ColumnWillem Vissers

De rentree van Robben is sterker dan gebral van cynisme en spot

Opeens klinkt het geluid van een stuiterende bal in de gang naast de perskamer. De bal kaatst tegen de muur, steeds sneller. Tik. Tiktik. Tiktiktik. Toch even kijken. Een witte schicht schiet langs. Is het de geest van FC Groningen?

Op het eind van de gang draait de schicht zich om. Hij rolt als een golf op ons af. De geest blijkt een bijna kale man te zijn in een witte slidingbroek en een strak, wit, mouwloos shirt. Een man met spierbundels. Hij dribbelt en maakt een-tweetjes met de muur. Hij houdt een balletje hoog. Hup, langs een afzetting met touw, langs een oude jeugdfoto van hemzelf, terug naar de kleedkamer, verderop in de gang. Die geest is dus Arjen Robben. Zijn warming-up begint al eerder dan op het veld. Dat heeft hij nodig.

Wie mensen op een wolk wil zien lopen, kon zondag in Groningen terecht, op de dag dat Arjen Robben terugkeerde in de eredivisie, bijna 20 jaar na zijn debuut bij dezelfde club, als jongen van zestien. Jammer dat het geluksgevoel zo snel verdween, na zijn vroege uitvallen met een blessure. Zijn rentree zelf was een cadeautje. De voorpret stond model voor het verlangen in coronatijd naar iets moois, iets leuks, iets onverwachts, een teken van hoop, zondag als toefje opgediend in het openingsweekeinde van de eredivisie.

Vol verwachting klopte het voetbalhart. Alleen al die hamvraag: doet hij mee? Bijna met hoofdletter: doet Hij mee? FoxSports sprak de hele week over de vermoedelijke rentree, want bij Robben is daar ondanks al die spierbundels altijd dat voorbehoud. Is hij fit? Dan de opstelling, met nummer 10: Arjen Robben.

Hoe het ook afliep, de dribbelende man in de gang beklijft. Witte kleding, onschuld, jeugd. Toegegeven: dat was ook een vertekend beeld, want Robben is 36 en tijd verglijdt. Op 17 december 2000 twinkelden de ogen van voetballiefhebber Jan Mennega, destijds verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden, toen hij ondergetekende begroette in het oude Oosterpark. We gingen ons verlekkeren, beloofde hij, want ene Arjen Robben debuteerde. ‘Je weet niet wat je gaat zien.’

Kind Robben dribbelde vrijuit en trainer Jan van Dijk sprak profetische woorden. Die kleine Robben had nog nooit tegenslag gekend. In de 20 jaar die volgden, zat het hem vaak tegen, maar telkens kwam hij terug, en dan pingelde en dribbelde hij weer als vanouds. Hij won bijna alles, stopte ruim een jaar geleden met voetballen, betrok een prachtig huis in Groningen en vroeg zich af hoe hij de rest van zijn leven ging invullen. Allereerst met een rentree dus.

Zondag had hij opnieuw tegenslag en natuurlijk haalden de cynici hun gelijk. Zie je wel. Zij weten vermoedelijk niet hoe het is om te dromen, om hoop aan te wakkeren, om kwetsbaarheid te durven laten zien, om je niets aan te trekken van  eeuwig gezeik en gewoon te doen wat je mooi of leuk vindt. 

Het geluid van die stuiterende voetbal in de gang van het voetbalstadion in Groningen is veel sterker dan gebral van cynisme en spot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden