De spits die ook kunstenaar kon zijn

Als voetbal een jurysport was, was Dennis Bergkamp behangen met goud. De aanvaller van Arsenal (37) zwaait af met de finale van de Champions League tegen Barcelona....

Zou Dennis Bergkamp mijmeren over de finale van de Champions League? Natuurlijk doet hij dat. Een droomsuggestie: hij die nooit meer wenst te vliegen, rijdt op maandag 15 mei 2006 met zijn chauffeur via de Kanaaltunnel van Londen naar Parijs. Hij leest op de achterbank een boek over psychologie.

Bergkamp is net 37 jaar en de finale tegen Barcelona is zijn laatste grote wedstrijd, na elf jaar Arsenal. Hij is het oneens met trainer Arsène Wenger, maar hij vermoedt al dat hij reserve staat.

Op woensdag de 17de, in de zinderende slotfase bij de stand 1-1, na doelpunten van Ronaldinho en Henry, valt hij in. Hij kijkt naar de klok, die 81 minuten en 23 seconden aangeeft. Beetje laat.

Maar opeens is daar zijn moment, in de 88ste minuut. Cesc Fabregas speelt onmiddellijk diep als Bergkamp met zijn linkerhand een seintje geeft en gelijktijdig wegsprint. Het is een pass zoals Wim Jonk die vroeger gaf. Halfhoog, juiste snelheid. Puyol is iets te laat, doelman Valdes realiseert zich wat hem gaat overkomen: de lob van Bergkamp valt over zijn graaiende handen, net onder de lat.

Dennis Bergkamp wint in zijn laatste belangrijke duel – op 22 juli volgt nog zijn huldigingswedstrijd tegen Ajax in het nieuwe stadion van Arsenal – de prijs in het clubvoetbal die hij het meest begeert. Het stadion van de finale staat trouwens buiten Parijs, in Saint-Denis.

Heilige Dennis.

Dennis Bergkamp zwaait af en hij verdient een Oscar voor zijn doelpunten. Vrijwel nooit waren het intikkers of gelukjes. Bekijk tientallen van zijn doelpunten en je ziet handen van ongeloof of verbazing voor mond of ogen, bewonderende knikjes van tegenstanders of juist woedende reacties, omdat ze er toch weer zijn ingetuind. Ploeggenoot Van Persie zei onlangs: ‘Als ik zin heb in mooie goals, zet ik zijn dvd op.’

Over Dennis Bergkamp valt veel te zeggen: dat hij weleens een belangrijke wedstrijd miste bijvoorbeeld. Toen Ajax de UEFA Cup won in 1992, was hij ziek. En tijdens de finale om de FA Cup van 1998 en in de kampioenswedstrijd van dat jaar was hij geblesseerd.

Je kunt ook stellen dat hij geen echte leider was, maar dat interesseerde hem geen zier. In de strijd tussen de artisticiteit van de aanvaller en de destructiedrift van de verdediger kon hij intens gemeen terugslaan. In de achtste finales van het WK in 1998 ging hij op de rug van de Joegoslaaf Mihajlovic staan. Maar zo intimiderend als Van Basten was hij niet.

Hij hield niet van poespas en was het liefst met zijn gezin. Zijn vliegangst heeft hem zonder meer Europese roem gekost. De schrijver Alex Fynn, in een boek over zijn club Arsenal: ‘Een trainer die per se de Champions League wil winnen, kan zijn team niet formeren rond een persoon met vliegangst.’

Bergkamp was beschaafd als weinigen in het voetbal. In het jubileumboek van Ajax: ‘Mijn vader speelde bij Wilskracht SNL en mijn twee oudere broers ook. Aanvankelijk leefde bij ons het idee dat Ajax een club van bontjassen was, een beetje een patserige club. Er deden verhalen de ronde als zou er bij de Ajax-jeugd in de rust geen thee worden geschonken wanneer het elftal achterstond.’

Zo beschaafd dus. Als Bergkamp de tabloids verleidde om de pagina te verlekkeren met chocoladeletters, was dat om een doelpunt onder de aandacht te brengen. Was voetbal een jurysport geweest, dan was Bergkamp behangen met goud.

Voormalig spits Youri Mulder: ‘Hij maakte wonderbaarlijke doelpunten, met een extreme moeilijkheidsgraad.’

Dit verhaal gaat vooral over die doelpunten. Marco van Basten wordt meestal vereenzelvigd met de zwieplob in de EK-finale tegen de Sovjet-Unie in 1988 en de omhaal tegen Den Bosch. Van Nistelrooij scoort bijna altijd van binnen het strafschopgebied. Bergkamp was vooral schaduwspits, die het liefst wegbleef van het geweld rond het doelgebied en toesloeg na een inval van genialiteit. Hij scoorde dus vrijwel nooit met het hoofd en bijna altijd met rechts. Zijn linkerbeen hielp hem zijn plannen uit te voeren. Kappen, bal goedleggen.

Zijn treffers haalden lyriek boven bij verslaggevers. Hij heeft drie benen, schreef iemand. Van great goalscorer werd hij scorer of great goals. Hij had oog voor tijd en ruimte en de specialiteit van huize Bergkamp was de lob, of de stiftbal. En dan niet de gemakkelijke lob, de bal die lekker opstuit terwijl de doelman te ver voor het doel staat. Nee, de lob vanuit de lucht, of van de grond getrapt door de voet onder de bal te zetten.

Zo’n doelpunt viel in januari 1993 in De Meer tegen Vitesse. Het tijdsbeeld van toen: Bergkamp was de beste voetballer van 1992 geweest. Twee weken later tekende hij voor Internazionale, voor twee seizoenen waaruit vrijwel niemand zich zijn doelpunten herinnert.

Hoe anders is dat met die treffer tegen Vitesse. ‘Oh ja’, zegt Remco, die tijdens de zoektocht naar Wim Jonk de telefoon aanneemt bij Volendam, ‘dát doelpunt’. Natuurlijk was Wim Jonk de aangever, de man met wie Bergkamp een telepathische verhouding had. Jonk: ‘Ik zie hem vertrekken. Het was een rechtdoor-pass. Die is veel moeilijker te geven dan een bal van de zijkant. Dennis nam de bal in de kleine ruimte voortreffelijk aan.’

Bergkamp plukte de bal met rechts uit de lucht. Van zijn wreef stuitte de bal een beetje naar de rechterflank. Als je de beelden bekijkt, denk je: jammer, iets te ver uit de richting. En Raimond van der Gouw staat niet eens zo ver voor het doel. Maar dan lobt Bergkamp de bal over de doelman, subtiel, met de binnenkant van de voet. Van der Gouw is oprecht woedend. Laamers, Bergkamps bewaker, wordt even later door trainer Neumann uit het veld gehaald.

Van der Gouw over zijn dilemma van toen: ‘Als keeper moet je een beetje speculeren. De pass had iets te ver kunnen zijn, dan moet je er bovenop zitten. Dennis had de bal kunnen aannemen en vervolgens naar de grond kunnen brengen. Dan was ik kansrijk geweest. Maar de aanname was perfect en de afwerking ook.’ Jonk: ‘Zo maak je ze niet elke week. Zo’n fantastische aanname, en de bal vanuit de lucht zo over de doelman, dat is kunst.’

Op zo’n moment is berusting op zijn plaats. Van der Gouw: ‘Dit was pure klasse, een technisch hoogstandje. Het is geen schande op deze manier je meerdere te erkennen in Dennis Bergkamp. Gelukkig heb ik later een keer van hem gewonnen, met Manchester United op Highbury.’

Bergkamp heeft zoveel schitterende treffers gemaakt, de beroemdste tegen Argentinië, op 4 juli 1998, in de kwartfinales van het WK in Frankrijk. Hij leek rijp voor een wissel, maar toen kwam zijn moment: pass Frank de Boer, aanname in de lucht, kappen, schieten.

De term schaduwspits was geknipt voor Bergkamp. Hij was trouwens niet de eerste bij Ajax.

John Bosman: ‘Marco van Basten speelde op een gegeven moment in de spits en ik achter hem. Of Aron Winter, als we iets verdedigender waren. Marco zelf is een tijdje schaduwspits achter mij geweest, maar toen ging ik te veel scoren, haha. Hij zei toen: ík ben spits, klaar. Dennis vulde dat later anders in. Hij was meer aanvaller dan verdediger.’

Bosman herinnert zich al die geweldige lobjes. ‘Dennis was zo in balans, zo snel en één met de bal.’ Op Wembley, tegen Engeland, versloeg Bergkamp doelman Woods op geniale wijze. Bosman: ‘Ik trok het gat, hij liep erin en tikte de pass van Wouters in één keer door. Dat gaat op intuïtie. Het gebeurt vaak in een opwelling en het lijkt simpel. Het is supertechniek die je niet vaak ziet. Ik was best een aardige voetballer, maar hij was een klasse beter. Met bepaalde eigenschappen van hem had ik tien jaar in Italië gespeeld.’

Michael Mols, spits van ADO Den Haag, speelde in het begin van zijn loopbaan een paar keer met Bergkamp in Ajax 2: ‘Ik was nog aan het knikkeren, als het ware. Het lijkt alsof het makkelijk is wat hij doet. Nooit met kracht, altijd elegant. Nooit echt vechten. Techniek, souplesse. De eerste aanname was perfect. Altijd lag de bal meteen panklaar. Ik weet hoe moeilijk dat is, maar hij deed dat op een nog hoger niveau.’

De aanname was in feite zijn geheim. Daarin zette hij de tegenstander op achterstand, in een spel dat draait om tienden van seconden. Youri Mulder: ‘En hij was specialist in die stiffies vanaf zestien, zeventien meter. Boogballetjes, frontaal voor het doel. Ze waren nog moeilijker dan de diagonale lob, zoals Cruijff die tijdens zijn rentree bij Ajax tegen Haarlem maakte. Een spits als ik dacht soms bij een schietkans: hé, effe lekker rossen. Hij was alweer een paar stappen verder. Maar over jezelf heb je het gevoel dat je bijzonder bent op je eigen manier. Daar heb je je hele leven vrede mee.’

Onlangs, tijdens Bergkamp Day, scoorde de naamgever van het feest als invaller op typerende wijze tegen West Bromwich Albion. Zo’n geschepte bal, geplaatst, ogenschijnlijk zonder krachtsinspanning getrapt. Mulder: ‘Je zag dat hij liep te zoeken naar dat lobje. Dat is het mooie van hem. Het gaat hem ook niet om de hele glorie van de topvoetballer. We weten zelfs niet precies om welke glorie het hem wel te doen is.’

Johan Cruijff zei in een documentaire: ‘In één beweging kan hij bijna alles doen. Dat is superieure techniek.’ En Bergkamp zelf, op een dvd met 100 Arsenal-doelpunten: ‘De eerste aanraking moet goed zijn, soms perfect.’

Faas Wilkes, levende legende van het Nederlandse voetbal: ‘Het lijkt of goede voetballers sommige dingen slapend doen, zo gemakkelijk gaat het ze af.’ Wilkes raakte op 4 juli 1998 zijn doelpuntenrecord in Oranje kwijt aan Bergkamp. ‘Zo hoort het. Records zijn er om gebroken te worden. Bergkamp pakte mijn record en Kluivert nam het weer van hem over.’

Bergkamp is nog steeds nationaal topschutter in eindtoernooien, met tien treffers. Op de dvd zegt hij, vlak voor de ontmoeting met Ajax in 2003: ‘De Champions League winnen, dat is mijn ideaal.’

Woensdag heeft hij zijn laatste kans, in Saint-Denis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden