De roes van de Koning van de Kluts

Zes seizoenen lang moest Rotterdam knarsetandend toezien hoe Ajax en PSV afwisselend de sterkste clubs van Nederland werden. In 1993 stroomde de Coolsingel voor de laatste maal vol om de kampioen van Nederland toe te juichen....

OPEENS wandelde Johan Cruijff de Kuip binnen. Cruijff, 36 jaar inmiddels, had trammelant met het bestuur van Ajax en verbond zich voor een jaar aan rivaal Feyenoord, dat vervolgens profiteerde van zijn klasse en gevoelens van revanche.

'Hoe dat is afgelopen, heeft heel Nederland kunnen aanschouwen', zegt André Hoekstra (37), middenvelder van toen. Feyenoord won de titel én de beker in 1984.

Als Hoekstra terugkijkt op dat wonderbaarlijke seizoen is zijn conclusie dat hij het als in een roes heeft beleefd. Hij was een jonge, schoolgaande twintiger die zijn eerste seizoen in het basiselftal stond, over de rechtervleugel raasde en negentien keer scoorde in de competitie.

'Ik was student aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Met veel pijn en moeite kon ik een of twee ochtenden vrijmaken voor de training. De rest van de trainingen volbracht ik 's avonds bij het tweede elftal. Ik zat niet overal bovenop.'

Wie nou echt de baas was, Cruijff of trainer Thijs Libregts, weet Hoekstra niet. Maar in het veld was het Cruijff voor en Cruijff na. 'Wat zei Cruijff niet? Hij praatte altijd. Hij probeerde alles om hem heen zodanig te organiseren en te bespelen dat zijn doel, kampioen worden, werd gehaald. Ik heb zoveel van hem geleerd dat ik nu wel eens denk: van wie had ik dat ook alweer? Ruimtes benutten bijvoorbeeld, door middel van een pass aangeven wat je bedoelt, zo hard mogelijk passen.'

Koko was een van zijn bijnamen, naar een Friese voetballer die Koko Hoekstra heette en die net als André een doorzetter was. Koning van de Kluts was zijn geuzennaam, want André Hoekstra scoorde vaak via een been, of hij kreeg de bal ogenschijnlijk gelukkig mee. Het was echter geen geluk, het was een kwaliteit die lag besloten in zijn spel.

'Ik ging in ieder duel voor de bal. Ik won negen van de tien duels, bleef altijd kijken en ik had mijn lichaam mee. Dat had niets met gebrekkige techniek te maken, maar met het feit dat ik never nooit een bal wilde weggeven. Om die onverzettelijkheid staat Feyenoord bekend en die heb ik altijd gehad. In dat opzicht was ik populair, maar er werd soms ook getwijfeld aan mijn voetbalkwaliteiten.

'Ik had het vermogen om diep te gaan, om het gaatje te zien en een linie over te slaan. Cruijff had het vermogen om die bal neer te leggen waar hij hem hebben wilde. En ook nog op momenten dat je dacht: oh, hij heeft me niet gezien. Bovendien zat ik aan een flank met Gullit en Troost. Wij rouleerden.

'Natuurlijk is de inbreng van Cruijff belangrijk geweest en die wil ik helemaal niet bagatelliseren, maar een kampioenschap is nooit het werk van één man. Er liepen meer namen in het elftal. Ik denk aan Hiele, Gullit, Houtman, Wijnstekers, Troost, Nielsen, Jeliazkov, noem ze maar op.'

Het duurde een tijdje alvorens het elftal de balans had gevonden. In Amsterdam verloor Feyenoord op 18 september 1983 met 8-2 van Ajax. 'Heel Nederland dacht dat het gebeurd was. Voor ons was het de ommekeer. Daarna werd duidelijk hoe we moesten gaan voetballen. We speelden met Cruijff op het middenveld, met mijn persoontje als rechtshalf. Ik blééf gaan. De verdedigende middenvelder, meestal Stafleu, moest heel veel werk opknappen. Voorin stonden Gullit, Houtman en, in eerste instantie, Vermeulen. Net als Cruijff verdedigde die heel weinig terug. Na die nederlaag kwam Brard voor hem in de plaats.'

Nu Feyenoord op de drempel staat van een nieuw kampioenschap, herleven de herinneringen, waarvan de tastbare bewijzen in huize Hoekstra zijn opgeborgen in een schoenendoos op zolder. 'Normaal gaan er hele weken voorbij dat ik er niet aan denk. Maanden zelfs.' Een reden te meer om het verleden op te halen is het feit dat hij onlangs is benoemd tot assistent-trainer van Excelsior, de satellietclub van Feyenoord. Feitelijk behoort de huidige trainer van ADO Den Haag straks tot de technische staf van de kampioen.

Terugkijkend is het alsof Hoekstra vooral in dat ene seizoen met Cruijff presteerde. Daarin won hij ook zijn enige prijzen. 'Natuurlijk, zo bezien zijn dat de hoogepunten. Plus die ene interland die ik heb gespeeld. Maar ik vind dat ik me nog jarenlang heb ontwikkeld. Mijn beste voetbal heb ik laten zien in de eerste twee jaren bij RKC. Toen was er heel veel belangstelling, maar het is nooit concreet geworden. Er is alleen nooit meer een aangever geweest zoals Cruijff.

'Maar ik ben doorgebroken in het tweede elftal. Waarom? Omdat daarin spelers liepen die een goede crosspass konden geven. Jantje Mulder bijvoorbeeld, de linksback. In dat elftal was ik óók topscorer en ook toen zijn we kampioen van Nederland geworden. We speelden wedstrijden waarin ik soms even niet liep. Ik bleef dan gewoon staan en stond te genieten van wat wij lieten zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden