De sportvereniging als eigentijds dorpsplein

Op drie plaatsen in Utrecht zijn woensdag leerlingen van de basisscholen onderworpen aan de zogenoemde Sportadviestest. Dat gebeurt op scholen uit wijken waar relatief weinig kinderen aan sport doen en daardoor kampen met de kwalijke effecten van de bewegingsarmoede....

De scholieren krijgen op grond van de test te horen welke sport het best bij ze past. Zij ontvangen een lijst van verenigingen in hun buurt waar ze die sporten kunnen beoefenen. In totaal doen 36 van de 50 aangeschreven Utrechtse scholen mee aan het onderzoek. Daarbij zijn 900 leerlingen, in de leeftijd van 10 tot 12 jaar, betrokken.

‘Het is een bijna Oost-Duitse aanpak’, zegt Hans Spekman, de voor sport verantwoordelijke wethouder in Utrecht ‘waarmee we willen bereiken dat meer mensen gaan sporten. Dat moet bij kinderen beginnen, daar maak je de breuk met het verleden.’

Spekmans Nijmeegse collega Paul Depla: ‘Mijn beleid is erop gericht dat sport geen elite-goedje wordt, sport moet van iedereen zijn. Mensen die van oudsher niets met sport hebben, moeten we de weg wijzen. Als we daarin slagen, is het beleid geslaagd.’

Verdeelde werelden bij elkaar brengen, noemt Depla de achterliggende filosofie van zijn gedachten. ‘De sportvereniging is een eigentijds dorpsplein waar mensen elkaar treffen en inspireren. Achter de vergadertafel kunnen we plannen bedenken en afspraken maken, maar als je niet uitkijkt, komen er steeds minder dorpspleinen en gaan we in plaats van samen te leven, steeds meer langs elkaar heen leven.’

Hij wijst op de ontwikkeling in zijn eigen stad. ‘Er ontstaat ongewild een scheidslijn tussen Nijmegen-Oost en Nijmegen-West. Een scheiding tussen kansarm en kansrijk, tussen wit en zwart, tussen wel en geen voorzieningen. Als je niet oppast, worden de tegenstellingen alleen maar groter. Ik wil de stad bij elkaar houden, daar sta ik voor.

‘En dat is ook waar de sport sterk is, want in principe voetbalt het zoontje van de dokter met dat van de metselaar en maakt het geen donder uit of je uit West of uit Oost komt: in het voetbalshirt is iedereen immers hetzelfde.

Wat de gedreven sportwethouder in de rol van bestuurder bedreigt, is wat hijzelf omschrijft als het gevecht om grond. ‘De neiging is groot om te zeggen: kijk eens hoeveel geld er in de grond zit als we op de plaats van de sportaccommodatie huizen kunnen bouwen. Zo winnen projectontwikkelaars het vaak van de sport.’

Bij de voetbalvereniging Hoograven komen de ideeën van Utrechts sportwethouder Hans Spekman over sport en ruimtelijke ordening samen. In die buurt wonende Marokkanen namen het initiatief tot de oprichting van een voetbalclub. Wat ontbrak was de ruimte. ‘Er staan huizen, er is een park en als je daar ook nog ruimte wilt creëren voor een voetbalveld, kost dat tijd, geld en wilskracht’, zegt Spekman. ‘Uiteindelijk hebben we gezegd: ‘Die ruimte is noodzakelijk. Dat is goed voor de wijk.’

SV Hoograven draait nu als een trein. ‘Een typisch voorbeeld van hoe het kan. Dit was een stadsdeel met problemen op het gebied van veiligheid en van spanningen tussen etniciteiten. De stad heeft het aangedurfd te investeren in een nieuw complex.

‘Het gevoel van veiligheid komt terug, mensen hebben weer een plaats waar ze elkaar kunnen aanspreken. Er is een prachtige samenwerking met de korfbalclub die daar ook huist. Er is veel werk aan besteed, maar de jongeren bewijzen dat het werkt.’

Hoograven is niet uniek, in andere wijken van de stad wordt sport op dezelfde manier ingezet als bindende factor. Spekman: ‘Je ziet het voortdurend: de mensen zijn hartstikke trots op de buurtclub.

‘De sportvereniging blijkt dan ook meer te zijn dan een sportvereniging. Er ontstaat een band met welzijnsorganisaties en met scholen. In de uitwerking kun je redelijkerwijs niet verwachten dat die rol vervuld wordt door alleen vrijwilligers. Via de zogenoemde Buurt Onderwijs en Sport-projecten proberen we nu leerkrachten in te zetten bij zowel sportverenigingen als scholen.

‘Met sport kun je op de natuurlijkste wijze maatschappelijke veranderingen tot stand brengen. Professionalisering van het welzijnswerk weegt niet op tegen wat sport vermag. Ik heb respect voor de onlangs verschenen sportnota, ik begrijp alleen niet waarom het ministerie van ruimtelijke ordening (VROM) niet wat slimmer op de huidige situatie en samenwerking van departementen inspeelt. Co-financiering van sportvoorzieningen in de steden door het ministerie leidt tot meer resultaat.

‘Onderwijs, dat het verplichte gymuurtje wil afschaffen, en VROM laten kansen liggen. Deze verkokering was er vroeger ook, maar maatschappelijke problemen kunnen soms niet door één sector worden opgelost; de samenwerking kan veel effectiever.

‘Dikke kinderen zijn een probleem van gezondheidszorg. Vroeger ging er een foldertje de deur uit met de waarschuwing: eet niet te veel. Maar de sport blijkt, als katalysator van de nieuwe aanpak, effectiever.’

Depla waarschuwt voor het politiseren van de sport. ‘Twee jaar geleden had ik het idee dat de maatschappelijke waarde van sport totaal niet werd erkend door de overheid, nu is dat anders geworden.

‘Binnen de kortste keren is sport een instrument geworden voor andere doelstellingen, terwijl mensen in de eerste plaats sporten omdat ze het leuk vinden. Natuurlijk zitten er veel positieve aspecten aan sport. Maar als ik bij een voetbal- of basketbalclub tegen bestuurders zeg: fijn dat jullie aan maatschappelijke integratie doen , zeggen ze: fuck you, ik ben geen welzijnswerker, ik doe dit omdat ik het leuk vind kinderen te zien sporten.

‘Het gevaar is bovendien dat de sport straks door de politiek wordt afgerekend. Zo van: ‘Hoeveel allochtonen heeft u op de ledenlijst? Zo weinig? Dan integreert u onvoldoende en krijgt u strafkorting.’

De kwaliteit van accommodaties én de kracht van de sportvereniging zijn de pijlers in het beleid van beide wethouders. Depla: ‘Mensen gaan sporten als ze bij een goed georganiseerde vereniging terecht kunnen, waar ze bovendien niet bang hoeven te zijn voor een legionella-besmetting.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden