ColumnWillem Vissers

De sportparadox van Nederland: hele podia zijn al volgestouwd met oranje

Willem Vissers Beeld de Volkskrant
Willem VissersBeeld de Volkskrant

Bij het EK vaccineren, toen onze regering na bijna een jaar trainingskamp een topprestatie moest leveren, waren we in de eerste ronde uitgeschakeld. Kansloos. Prikje hier, prikje daar. Gaap. Niet gepiekt toen het moest. Ze denken dat het geen wedstrijd is, dat vaccineren. Fout: dat is het juist wel. Snel en goed, is de gevraagde prestatie. Wij, het volk, kijken kritisch toe op barstensvolle tribunes, met een ratel in de hand.

Dan de paradox. Wij zijn de coronakampioenen van de topsport. Hele podia zijn al volgestouwd met oranje. Jazeker, het gebeurt vaak in sporttakken waarin we altijd al goed waren, zoals schaatsen en door de prut fietsen, maar toch: bij EK’s schaatsen, onlangs, stonden vier winnaars op de schavotten, geflankeerd door meer oranje. Optimaal geprofiteerd ook van de hal waarin het schaatsen een winter te gast is.

Veldrijden voor vrouwen. Alles oranje, met een podium van Bordewijk: Brand. Worst. Betsema. Mannen: Van der Poel verslaat Van Aert in de eeuwige tweestrijd. Atletiek: geweldige tijden van de gracieus lopende Femke Bol en Lieke Klaver, die records van diep uit de vorige eeuw verpulverden.

Het is alsof de individuele sporters, in hun bubbel, baat hebben bij corona. Of dat ze in virustijden beter trainen dan hun buitenlandse rivalen. Daar tegenover staat de breedtesport, de teamsport vooral. Althans, wat daarvan over is. Zaterdag hadden we op de voetbalclub weer zo’n onderling toernooitje met onze jongens, die nog geen 18 jaar zijn en daarom tenminste nog samen mogen trainen (ja, we zijn dankbaar). Het was het 634ste toernooitje sinds de sluiting van het land, want we mogen zelfs niet meer naar andere dorpen vanwege de reisbewegingen.

Het is net als met het onlineonderwijs. Het biedt geen uitdaging meer. Tussen het gamen door een paar lesjes volgen. Apathie alom. En dan dat toernooitje. Zeker de beteren zijn er helemaal klaar mee. De trainers verdelen ze zo eerlijk mogelijk over de minderen, maar ze gaan op elkaar letten, die beteren. Beetje kloten, beetje puber zijn, beetje pootje haken. Nooit hoor je wanneer het weer kan, teamsport beoefenen in competitieverband. Wie weet, komen er nog allerlei varianten van het virus aan, en blijft het zo nog tijden voortduren. Een restje competitie deze jaargang, het lijkt een kansloze zaak. Weer een seizoen voorbij.

We vergapen ons aan de bubbel van bevoorrechten onder de sporters. We verbazen ons over het salaris van Lionel Messi van 555 miljoen in vier jaar. Hoe goed hij ook is, het is een pervers bedrag. Het is symbolisch voor het groeiende verschil tussen de bubbel van topsporters en de wegkwijnende breedtesport.

Wat vroeger gezond was, dat zei men tenminste, is gemarginaliseerd door de regering. Een regering die, toen ze zelf één keer in de top moest eindigen, bij het officieuze EK vaccineren dus, volledig faalde. De leiders hadden zelfs alle accommodaties van de breedtesport mogen gebruiken voor hun vaccinatieprogramma, want die stonden toch leeg. Maar nee hoor. In de eerste ronde kansloos uitgeschakeld, verzopen in de bureaucratische prut van onkunde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden