Analyse Sven Kramer

De rug van Sven Kramer blijft een pijnpunt

In november ging het mis. De 5 kilometer van Sven Kramer ‘deed zeer om te zien’. Oorzaak: zijn rug. Vorige week bij een testrace over 3 kilometer danste hij bijkans weer door de bochten. Hoe zal het vanavond gaan bij de NK afstanden?

Sven Kramer wordt bij de kwalificatie voor de wereldbeker in Thialf slechts zevende op de 10 km. Beeld ANP

Als Sven Kramer vrijdagavond van de start gaat op de 5 kilometer van de NK afstanden, is hij er allerminst zeker van dat zijn lichaam doet wat zijn hoofd wil. Zijn onwillige rug zit hem in de weg. Of zoals hij het zelf zei, in aanloop naar het toernooi: ‘Normaal was het de vraag met hoeveel voorsprong ik zou winnen. Nu is het de vraag: hoe houd ik de boel heel? Dat is een andere mindset.’

Plaatst hij zich via de NK afstanden niet voor de EK afstanden en WK afstanden later dit jaar, dan is zijn seizoen zo goed als voorbij, al houdt hij dan nog een kansje op de WK allround. Belangrijker dan de vraag of hij de EK en WK haalt, is wat het voor zijn carrière betekent als hij het niet redt.

In Minsk, tijdens de eerste wereldbekerwedstrijden van het seizoen, was er geen ontkomen aan: op het Wit-Russische ijs reed een gekwelde schaatser. De drievoudig olympisch kampioen 5 kilometer eindigde door zijn rugklachten als dertiende op zijn afstand; nog nooit was hij zo laag geëindigd in een wedstrijd.

Zijn oud-ploeggenoot Renate Groenewold, tegenwoordig technisch commissaris in dienst van de ISU, zag de lijdensweg vanaf het middenterrein in Minsk met lede ogen aan. ‘Schaatsen is een technische sport, waarbij de aansturing van het lichaam zo optimaal mogelijk moet zijn. Anders loopt het niet. Waar hij normaal de bochten soepeltjes loopt, was het nu wringen geblazen. Dat deed zeer om te zien.’ Zij weet hoe pijnlijk rugklachten kunnen zijn: in 2009 werd Groenewold geopereerd aan een hernia.

Mochten zijn rugklachten aanhouden, dan overweegt ook Kramer een operatie. Maar zeker weet hij het niet, want de ingreep kan ook tot een verslechtering leiden. Het is gissen. En juist dat is waar hij een broertje dood aan heeft als topsporter. ‘Als ik honderd procent garantie zou hebben dat een operatie die klachten verhelpt, lag ik morgen op de operatietafel.’

Bij de meeste sporters die in het ongerede zijn geraakt ligt een blessure ten grondslag aan hun mindere prestaties. Ze hebben een plotselinge klacht, laten zich behandelen, revalideren soms en pakken dan de draad weer op. Zo zit het niet bij de rug van de Fries. Hij heeft geen blessure, hij heeft een grens. Een ‘limiting factor’ noemde Kramer dat zelf in 2018. ‘Bij een ander is het zijn knie, bij een tennisser zijn elleboog en bij mij mijn rug.’

Onbekend terrein

Kramer (33) is al sinds zijn tienertijd gewend om met pijn en klachten te rijden, maar de huidige problemen zijn onbekend terrein. De pijn uit zijn onderrug straalt uit naar zijn linkerbeen. Hij kan daardoor zijn linkerschaats minder goed sturen. Het kost meer kracht om een goede slag, een goede afzet te maken. ‘Hij kan dat lang compenseren, maar op een gegeven moment is hij uitgecompenseerd’, zegt Jac Orie.

De coach ziet het in wedstrijden aan de lichaamshouding van zijn pupil. ‘Ik zie hoe hij een beetje stram wordt en gaat zijn heup wat opgooit. Hij gaat er dan ‘omheen rijden’. Daarna is hij meestal de lul.’

Als 19-jarige worstelde hij al met zijn rug. Voordat hij in 2005 op het olympisch kwalificatietoernooi voor de Spelen van Turijn het ijs opstapte voor de 1.500 meter, liet hij de ploegdokter zijn veters strikken. Hijzelf kon er niet bij. Vervolgens plaatste hij zich met een persoonlijk record voor de Winterspelen. Het zou een terugkerend thema worden in zijn loopbaan: niet eens zijn schoenen aan kunnen trekken, maar wel winnen op het ijs.

In de jaren erna heerst Kramer als een vorst in het allroundschaatsen. Misschien, zo gaf hij in een openhartige bui toe, had hij soms wel wat zuiniger met zijn lichaam kunnen omgaan. Hij smeet met zijn krachten. En soms waren er kleine ongelukjes waardoor de rugklachten verergerden. Bijvoorbeeld toen hij onderuit ging in Erfurt (2007), van een schommel tuimelde tijdens een barbecuefeestje van TVM-baas Arjan Bos (2012) en van zijn fiets viel tijdens de Spelen van Sotsji (2014).

Zelden liet hij doorschemeren hoezeer zijn lijf hem van repliek diende. En als excuus voor mindere prestaties? Dat nooit! Het gevolg was een soort schimmenspel, waarbij nooit duidelijk werd hoe erg zijn klachten nou precies waren. 

Beorn Nijenhuis, zijn oud-ploeggenot bij TVM: ‘Het is een deel van zijn trots. Als je start, moet je goed genoeg zijn om te winnen. Ben je dat niet, dan ben je niet goed genoeg. Zo zwart-wit is het. Dat harde, dat eigenwijze, heeft hij van Yep meegekregen. Het is met de paplepel ingegoten.’

Vader Yep was langebaanschaatser in de jaren tachtig en kampte ook geregeld met herniaklachten. In de hotelkamer moest Sven tijdens grote toernooien geregeld aan diens benen trekken, zodat zijn vaders rugspieren wat ontspanden. Daarna kon hij weer eventjes vooruit op het ijs.

Niet dat Yep wat liet merken aan zijn tegenstanders. Opponenten hoefden niet wijzer te worden dan ze al waren. Zo leerde Sven Kramer al vroeger een belangrijke topsportles: toon nooit je zwakte. Er zal altijd misbruik van worden gemaakt. Daarom spreekt hij het liefst in algemene termen over de pijn. Hij noemt het ‘herniaklachten’ of ‘hernia-achtig’, legt uit dat het uitstraalt.

Blessures managen

Kramer liep de deur plat bij fysiotherapeuten en andere specialisten. Oud-ploeggenoot Nijenhuis noemt Kramer ‘heel goed in het managen van zijn blessures. Geloof me, dat is een kunst. Wij hadden bij de ploeg al veel mensen voor het medische gedeelte: een arts, twee fysio’s, een manueel therapeut. Maar er waren zelf momenten dat dat niet genoeg was. Dan zocht Sven hulp van buitenaf.’

Als een van de eerste sporters sleepte Kramer een op maat gemaakt matras mee naar toernooien. Groenewold: ‘Ik deed dat ook wel, maar dan alleen in het hotel Heerenveen. Hij ging een stapje verder. Hij nam zijn persoonlijke matras de hele wereld mee over. Als hij daarmee een half procentje kon pakken, koos hij daar onvoorwaardelijk voor. Zo beleeft hij zijn sport.’

Meestal bleven de klachten beheersbaar. Dat bleef zo tot ver in de zomer van dit jaar. Totdat hij in september tijdens trainingskamp in Inzell te maken kreeg met een niet oplettende automobiliste. Ze kwam uit een zijstraat gereden en zag de olympisch kampioen over het hoofd. Die tuimelde over haar auto heen.

Zijn knie was gekwetst en direct al sprak Kramer de vrees uit dat dit ook zijn rug zou beïnvloeden. Die angst werd bewaarheid. Voor die aanrijding, vertelt Orie, hadden ze de rugproblemen steeds beter onder controle. Af en toe speelde de rug op, maar de periodes zonder wezenlijke beperkingen werden alsmaar langer. Sinds die botsing krimpen de pijnloze periodes.

Het is een misverstand te denken dat Kramer een zwakke rug heeft. Natuurlijk, zijn rug tart hem, maar bijna altijd was hij hem alsnog de baas. Net zoals hij telkens nieuwe concurrenten zag verschijnen en ze telkens versloeg, of het nu de Noor Håvard Bøkko was of de Nederlanders Jan Blokhuijsen en Koen Verweij. Ze konden hem pijn doen, maar nooit breken.

De verhouding begint de laatste jaren te schuiven. Dat geldt ook voor de concurrentie. De nieuwe ster aan het schaatsfirmament, Patrick Roest, is hem steeds nadrukkelijker de baas en rijdt op veel ijsbanen harder dan Kramer in zijn beste jaren. Slechts op de EK allround van vorige winter wist Kramer hem te verslaan, en dat gebeurde meer op ervaring en bluf dan kracht.

Speelde zijn rug eerder altijd een bijrol in zijn loopbaan, nu heeft hij een hoofdrol. Er zijn ochtenden, aldus Kramer vorig jaar tijdens een persbijeenkomst, dat hij niet eens zijn eigen sokken kan aantrekken. Later dat seizoen vertrok hij uit Japan, waar wereldbekerwedstrijden aan de gang waren, omdat hij zich had vertild aan een koffer.

Goede dagen

De drang en het geloof de beste te kunnen zijn, drijft Kramer nog altijd voort. Hij wil eigenlijk door tot de Spelen van Beijing in 2022. Of zijn rug in die voortdurende ambitie mee kan, dat boeit hem eigenlijk niet. Hij is gewend om het gemopper van zijn lijf te negeren. Niet voor niets worden antwoorden op vragen over zijn rug vaak met een zucht voorafgegaan.

Naar de buitenwacht houdt de Fries het liefst zijn mond over de pijn die hij ervaart. Bij ploegmaat en goede vriend Douwe de Vries is dat soms wel anders. ‘Ik krijg alles mee. Hij wil het ook van zich af praten. Tijdens een fietsrit was hij een keer tweeënhalf uur aan het klagen over zijn rug. Toen heb ik gezegd: nu ben ik er wel klaar mee.’ Hij lacht er bij. ‘Maar ik snap het wel heel goed. Als je als sporter iets niet in de hand hebt, is dat heel frustrerend.’

Ook coach Orie merkt dat de ogenschijnlijk koele Kramer wel degelijk door zijn fysieke malheur wordt geraakt. ‘Ik zie dat hij eronder lijdt.’ Zat de rug hem aanvankelijk vooral dwars op de 10 kilometer, zoals in Sotsji en Pyeongchang, nu blijkt dat ook de 5 kilometer te lang kan zijn.

Maar ziedaar, een week voor de NK afstanden in Heerenveen reed Kramer, tot zijn grote verrassing, op de 3 kilometer een persoonlijk record: 3.37,39, tevens een baanrecord in Thialf. Het geeft nog maar eens aan hoe grillig zijn problemen zijn. ‘Dit is wat je krijgt als de rug goed is’, liet hij optekenen. En: ‘Dit zijn van die goede dagen waar ik op hoop en waar ik hoop uit put. Als ik volgende week ook zo rijd, wordt het een leuk weekend. Ik word hier zielsgelukkig van.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden