PostuumMickey Huibregtsen (1940-2022)

De rel die de NOCNSF-voorzitter bleef achtervolgen

Onder leiding van Wouter Huibregtsen, Mickey voor intimi, smolten het Nederlands Olympisch Comité en de Nederlandse Sportfederatie in 1993 samen tot NOCNSF. Toch dankt hij zijn bekendheid vooral aan de uithaal naar Willem-Alexander, die hij voor judas uitmaakte. Vorige week vrijdag overleed hij, 82 jaar oud.

Erik van Lakerveld
Wouter Huibregtsen (rechts) met toenmalig kroonprins Willem-Alexander (links) en Erica Terpstra (midden) tijdens de Champions League-finale Ajax tegen AC Milan in 1995.  Beeld VI Images
Wouter Huibregtsen (rechts) met toenmalig kroonprins Willem-Alexander (links) en Erica Terpstra (midden) tijdens de Champions League-finale Ajax tegen AC Milan in 1995.Beeld VI Images

Terwijl de Nederlandse equipe begin februari 1998 op jacht was naar olympisch schaatssucces, stond aanvankelijk vooral Huibregtsen in de schijnwerpers. Vanuit Japan deed hij zijn beklag over de benoeming van Willem-Alexander tot IOC-lid, enkele dagen eerder. ‘Voorzitter NOCNSF: Kroonprins is judas’, kopte de Volkskrant op de voorpagina.

In het artikel eronder maakte Huibregtsen de huidige koning ook nog uit voor ‘lafaard’ en ‘saboteur’, al moest de krant die twee kwalificaties na een rechtszaak rectificeren. Het zouden geen letterlijke citaten zijn geweest. Judas, oordeelde de rechter, mocht wel.

Zelf was Huibregtsen, net als Chefs de Mission Ard Schenk en Erica Terpstra, ook in de race voor het lidmaatschap van het internationaal Olympisch Comité. En hij was in de stellige overtuiging dat Willem-Alexander, op dat moment beschermheer van NOCNSF, niet beschikbaar zou zijn. Toch werd, op voorspraak van IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch, de Nederlandse prins plotseling naar voren geschoven, tot chagrijn van de andere kandidaten – in het bijzonder Huibregtsen.

Rel

Later werd duidelijk dat Anton Geesink tegen de Nederlandse NOCNSF-praeses had gepleit. De oud-judoka schreef persoonlijk een brief aan Samaranch waarin hij stelling nam tegen diens benoeming. Een jaar na zijn benoeming bedankte Willem-Alexander de olympisch kampioen van 1964 nog met een handgeschreven briefje ‘voor Uw steun gedurende de ‘moeilijke’ dagen rond mijn lidmaatschap’.

Terwijl Ids Postma, Marianne Timmer en Gianni Romme gezamenlijk vijf gouden medailles bij elkaar schaatsten, viel Huibregtsen als sportbestuurder van zijn voetstuk. Keer op keer benadrukte hij dat het Volkskrant-artikel ernaast zat en daagde de krant voor de rechter, die hem in oktober 1998 grotendeels gelijk gaf. De uitspraak van de rechter kwam echter te laat voor zijn positie als NOCNSF-voorzitter. Nog voor de slotceremonie van Nagano, eind februari, was hij al afgetreden.

De rel overschaduwde de rest van zijn loopbaan en trok een grauwsluier over de acht jaar die hij bij de sportkoepel aan het roer had gestaan. Jaren waarin hij NOC en NSF samenbracht onder dezelfde paraplu en de olympische en niet-olympische sportbonden verenigde. Een eerste poging tot een fusie in 1989 mislukte onder leiding van NOC-voorzitter Henk Vonhoff en NSF-praeses Frank Schreve. Huibregtsen kreeg het wel voor elkaar en werd de eerste voorzitter van de fusieclub.

Commerciële kansen

Na een studie technische en theoretische mechanica in Delft werd Huibregtsen ingenieur en officier bij de marine. Eind jaren '60 ging hij aan de slag bij Stork. Op zijn dertigste stapte hij over naar consultancykantoor McKinsey. Van 1986 tot 1995 was hij de directeur van de Nederlandse tak van het bedrijf.

Huibregtsen was een meester in netwerken, in contacten leggen en warmhouden. Bovendien was hij een bestuurder die commerciële kansen zag in een tijd waarin het IOC steeds nadrukkelijker het amateurideaal van zich afschudde. Bij de Olympische Spelen van 1992 waren de meeste disciplines open voor profsporters. Huibregtsen wist steeds opnieuw wegen te vinden om bij overheid en bedrijven geld los te peuteren voor de ontwikkeling van de Nederlandse sport.

Aan sportieve ambitie ontbrak het hem evenmin. Volgens Maurits Hendriks, die afgelopen voorjaar afzwaaide als technisch directeur bij NOCNSF, was Huibregtsen een van de bestuurders die de geesten rijp maakte voor de top tien-ambitie die nog altijd de uitgangspositie van Nederlandse olympische ploegen dicteert.

Na zijn onflatteuze aftocht als sportbestuurder dook hij in 2002 op bij de LPF. Hij was na de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar door fractievoorzitter Mat Herben ingeschakeld om naar bewindspersonen te speuren die namens de partij in het kabinet zouden kunnen plaatsnemen. Huibregtsen mikte zelf ook op een ministerspost, maar na onenigheid met vicefractievoorzitter Ferry Hoogendijk over de selectieprocedure zag hij daarvan af.

Gevoelloze voeten

Engagement vond hij een vereiste voor een rijk leven en dus ijverde hij afgelopen twee decennia volop voor bestuurlijk-maatschappelijke vernieuwing, onder meer met de door hem opgerichte vereniging De Publieke Zaak. Hij schreef meerdere managementboeken en was daarnaast initiatiefnemer van de Avond van Wetenschap en Maatschappij. Als dank voor die inspanning wordt sinds 2005 jaarlijks de Huibregtsenprijs toegekend aan wetenschappers die met baanbrekend onderzoek hebben bijgedragen aan de samenleving. Tussen 1999 en 2005 had hij wekelijks een interviewprogramma op radiozender BNR.

In 2007 werd bij Huibregtsen acute lymfatische leukemie vastgesteld. De overlevingskans was laag, maar hij herstelde. Hij hield er een stijf been en gevoelloze voeten aan over, vertelde hij in 2017 in NRC. Hij was blij met de extra jaren die hem gegund waren, maar het speet hem wel dat hij niet meer kon squashen. Want sport bleef belangrijk.

Drie keer Huibregtsen

Huibregtsen was een man die graag zijn visie en levenslessen deelde, onder meer met zijn kleinkinderen. In een zeven pagina’s tellend document speciaal voor hen behandelde hij verschillende thema’s, van genotsmiddelen en autorijden – ‘wees hoffelijk’ – tot familie en geloof.

Voluit heette hij Frederik Wouter Huibregtsen. Aanvankelijk noemde hij zich in zijn werk Wouter, maar in de internationale context van zijn carrière evolueerde dat tot Walter. Die naam vond hij, geboren tijdens de Tweede Wereldoorlog, te Duits en dus viel hij terug op Mickey, zoals hij thuis werd genoemd. Als voorzitter van NOCNSF stond hij steevast als Wouter te boek.

Volgens Huibregtsen waren er veel overeenkomsten tussen sport en economie, schreef hij in 1994. ‘Een aantal basisfactoren voor succes – zowel in voetbal als in economie – zijn: kwaliteit, attitude, samenspel, speelveld en aanpassingsvermogen.’ Het acroniem van die factoren samen? ‘Kassa.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden