De Sjiem leidt, Dubbeldam volgt

Onderuitgezakt in een luie stoel zat Jeroen Dubbeldam gistermiddag na zijn ietwat mislukte act in het zondagse hoofdnummer van Indoor Brabant een beetje de somberman uit te hangen....

Ook gistermiddag, in het gevecht om wereldbekerpunten, zag de springruiter uit Ootmarsum zich andermaal in zijn bange vermoeden bevestigd dat een paard geen machine is. De Sjiem is, zoals hij tijdens de Spelen van 2000 nogal opzichtig demonstreerde, tot de sterkste springstaaltjes in staat, maar lang niet altijd en eigenlijk alleen maar op de dag en op het uur dat het zijne majesteit schikt.

Daarom moest de olympisch kampioen een tikkeltje cynisch lachen toen hem na afloop de vraag werd gesteld of hij vorderingen maakt op het olympisch traject naar Athene. Wat nou, olympisch traject, counterde Dubbeldam. 'In dit vak heb je geen trajecten. Eigenlijk kan ik me nergens op richten. Het enige wat mij te doen staat is mijn paard volgen. De Sjiem geeft aan wat ik doen moet en dan is het vervolgens aan mij om die signalen op te vangen en er iets zinnigs mee te doen.'

Wat Dubbeldam nog enigszins vermocht op te beuren was dat hij niet de enige was die vastliep tussen de twaalf vervaarlijk ogende hekwerken waarmee de parcoursbouwer van dienst de piste had opgetuigd. Het regende springfouten en het eigenaardige daarbij was dat vrijwel ieder lid van de twaalfkoppige Nederlandse afvaardiging een substantiële bijdrage leverde aan het Bossche foutenfeest.

Toen de balans eenmaal was opgemaakt bleek dat slechts Eric van der Vleuten zich verzekerd mocht weten van een startbewijs voor de finale in Milaan en dat het, met nog maar één kwalificatiewedstrijd voor de boeg (over twee weken in Göteborg), kantjeboord zal worden voor Wim Schröder en Dubbeldam.

Nog een reden had Dubbeldam in Den Bosch om de toekomst ietwat melancholiek te beschouwen. Hij zag met eigen ogen dat het dringen wordt aan de nationale top en dat zelfs hij, de olympische held, moet vrezen dat talentvolle jongeren als Gert-Jan Bruggink, Leopold van Asten en Harrie Smolders zijn positie zullen bedreigen en met alle plezier met hem in de slag willen om een plaats in de olympische ploeg.

Gert-Jan Jozef Bruggink keerde zaterdagavond laat ineens terug in de top met zijn favoriete viervoeter Joël. De 23-jarige TH-student excelleerde in de Grote Prijs van de provincie Brabant, pakte de hoofdprijs, zeven mille en een dikke Duitse auto, en stal het hart van bondcoach Romp met zijn sublieme optreden in de barrage.

Gistermiddag was het vervolgens de beurt aan Leopold van Asten om zich weer eens in de kijker te rijden. De 27-jarige stilist uit Duizel, kopman van het VdL-team, onttrok zich aan de malaise door zich als enige van het nationale twaalftal te plaatsen voor de finale van het gevecht om wereldbekerpunten. Het sierde de Brabander dat hij in de barrage alles uit de kast haalde en met Think Twice maar net naast het podium belandde. Daarop stond uiteraard een oude bekende te gloriëren, de Duitse alleswinnaar Ludger Beerbaum, met naast zich de Fransman Broucqsault (eenhonderdste seconde te traag in de barrage) en de onverslijtbare Franke Sloothaak.

Van Asten kon er niet rouwig om wezen dat hij maar net buiten de prijzen was gevallen. Hij had met zijn vierde plaats, zo zei hij, toch maar mooi het bewijs geleverd dat hij nog altijd op hoog niveau presteren kan, als het moet op olympisch niveau zelfs, ook al mist hij de privileges die de grote jongens in de nationale selecties genieten. 'Beter kon ik niet. Ik wilde gecontroleerd rijden en absurde risico's vermijden.' Van Asten werd toch nog beloond: hij verdiende met zijn vierde plaats zoveel wereldbekerpunten dat de Milanese finale gloort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden