoord excuus onder Nederlandse supporters voor het ontbreken van spelersliedjes: spelers blijven niet lang meer bij dezelfde club.

‘Liedjes over de club zijn populairder in de Kuip, dat is veiliger, de club blijft altijd,’ zegt Willem de Kam, fotograaf die zich graag mengt onder ­Feyenoord-fans.

Menno Pot, popjournalist, voetbalschrijver en Ajax-fan, constateert: ‘Er is wat gemakzucht de laatste decennia.’ Pot wijst op Frenkie de Jong, een publiekslieveling bij Ajax vorig seizoen en nota bene vernoemd naar de popgroep Frankie Goes to Hollywood, waarvoor nooit iets werd gezongen.

In de jaren negentig had elke ­Ajacied zijn lied of yell, herinnert Pot zich. Er kwam een wisselwerking op gang. Pas als een speler klapte, hielden de fans op met zijn (bij-)naam schreeuwen of zingen.

Alleen toenmalig doelman en ­huidig directeur Edwin van der Sar klapte niet. Pot: ‘We noemden hem ‘flappie’ vanwege zijn oren. Vond-ie niet zo leuk.’

Terwijl humor de kers op de taart is van het ideale spelerslied. Het liefst een beetje verhuld. Liever nog: een ­lading ironie.

Will Grigg’s on fire, your defence is terrified’ (op Freed from Desire van Gala) werd steeds populairder tijdens het EK 2016 doordat spits Will Grigg geen seconde speelde bij Noord-Ierland, het land dat sowieso geen ploeg had die de boel even in lichterlaaie kwam zetten.

Hier werkte de kracht van de herhaling in combinatie met zelfspot, een portie meligheid en openbare dronkenschap. Plus dat de tekst was ­bedacht door een fan van Grigg’s toenmalige club Wigan Athletic, die het lied aandoenlijk serieus voor zijn webcam had ingezongen.

Een aardig Nederlands voorbeeld is He’s here, he’s there, he’s fucking everywhere, Paultje Bosvelt, Paultje Bosvelt. Het geeft de eigenschap weer van de oud-middenvelder van Feyenoord om overal op het veld op te duiken. Maar ‘fucking everywhere’ kan natuurlijk verwijzen naar een onverzadigbaar ­libido.

Keeper Ed de Goey tijdens de Supercup Ajax - Feyenoord 2-1. Beeld Stanley Gontha

‘Say oeh ah Ed de Goey’ is een andere Kuip-klassieker. ‘Oeh’ en ‘ah’ kunnen worden opgevat als kreten van verrukking. Terwijl het voorkomen en de keepersstijl van De Goey eerder sjofel dan flitsend waren te noemen. Maar De Goey hield er wel een karrevracht ballen uit.

Feyenoord eert, zoals de meeste clubs, graag de cultheld. ‘Ie, Ie, Ie, Ie, Ie’, klinkt nu uit duizenden kelen als de matig getalenteerde Portugese verdediger Edgar Manuel Ié (spreek uit: Iejee) een kopduel wint. De Kam: ‘De beste man zal zich waarschijnlijk vertwijfeld afvragen wat er in hemelsnaam geroepen wordt.’

Matchwinnaar Andre Ooijer van PSV tijdens de uitwedstrijd in de Champions League voorronde tegen Dynamo Kiev 0-1. Beeld ANP

Iets soortgelijks lijkt bij PSV aan de hand. Icoon Mark van Bommel moest het doen met ‘jalalala Marrik van Bommel’, maar voor de Zuid-Koreaanse verdediger Lee klonk: ‘Wij hebben Lee en jullie nie’. Voor de uit ­Amsterdam afkomstige waterdrager André Ooijer werd zelfs een heel ­refrein bedacht:

André Ooijer Kwam uit het noorden vond het zuiden mooier Ja André Ooijer is een boer geworden De beste van al-le-maal, Ja ja André Ooijer (op: s Nachts na tweeën van de ­Havenzangers.)

Cody Gakpo va PSV tijdens de Eredivisie wedstrijd tegen FC Utrecht. Beeld BSR

Momenteel zijn de meeste gezongen woorden niet voor de blikvangers Malen, Bergwijn en Ihattaren, maar voor invaller Cody Gakpo. Geboren met een rood-wit hart/Eigen jeugd en eigen stad/ Cody Gakpo Eindhovenaar.

Het bewijst volgens Harrie Timmermans, voorzitter van de PSV supportersvereniging, dat er niet echt een wet is voor wie nou precies toegezongen wordt. ‘Dat Gakpo uit de buurt komt, vinden we wel leuk. Maar het is niet dat hij populairder is dan een ander. Soms loopt het zo.’

Topvoetballers als Cruijff, Keizer, Dillen, Van der Kuylen, Moulijn, Van Hanegem, Sneijder, Robben, Romario en Van Persie hadden geen lied. Of nou ja, er waren wel professionele liedjesschrijvers die iets op de plaat zetten (Gerard Cox, Johnny Hoes, Peter ­Koelewijn, Meindert Talma, Melvin), maar het stadion nam het meestal niet over.

Uitzonderingen daargelaten. Put Your Hands up for Pierre van Red & White Crowd werd geadopteerd door de ­Feyenoordfans. Zoals bij Ajax nu wel eens ‘Ik zet herres op die flank als David Neres’ in de Arena klinkt, afkomstig uit de rap Herres (dat ‘kapotmaken’ betekent) van Sevn Alias.

Bij PSV komen de grootste namen uit de clubgeschiedenis in het veelgezongen Heldenlied (‘Ohhh Fritsje ­Philips, Luuccie Nilis, Romarioooo.’) ­terug, dat thuis werd gecomponeerd door Mr. Jingles, het alias van PSV-fan Joost van de Ven. ‘Het is veel moeilijker om een heel lied gezongen te krijgen dan een één- of tweeregelige yell. Eén ding is onontbeerlijk: volume. Zorg dus voor een grote groep om je heen,’ doceerde Van de Ven in het Eindhovens Dagblad.

Leon Deckers van NAC-fanzine De Rat probeert op weg naar uitwedstrijden wel eens wat te verzinnen met vrienden. In het uitvak brengen ze dat dan ten gehore. ‘Dat is een soort repetitieruimte voor de thuiswedstrijden. Maar het moet eigenlijk spontaan ontstaan. Iemand roept iets, een ander verzint er iets bij en de rest herhaalt het. Idealiter op een wijs die niet in andere stadions klinkt.’

Jody Lukoki van Ajax tijdens de Champions League groepswedstrijd tegen Dinamo Zagreb. Beeld Getty Images

Ajax-fan en popjournalist Pot wijst op het belang van de naam. ‘Het moet lettergreeptechnisch net kloppen. Jody Lukoki was geen wereldvoetballer, maar had wel de perfecte naam.’

Aldus klonk op de televisietune van de clowns Peppie en Kokkie:

Toet toet boing boing Jody Lukoki Jody Lukoki wat een talent / kijk hem eens hard gaan / achter de bal aan Jody ­Lukoki wat een talent.

Donny van de Beek past precies op Baby Give It Up, de klassieker van KC & The Sunshine Band. Ajax-doelman ­André Onana heeft zowaar een tekstregel: Ona-na-na-na-na pakt alles wat-ie kááán (Leef van André Hazes jr.).

Daley Blind viert de winst tegen Real Madrid na de gewonnen Champions League wedstrijd. Beeld AFP

Daley Blind kreeg het liedje van zijn vader: Daley/Danny Blind wie kent ’m niet, Daley/Danny Blind (2x) is een echte Ajacied (‘Sinterklaas, wie kent ’m niet’ van Het Goede Doel).

Pot: ‘Bij Ajax werkt het wel zo: als het echt goed gaat, zoals nu, voedt dat de creativiteit.’

In mindere tijden wil een enkele keer een negatief lied voor een ­Ajacied aanslaan in de Johan Cruijff Arena, zoals voor de wat te veel op safe spelende Olaf Lindenbergh.

‘O! Wat ben je laf! O! Wat ben je laf! Zo laf ben je in jaren niet geweest, o laf, o laf! (‘Oh wat ben je mooi’ van Johnny Hoes en anderen).

Veel vaker zingen supportersgroepen beledigende liedjes over spelers van de tegenstander. Om uiteenlopende redenen kregen Rafael van der Vaart, Stefan Postma en Leonard Nienhuis er vaak van langs, altijd op de wijze van ‘de zak van Sinterklaas’ trouwens.

Zoals het er in Engeland aan toegaat, met bij sommige supportersgroepen zelfs een componisten- en tekstschrijversteam, is in Nederland ondenkbaar. Que si, que no que Luis Sinisterra voor onze behoorlijk wisselvallige aanvaller Sinisterra vind ik al heel wat,’ zegt Feyenoordfotograaf De Kam.

Misschien wel het meest spitsvondige lied in de Kuip was voor doelman Warner Hahn: ‘Kukeluku, Warner Hahn’, op de tune van televisieserie The A-team.

De Kam: ‘Hahn was een groot ­keeperstalent, maar redde het niet, net als Lucas Woudenberg, waar ook een goed lied voor was. Er was laatst een groepje dat iets origineels probeerde voor onze spits Nicolai Jørgensen, maar die raakte prompt in een vormcrisis. Misschien moeten we het gewoon niet meer doen.’

Bij NAC blijven ze volharden. Ook om de beroerde sportieve prestaties weg te lachen, zegt fan Deckers. Het allerbeste lied was wellicht voor back Kenny van der Weg, vooral bedreven in het in de weg ­lopen van zijn tegenstander. Eveneens op Baby Give It Up van KC & The Sunshine Band klonk in Breda: Waarom gaat die jongen niet ­opzij? Ken-nie van der Weg, Van der Weg, Kennie van der Weheg! 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden