Europees KampioenschapKunstrijden

De schoonheid van rondvliegen boven het ijs

Kunstrijders zijn in het schaatsgekke Nederland onbekend en vaak onbemind. Daarin hopen Michel Tsiba en Daria Danilova verandering te brengen. Het paar komt uit voor Nederland.

Daria Danilova en Michel Tsiba tijdens de Finland Trophy, 12 oktober 2019.Beeld EPA

Voor het eerst in 24 jaar staat er woensdag weer een Nederlands paar op het Europees kampioenschap kunstrijden. In het Oostenrijkse Graz komen Michel Tsiba (22) en Daria Danilova (17) samen op het ijs. ‘Het paarrijden was een beetje uitgestorven in Nederland’, zegt Tsiba. ‘Het is mooi dat de sport weer aan het bloeien is.’

Omdat ze in Berlijn trainen, doet Tsiba zijn verhaal via Facetime. Zijn partner Danilova zit naast hem. Hij vertaalt, want de jonge Russin spreekt geen Nederlands. Ze is bezig om het te leren. Tsiba, die in Groningen werd geboren  en in Zandvoort opgroeide, spreekt Russisch. Hij is tweetalig opgevoed door zijn Russische vader en Oekraïense moeder.

Tsiba leerde Danilova indirect kennen toen hij een seminar volgde in Berlijn, de stad waar hij sinds enkele jaren traint. De trainer van Danilova was op dezelfde bijeenkomst en hoorde daar dat Tsiba, die op dat moment nog solorijder was, een partner zocht.

Sprongen

Hij had geprobeerd om solo door te breken, maar heeft het lichaam er niet voor. ‘De toptien van de wereld bij de mannen zijn allemaal kleine mannetjes van maximaal 1.75 meter. Ik ben 1.83, weeg 82 kilo en ben wat breder in de schouders.’ Het beperkt hem in zijn sprongen. ‘Voor viervoudige sprongen ben ik te massief, ik kom tot een triple. Ik heb meer potentie in het paarrijden.’

Danilova, die als 3-jarige al op de ijsbaan in Moskou stond, had al langer een zwak voor het paarrijden. ‘Ze vindt het mooi om rond te vliegen, dat ze omhoog wordt gehouden, en om samen met iemand te rijden’, vertaalt Tsiba. En ja, ook zij heeft haar postuur mee. Ze is klein (1.53 meter) en licht.

Bij de gezamenlijke kür komt het veel meer aan op coördinatie en op kracht dan op sprongen. En kracht heeft Tsiba te over. ‘Je houdt toch zo’n 50 kilo boven je hoofd.’ Daarbij is de synergie tussen beide schaatsers van groot belang.  Paarrijden is fysiek zwaarder dan ijsdansen, dat meer weg heeft van stijldansen en minder lang de olympische status heeft: 1908 om 1976.

Ze hebben een goede klik, vertellen ze. Een obstakel is dat Danilova nog de Russische nationaliteit heeft. Dat staat deelname aan wedstrijden voor Nederland niet in de weg, maar is wel onhandig als het op visa aankomt. Tsiba mag als EU-burger maximaal negentig dagen per half jaar in Rusland verblijven, voor Danilova geldt hetzelfde maar dan andersom. Dus pendelen ze elke drie maanden heen en weer tussen Moskou en Berlijn. Pas als ze zich plaatsen voor de Olympische Spelen zal Danilova proberen een Nederlandse paspoort te krijgen.

Daria Danilova en Michel Tsiba tijdens de Finland Trophy, 12 oktober 2019.Beeld EPA

Tsiba begon ook vroeg met kunstrijden, als 7-jarige. Het was niet altijd gemakkelijk als jongen om kunstrijder te zijn. Zijn leeftijdsgenoten begrepen zijn sport niet. Ze dachten aan dansen op het ijs, aan ballerina’s en meer dan eens werd hij voor homo uitgemaakt.

De ernst van die ervaring moet niet worden overdreven, vindt hij. ‘Ja, ik ben ermee gepest. Ik heb gevochten, mezelf verdedigd, maar het waren grapjes. Kinderen zijn nu eenmaal gemeen tegen elkaar. Ik heb er niets aan overgehouden. Het heeft me sterker gemaakt.’

Kunstrijders zijn in Nederland onbekend en vaak onbemind. Dat Sjoukje Dijkstra in 1964 de eerste Nederlander ooit was die olympisch goud veroverde bij de Winterspelen, heeft daar weinig aan afgedaan. Het hardrijden, zoals het onder kunstrijders steevast genoemd wordt, is koning in Nederland.

Tsiba hoopt er met goede prestaties verandering in te brengen. ‘Het is fijn om mensen de sport te leren kennen. Dat ze het ook gaan bewonderen om het atletische deel. Het is een complexe en moeilijke sport.’

Jaloezie

De onbekendheid in eigen land zorgde lang voor een soort jaloezie onder de kunstrijders. Ook Tsiba viel eraan ten prooi. Als puber keek hij naar Sven Kramer, het geld dat hij verdiende, naar de auto waarin hij reed. ‘Ik was Nederlands kampioen en hij was Nederlands kampioen, dacht ik dan, maar ik moest alles zelf dokken.’

Dat gevoel was onterecht, zegt hij nu. Hij ging eraan voorbij dat het niveau van het kunstrijden in Nederland mager was. Als Nederlands jeugdkampioen mocht Tsiba naar zijn eerste internationale wedstrijd. Hij eindigde als laatste, ‘echt ver onderaan’. ‘Veel mensen mopperden om wat de hardrijders kregen, maar we dachten er onvoldoende over na waarom dat was. We vergaten dat Kramer ook olympisch kampioen was.’ 

In Rusland is het beeld compleet anders, vertelt Danilova. ‘It is big. Very famous.’ En vervolgt in het Russisch: ‘In Rusland is kunstrijden heel populair. Zoals het hardrijden bij jullie.’ Om nu voor Nederland uit te komen vindt ze mooi, vertaalt Tsiba. ‘Het was al een land waar ze graag naartoe zou gaan. En nu ze er geweest is, houdt ze echt van Nederland. En ze vindt het een uitdaging om met mij het Nederlandse kunstrijden naar een hoger niveau te tillen.’

Voor de EK, die woensdag met de korte kür begint, zijn de verwachtingen van beiden niet al te hoog gespannen. Het is voor het eerst dat ze een internationaal titeltoernooi rijden. Ervaring opdoen is het devies. Danilova: ‘Het belangrijkste is dat we kalm blijven. Doen wat we in trainingen doen. Take it easy.’

Naast Tsiba en Danilova doen nog twee Nederlanders mee aan het EK. Niki Wories (23) rijdt bij de vrouwen voor de derde keer mee en bij de mannen staat Thomas Kennes (23) voor de vierde keer op de Europese titelstrijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden