ColumnWillem Vissers

De sport verzaakt in het waarborgen van veiligheid en dat is schandalig

Tranentrekkers genoeg, afgelopen week. Fabio Jakobsen, gelanceerd naar het ziekenhuis door de onverantwoorde sprint van Dylan Groenewegen, waarna de dader ook slachtoffer bleek.

Ik was bang dat Jakobsen zou sterven, toen hij in coma lag. Met de overleden shorttracker Lara van Ruijven in het achterhoofd was de indruk van de dood te vers. Niet alles komt goed. Hoe is dat toch mogelijk, dacht ik, dat zijn ouders hem de naam Fabio gaven, naar de in 1995 door een val overleden Fabio Casartelli, en dat hem misschien hetzelfde overkwam.

Jakobsen overleefde, ondanks schrikbarende verwondingen. Dan Dylan Groenewegen, dader annex slachtoffer. Tijdens een interview van de NOS durft verslaggever Gio Lippens stiltes te laten vallen. De beeldbuis is gevuld met verdriet in oervorm. Met de wijsvinger wrijft Groenewegen langs zijn lippen, alsof hij woorden zoekt. Zo’n populaire jongen, een sprintende zonnestraal, en dan zo doordrenkt van verdriet en spijt, al is hij al tot de sportieve dood veroordeeld door de empathielozen.

Want wie een fout maakt in het leven, moet hangen. Zeker, hij is dom geweest. In zijn levensdrang naar winst maakte hij een fout, door van zijn lijn af te wijken. Nu kan hij relativeren. Relativeren lukt vaak pas vanaf het moment dat iets vreselijks is gebeurd. Wie als topsporter immers te veel relativeert, wint geen wedstrijd. Het is een weeffout van de sport, waarin de nadruk te veel op winnen ligt.

Er is meer. Zo’n sprint in Polen, op een dalende weg, met zoveel snelheid, mag gewoon niet voorkomen. Dat is de ware misdaad. Een pak wielrenners met tachtig kilometer op een streep laten afdenderen en dan een paar hekken neerzetten die slechts passen in het gevaarloze graslandschap van de Teletubbies.

Begin eens met het creëren van een veilige omgeving. Louis van Gaal sprak daarover al toen ik nog een jonge verslaggever was. Een veilige omgeving was het belangrijkst van alles, bezwoer hij. Wat zijn voetballers buiten de poorten uitspookten, kon hij niet controleren. Bij de club wel.

Die veilige omgeving is intens belangrijk, binnen het gezin, in het verkeer, op de werkvloer. En uitgerekend in de sport, begonnen om lol, om een paar uur weg te dromen in zorgeloosheid, is die bescherming verdwenen. Zo’n sprint is pure idioterie. Wielerliefhebbers verdrinken bijna in romantisch denken over hun sport, maar die sport is gemiddeld gesproken onveilig bij de profs. Te grote pelotons, geen of slechte afrasteringen, opdringerig publiek (nu even niet), te zware wedstrijden in grote hitte. En dat moet allemaal zonder doping.

Of neem anders de ‘veilige’ omgeving in het turnen, met de ene na de andere onthulling van vrouwen, meisjes vaak, die zijn overgeleverd aan corrigerende handen van mannen, meestal mannen, die ze tot 30 uur per week laten trainen om misschien de Olympische Spelen te halen. Zonder die 30 uur ben je kansloos tegen China en Oost-Europa. Alarmerende rapporten over intimidatie en angst zijn in Nederland lang in bureauladen blijven liggen. Dat de turnbond andere prioriteiten stelde dan de veilige omgeving voor beschadigde jonge sporters, is onvergefelijk. De sport verzaakt dan op grote schaal. Dat is schandalig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden